Ambtelijke brief (doorslag/kopie).
Origineel
Ambtelijke brief (doorslag/kopie). 14 september 1940. Onbekend (vermoedelijk de marktmeester of een functionaris van de Gemeente Amsterdam, afdeling Marktwezen). VP/HG. Verzonden mds [handgeschreven]
65/2/7 M.
1
14 September 1940.
Toelating van D.R. Lindeman
als grossier op de Centrale
Markt.
de Directie van de Nederlandsche
Groente- en Fruitcentrale,
Laan Copes van Cattenburch 62,
's-Gravenhage.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 16 Augustus jl., waarvan de beantwoording door mijn vacantie werd vertraagd, heb ik de eer U met betrekking tot de toelating van D.R. Lindeman als grossier tot de Centrale Markt het navolgende te berichten. D.R. Lindeman heeft tot de voornoemde markt toegang als kooper; hij is daar namelijk steeds opgetreden als inkooper voor de winkelzaken, die door zijn broers worden gedreven. Behalve op de Centrale Markt werd door hem - en wel voor verreweg het grootste deel - ten behoeve van de bedoelde zaken ingekocht op veilingen/bij grossiers buiten de Centrale Markt; dit laatste is sedert een onlangs in werking getreden aanvulling van het Reglement op de Centrale Markt niet meer toegestaan, omdat koopers uitsluitend van de op die markt gevestigde verkoopers hun waren mogen betrekken. De heer Lindeman heeft thans geprobeerd om gebruik te maken van de omstandigheid, dat hij destijds door Uw Centrale als groothandelaar in gewassen van den tuinbouw werd erkend, door als zoodanig toegang tot de Centrale Markt te vragen.
Het feit, dat iemand van Uwentwege als groothandelaar werd erkend, geeft hem, naar mijn meening, niet zonder meer het recht zich op de Amsterdamsche Centrale Markt als zoodanig te vestigen. Immers artikel 1 lid 4 van het Reglement op die markt schrijft alleen voor dat geen toegang wordt verleend zonder erkenning, doch daaruit mag mijns inziens niet worden geconcludeerd, dat met een erkenning de toegang tot de markt moet worden verleend. Integendeel, krachtens artikel 3 van het Reglement ben ik gerechtigd, mits slechts een erkenning is verleend, te beoordelen, wie als koopers en wie als verkoopers zijn te beschouwen. (Tot Uw govérno sluit ik hierbij in een exemplaar van het Reglement op de Centrale Markt). Dit document betreft een administratieve afwijzing of nuancering van een verzoek tot markttoegang. De kern van het geschil is de interpretatie van het marktreglement van de Amsterdamse Centrale Markt.
- De casus Lindeman: De heer D.R. Lindeman was voorheen actief als 'inkoper' voor de winkels van zijn broers. Hij kocht echter merendeels in buiten de Centrale Markt (bij veilingen en andere grossiers).
- Reglementswijziging: Een nieuwe aanvulling op het Reglement verbiedt koopers om hun waren elders te betrekken als zij op de Centrale Markt actief zijn; zij moeten nu verplicht kopen bij de daar gevestigde verkopers.
- De strategie van Lindeman: Om deze beperking te omzeilen, probeert Lindeman de status van 'grossier' (groothandelaar) te verkrijgen, waarvoor hij reeds een algemene erkenning van de Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale bezit.
-
Het juridische standpunt: De schrijver van de brief stelt dat een algemene erkenning als groothandelaar een voorwaarde is voor toegang (artikel 1 lid 4), maar geen garantie of recht geeft op een standplaats als verkoper op de Amsterdamse markt. De marktautoriteit claimt de discretionaire bevoegdheid (artikel 3) om zelf te bepalen wie als koper of verkoper wordt toegelaten. De datum van de brief, 14 september 1940, plaatst het document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een puur bureauctratische toon voert, is de context van de voedselvoorziening en distributie essentieel:
-
De Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale (NGFC): Dit was een overheidsorgaan dat al tijdens de mobilisatie (1939) was opgericht om de handel in tuinbouwproducten te reguleren. Tijdens de bezetting werd de controle op distributie en prijzen door dergelijke organen steeds strenger.
- Centralisatie van de handel: De aanscherping van het Reglement (waarbij kopers verplicht worden bij gevestigde markthandelaren te kopen) wijst op een poging van de overheid/marktautoriteit om de handelsstromen beter te kunnen controleren en 'grijze handel' buiten de officiële kanalen om tegen te gaan.
- Continuïteit van bestuur: De brief illustreert hoe het Nederlandse ambtenarenapparaat in de eerste maanden na de capitulatie nagenoeg ongewijzigd doorging met de uitvoering van lokale verordeningen en reglementen.