Getypte brief/processtuk (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief/processtuk (doorslag op dun papier). -1-
Den Heere Mr. G. van 't Riet te 's-Gravenhage.
2. Wanneer mijn cliënt als grossier ter Centrale Markt zou worden toegelaten, zou dit volgens Dr. Van der Laan den anderen ter markt standplaats hebbende grossiers hoogst onaangenaam zijn en vreesde hij complicaties.
Ik heb Dr. Van der Laan opgemerkt, dat dit een kwestie is van orde, welke alleen zijn persoonlijk prestige betreft, maar met de vraag of mijn cliënt grossier is en als zoodanig behoort te worden toegelaten, niets te maken heeft.
Na de weigering van Dr. Van der Laan heb ik mij tot B. en W. van Amsterdam gewend met verzoek hun bemiddeling te willen verleenen en te bevorderen, dat mijn cliënt alsnog de begeerde standplaats verkrijgt. Van B. en W. ontving ik echter bericht, dat de vraag of iemand als verkooper ter Centrale Markt behoort te worden toegelaten, ter beoordeeling staat van den Directaur van het Marktwezen, en voorts dat uit een ambtelijk onderzoek is gebleken, dat mijn cliënt zijn grossierserkenning van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale niet gekregen heeft omdat hij grossier is, maar omdat hij sedert jaren groote partijen op veilingen inkoopt en voldoende kennis van den groothandel heeft. Voorts schrijven B. en W., dat het hun "bekend" is, dat mijn cliënt gesalarieerd inkooper is van zijn broers. B. en W. berichten er niet bij, van waar hun dit bekend is en hebben blijkbaar geen aanleiding gevonden op mijn aanbod de zaak bij den Wethouders toe te lichten, in te gaan, waardoor mij de gelegenheid is onthouden uit de boeken van mijn cliënt aan te toonen, dat hij een eigen bedrijf uitoefent.
De houding van den Directeur van het Marktwezen heeft tengevolge, dat mijn cliënt van zijn bestaan wordt beroofd met de menschen, die in zijn dienst zijn. De winst immers, waaruit mijn cliënt met zijn personeel een bestaan vond, wordt thans door het optreden van Dr. Van der Laan in de zakken der ter Centrale Markt vertegenwoordigde grossiers overgeheveld, hetgeen m.i. een hoogst bedenkelijk optreden van genoemden ambtenaar is.
Op Uw verzoek U de omzetcijfers van mijn cliënt van de laatste 2 jaren op te geven, deel ik U mede, dat mijn cliënt in het jaar 1 Mei 1938 - 1 Mei 1939 aan aardappelen, groenten en fruit heeft omgezet voor een bedrag van Fl. 262178,98 en in het jaar 1 Mei 1939 - 1 Mei 1940 voor Fl. 332076,81. De omzetcijfers voor aardappelen eenerzijds en groenten en fruit anderzijds zijn niet afzonderlijk gehouden. Wanneer U die beslist wenscht te weten, kan het uit de aanwezige nota's nog wel uitgezocht worden, maar dit is een groot werk. Ik kan U echter wel berichten, dat cliënt aan aardappellossers in het eerst genoemde jaar aan loon heeft uitbetaald Fl. 3320,66 en in het tweede jaar Fl. 3887,53. Deze lossers ontvangen des zomers 10 cent per H.L. en des winters 15 cent per H.L., voor wat betreft aardappels, afkomstig uit Zeeland, en 10 cent per H.L. voor wat betreft aardappels, afkomstig uit Noord-Holland. De aardappelomzet van mijn cliënt bedraagt volgens zijn eigen opgave thans 700 à 800 H.L. per dag. Dit document is een zakelijke correspondentie, waarschijnlijk geschreven door een advocaat of juridisch adviseur, betreffende een administratief beroep. De kern van het conflict is de weigering van de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam (Dr. Van der Laan) om de cliënt van de schrijver toe te laten als zelfstandig grossier op de Centrale Markt.
Belangrijkste punten in het document:
* Protectionisme: De schrijver suggereert dat de weigering voortkomt uit de angst om bestaande grossiers voor het hoofd te stoten, wat duidt op een gesloten marktsysteem.
* Betwisting status: De gemeente (B. en W. van Amsterdam) beweert dat de cliënt slechts een werknemer (gesalarieerd inkooper) van zijn broers is, terwijl de schrijver stelt dat de cliënt een eigen bedrijf voert.
* Economische data: Het document bevat zeer specifieke sociaal-economische gegevens, zoals de jaaromzet (stijgend van circa 2,6 naar 3,3 ton in guldens) en de loonkosten voor aardappellossers (stukloon per hectoliter). De brief is geschreven op een historisch kantelpunt: de cijfers lopen tot 1 mei 1940, slechts negen dagen voor de Duitse inval in Nederland. De genoemde "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" was een crisisorgaan dat in de jaren '30 was opgericht om de handel te reguleren tijdens de economische depressie.
De Centrale Markt van Amsterdam (geopend in 1934 in Amsterdam-West) was in die tijd het zenuwcentrum van de voedseldistributie. Toelating als grossier was essentieel voor de economische overleving van een handelaar. Het document illustreert de strikte hiërarchie en de macht van marktmeesters en directeuren in een tijd waarin de overheid steeds meer grip probeerde te krijgen op de distributieketen. De vermelding van aardappels uit Zeeland en Noord-Holland geeft bovendien inzicht in de logistieke stromen van de voedselvoorziening in vooroorlogs Amsterdam.