Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 246
Dossier 2C
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief/ambtelijk schrijven.

Vermeldt een besluit van 28 juni 1940. Van: De Directeur (van een niet nader genoemde instantie, waarschijnlijk gerelateerd aan de Centrale Markt Amsterdam).

Origineel

Getypte brief/ambtelijk schrijven. Vermeldt een besluit van 28 juni 1940. De Directeur (van een niet nader genoemde instantie, waarschijnlijk gerelateerd aan de Centrale Markt Amsterdam). Met betrekking tot de erkenning van Lindeman als groothandelaar werden mij eenige maanden geleden van Uwentwege vertrouwelijke inlichtingen verstrekt. U deelde mij mede, dat een door den heer Lindeman ingediende aanvrage om erkenning als groothandelaar – mede overeenkomstig mijn advies – in 1938 door alle instanties werd afgewezen, omdat aanvrager niet voldoende opleiding in den groothandel had genoten; hij is namelijk sedert 1911 kleinhandelaar in groenten en fruit geweest. In 1939 heeft de heer Lindeman zijn verzoek om erkenning als groothandelaar herhaald. Ter zake is toen door den Centralen Crisis Contrôledienst een uitvoerig rapport uitgebracht. De heer Lindeman legde, evenals in 1938, verklaringen over van twee veilingbesturen, dat hij als groothandelaar inkocht. Deze verklaringen moeten, naar U mij verklaarde, aldus worden begrepen, dat hij als handelaar groote partijen kocht, hetgeen in den regel groothandelaren doen, doch ook door een inkooper voor verscheidene winkelzaken kan geschieden. U heeft hem in het najaar van 1939 als groothandelaar erkend, omdat U van oordeel is, dat het feit, dat hij nu reeds sedert jaren groote partijen op veilingen koopt, aantoont, dat hij voldoende kennis, ook voor den groothandel, heeft. U zeide mij nog, dat de vraag, of hij inderdaad groothandel drijft, voor Uw Centrale van geen belang is. Uw beslissing werd voorts tevens beïnvloed door het aanhangige plan – dat ten gevolge van de huidige omstandigheden nog steeds niet werd uitgevoerd – om het verschil tusschen groot- en kleinhandelserkenningen op te heffen; reeds thans is U soepel bij overschrijving van de eene erkenning naar de andere. Hiervan heeft de heer Lindeman ongetwijfeld geprofiteerd.

U kon evenwel mijn opvatting deelen, dat de heer Lindeman, ondanks zijn erkenning, geen grossier is. Uit het bovenbedoelde rapport van den Centralen Crisis Contrôledienst blijkt, dat hij, althans ten tijde van het onderzoek, – en ik weet niet of sedertdien veranderingen zijn ingetreden – ƒ 10,- per week salaris van elken van zijn zes broers, voor wie hij inkoopt, ontving. Deze salarieering als inkooper is mijns inziens een van de kernpunten van deze aangelegenheid.

Zou de heer Lindeman thans als grossier tot de Centrale Markt worden toegelaten, dan zou dit alleen beteekenen, dat hij als inkooper voor de winkelzaken van zijn broers, ongestoord buiten de Centrale Markt om zou kunnen blijven koopen. Hiermede zou derhalve een zeer ongewenschte ontduiking van het bovenbedoelde verbod om buiten de Centrale Markt te koopen, worden in de hand gewerkt.

Ook na herhaalde overweging ben ik, op grond van het vorenstaande, niet bereid om den heer Lindeman als grossier tot de Centrale Markt toe te laten. In dit verband diene nog, dat mijn standpunt ten deze wordt gedeeld door Burgemeester en Wethouders van Amsterdam, die op 28 Juni 1940 hebben besloten den heer Lindeman niet als grossier tot de Centrale Markt toe te laten.

De Directeur, In dit schrijven motiveert de directeur zijn besluit om de heer Lindeman niet toe te laten als grossier (groothandelaar) op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is een bureaucreatiestrijd over de definitie van 'groothandelaar'. Hoewel de geadresseerde instantie Lindeman formeel als groothandelaar heeft erkend (deels vanwege een versoepeling van de regels en Lindemans jarenlange ervaring met grote inkopen op veilingen), weigert de directeur deze status te accepteren voor de Centrale Markt.

De voornaamste reden is dat Lindeman feitelijk functioneert als een gezamenlijke inkoper voor zijn zes broers, die elk een winkelzaak hebben. Hij wordt door hen per week betaald (ƒ 10,- per broer). De directeur vreest dat als Lindeman de officiële status van grossier krijgt, hij de verplichting om via de Centrale Markt te handelen kan ontduiken en direct bij veilingen blijft inkopen voor de detailhandelzaken van zijn familie. Dit wordt gezien als een ongewenste omzeiling van de distributieregels. Het document dateert van kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (juni 1940). De genoemde "Centralen Crisis Contrôledienst" (CCC) wijst op een streng gereguleerde economie, die al vóór de oorlog was opgezet (Crisis-Instellingswet 1933) om de distributie en prijzen van levensmiddelen te beheersen tijdens de economische crisis en de daaropvolgende oorlogsdreiging.

De "Centrale Markt" verwijst naar de groothandelsmarkt in Amsterdam (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat), die destijds een cruciale rol speelde in de voedselvoorziening van de stad. Het besluit van Burgemeester en Wethouders op 28 juni 1940 onderstreept dat de lokale overheid grote waarde hechtte aan het handhaven van de marktordening en het voorkomen van 'ongeoorloofde' tussenhandel buiten de officiële kanalen om.

Samenvatting

In dit schrijven motiveert de directeur zijn besluit om de heer Lindeman niet toe te laten als grossier (groothandelaar) op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is een bureaucreatiestrijd over de definitie van 'groothandelaar'. Hoewel de geadresseerde instantie Lindeman formeel als groothandelaar heeft erkend (deels vanwege een versoepeling van de regels en Lindemans jarenlange ervaring met grote inkopen op veilingen), weigert de directeur deze status te accepteren voor de Centrale Markt.

De voornaamste reden is dat Lindeman feitelijk functioneert als een gezamenlijke inkoper voor zijn zes broers, die elk een winkelzaak hebben. Hij wordt door hen per week betaald (ƒ 10,- per broer). De directeur vreest dat als Lindeman de officiële status van grossier krijgt, hij de verplichting om via de Centrale Markt te handelen kan ontduiken en direct bij veilingen blijft inkopen voor de detailhandelzaken van zijn familie. Dit wordt gezien als een ongewenste omzeiling van de distributieregels.

Historische Context

Het document dateert van kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (juni 1940). De genoemde "Centralen Crisis Contrôledienst" (CCC) wijst op een streng gereguleerde economie, die al vóór de oorlog was opgezet (Crisis-Instellingswet 1933) om de distributie en prijzen van levensmiddelen te beheersen tijdens de economische crisis en de daaropvolgende oorlogsdreiging.

De "Centrale Markt" verwijst naar de groothandelsmarkt in Amsterdam (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat), die destijds een cruciale rol speelde in de voedselvoorziening van de stad. Het besluit van Burgemeester en Wethouders op 28 juni 1940 onderstreept dat de lokale overheid grote waarde hechtte aan het handhaven van de marktordening en het voorkomen van 'ongeoorloofde' tussenhandel buiten de officiële kanalen om.

Gerelateerde Documenten 6