Ambtelijke brief/memorandum (doorslag).
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum (doorslag). 21 november 1940. Waarschijnlijk de directeur van de Centrale Markt (ondertekend door A. Bloem). A. Bloem [handgeschreven]
VP/HG.
65/2/9 M.
21 November 1940.
Toelating van D.R. Lindeman
als verkooper op de Centrale
Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Ten vervolge op mijn rapport d.d. 15 Juni jl. (No. 65/2/3 M.) heb ik de eer U te berichten, dat D.R. Lindeman, ten aanzien van wien op 28 Juni jl. (onder No. 387 L.M.1940) door Burgemeester en Wethouders is besloten hem niet als grossier op de Centrale Markt toe te laten, thans andermaal om toelating als zoodanig heeft verzocht. De heer Lindeman, die destijds reeds door de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale is erkend als groothandelaar in gewassen van den tuinbouw, is inmiddels, tegen het advies van den handel, door een op last van de Nederlandsche Akkerbouw Centrale ingestelde Commissie van Beroep tevens erkend als groothandelaar in aardappelen, waardoor hij lid is geworden van de Vereeniging tot Behartiging van den Nederlandschen Aardappelhandel (V.B.N.A.).
Zijn bedoeling is thans om belangrijke grossierszaken op de Centrale Markt te doen en geenszins om daar uitsluitend als inkooper voor de winkelzaken van zijn broers op te treden; (dit laatste was het voornaamste motief waarom zijn verzoek in Juni jl. werd afgewezen). Ten bewijze van het feit, dat Lindeman belangrijke zaken beoogt te doen, diene, dat hij op de Centrale Markt zoowel een pakhuis voor den aardappelhandel (in het Westelijk havencomplex) als een voor den groente- en fruithandel (in het Oostelijk havencomplex) wenscht te huren, respectievelijk voor ƒ 1000,- en voor ƒ 1100,- per jaar.
De vertegenwoordigers van den op de Centrale Markt gevestigden groothandel, terzake van Lindeman's verzoek door mij gehoord, blijven eenig bezwaar maken tegen zijn toelating als grossier op de markt, omdat hij tot nu toe niet als grossier is opgetreden. Ik ben echter van meening, dat deze handelaar, omtrent wiens credietwaardigheid en vakbekwaamheid - ook door degenen, die bezwaar maken tegen zijn toelating - steeds alleszins gunstige inlichtingen worden verstrekt, niet langer van de Centrale Markt behoort te worden geweerd. * Kernboodschap: De auteur (A. Bloem) adviseert de wethouder om D.R. Lindeman alsnog toe te laten als grossier op de Centrale Markt. Hoewel zijn eerdere verzoek in juni 1940 was afgewezen, heeft Lindeman nu officiële erkenning gekregen van de relevante landbouwcentrales.
* Belangenconflict: Er is sprake van een conflict tussen de gevestigde handel (die nieuwkomers wil weren) en de individuele ondernemer. De gevestigde handel vreesde eerder dat Lindeman enkel als inkoper voor zijn broers zou fungeren, wat als oneerlijke concurrentie werd gezien.
* Argumentatie voor toelating:
1. Officiële erkenning door de Nederlandsche Akkerbouw Centrale via een Commissie van Beroep.
2. Lidmaatschap van de branchevereniging V.B.N.A.
3. Aantoonbare investeringsbereidheid (huur van twee pakhuizen voor aanzienlijke bedragen).
4. Positieve reputatie wat betreft kredietwaardigheid en vakbekwaamheid. * Tijdsbeeld: November 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde 'Centrales' (Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, Nederlandsche Akkerbouw Centrale) maakten deel uit van de distributie- en ordeningsmaatregelen die al voor de oorlog waren voorbereid maar onder de bezetter strikt werden doorgevoerd om de voedselvoorziening te beheersen.
* Locatie: De "Centrale Markt" verwijst naar de markt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, destijds de spil in de voedseldistributie voor de stad en omstreken.
* Bestuur: De beslissing lag bij het college van Burgemeester en Wethouders, waarbij de Wethouder voor de Levensmiddelen een cruciale rol speelde in de economische ordening van de stad onder bezettingstijd.