Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 320
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven verslag of briefdeel.

Origineel

Handgeschreven verslag of briefdeel. Ik meende, dat, hij verplicht was zijn
belofte te houden. Op die belofte had ik
hem een voorschotkaart verstrekt.
Wanneer hij zijn belofte niet hield, behoud
ik mij het recht voor zijn voorschot-
kaart weer in te trekken.
Na eenige dagen kwam een andere zoon
(de oudste) mij spreken over deze aangelegenheid.
Ik vertelde hem waarom ik zoo was
opgetreden tegen zijn broer. Ik stond op het
standpunt een belofte moet worden nage-
komen. Wanneer zij bij mij waren gekomen
dat het niet mogelijk het bedrag ineens
te betalen, dan was met mij een regeling Het document is geschreven in een vlot, enigszins slordig cursief handschrift. De tekst beschrijft een zakelijke of sociale interactie waarbij de schrijver iemand een 'voorschotkaart' had gegeven op basis van een belofte. Omdat deze belofte niet werd nagekomen, dreigde de schrijver de kaart in te trekken. Dit leidde tot een gesprek met de oudste broer van de betrokkene.

De schrijver hanteert een moreel standpunt: afspraak is afspraak ("een belofte moet worden nagekomen"). Tegelijkertijd geeft de laatste zin aan dat de schrijver wel openstond voor overleg of een betalingsregeling als er eerlijk over de onmogelijkheid tot betalen was gecommuniceerd. De term 'voorschotkaart' suggereert een systeem waarbij werknemers of behoeftigen krediet kregen (bijvoorbeeld in een fabriekswinkel of via een charitatieve instelling) dat later met loon of uitkering zou worden verrekend. De toon is die van een meerdere (werkgever, opzichter of weldoener) die verantwoording aflegt over zijn handelen of dit vastlegt in een dossier. Het fragment eindigt abrupt midden in een zin die waarschijnlijk vervolgt met "mogelijk geweest" of "te treffen".

Samenvatting

Het document is geschreven in een vlot, enigszins slordig cursief handschrift. De tekst beschrijft een zakelijke of sociale interactie waarbij de schrijver iemand een 'voorschotkaart' had gegeven op basis van een belofte. Omdat deze belofte niet werd nagekomen, dreigde de schrijver de kaart in te trekken. Dit leidde tot een gesprek met de oudste broer van de betrokkene.

De schrijver hanteert een moreel standpunt: afspraak is afspraak ("een belofte moet worden nagekomen"). Tegelijkertijd geeft de laatste zin aan dat de schrijver wel openstond voor overleg of een betalingsregeling als er eerlijk over de onmogelijkheid tot betalen was gecommuniceerd.

Historische Context

De term 'voorschotkaart' suggereert een systeem waarbij werknemers of behoeftigen krediet kregen (bijvoorbeeld in een fabriekswinkel of via een charitatieve instelling) dat later met loon of uitkering zou worden verrekend. De toon is die van een meerdere (werkgever, opzichter of weldoener) die verantwoording aflegt over zijn handelen of dit vastlegt in een dossier. Het fragment eindigt abrupt midden in een zin die waarschijnlijk vervolgt met "mogelijk geweest" of "te treffen".

Gerelateerde Documenten 6