Administratieve notitie / dossierstuk betreffende een betalingsachterstand.
Origineel
Administratieve notitie / dossierstuk betreffende een betalingsachterstand. 12 april 1940 (hoofddatum), met een interne notitie van 11 april 1940. № 66/5/1 M. 1940 12/4
J. Blank, Breitnerstraat 129. Den Haag
heeft verklaring geteekend voor het innemen
van een plaats op de Centrale Markt
no 106 voor het kalenderjaar 1940.
Van het verschuldigde plaatsgeld f 500.-
waarvan inmiddels 4 termijnen zijn verstreken
en dus 4 x f 41.67 = f 166.68
betaald had moeten zijn.
heeft Blank slechts f 17.50-
betaald. _______
Zijn schuld bedraagt dus thans f 149.18
Blank zou in de gevangenis zitten
nu aanmanen tot onmiddellijke betaling
van f 149.18 bij de kassa van de Gem. Markten
of door overschrijving op de rekening no 74
van de Centrale Markt bij het Gem. Girokantoor
onder mededeeling dat hij zorg moet dragen
dat maandelijks een termijn van f 41.67
wordt voldaan.
Aan hem zal de toegang tot de Centrale Markt
worden ontzegd zoolang zijn schuld niet is
aangezuiverd.
Hr. Broerse
[Rechtsonder, in een afwijkend handschrift:]
U sprak hier reeds over, maar
ik zoude wachten, of Blank spoedig
terugkomt, anders aanschrijven? 11/4 '40 * Financiële status: De marktkoopman J. Blank heeft een aanzienlijke betalingsachterstand voor zijn standplaats (no. 106) op de Centrale Markt. Van de f 166,68 die hij op dat moment in het jaar verschuldigd zou moeten zijn (4 termijnen), heeft hij slechts f 17,50 voldaan.
* Bijzondere omstandigheid: In de tekst wordt expliciet vermeld dat Blank "in de gevangenis zou zitten". Dit wordt gepresenteerd als de mogelijke reden voor het uitblijven van de betalingen en zijn afwezigheid op de markt.
* Handhaving: De administratie is streng: ondanks de mogelijke detentie wordt voorgesteld een aanmaning te sturen en wordt de toegang tot de markt ontzegd totdat de schuld volledig is "aangezuiverd".
* Interne correspondentie: De krabbel linksonder (gedateerd 11/4) laat zien dat er twijfel was over de aanpak. Er wordt voorgesteld nog even te wachten om te zien of hij "terugkomt" (mogelijk uit detentie of op de markt verschijnt) voordat de officiële aanmaning de deur uitgaat. Dit document biedt een inkijkje in de gemeentelijke bureaucratie van Den Haag, slechts enkele weken voor de Duitse inval in mei 1940. De Centrale Markt was een vitaal onderdeel van de stedelijke economie. Voor een kleine zelfstandige in die tijd was een jaarlijks marktgeld van 500 gulden een zeer fors bedrag (ter vergelijking: een gemiddeld arbeidersloon lag toen rond de 20 tot 25 gulden per week). De vermelding van gevangenschap zonder verdere context suggereert dat dit voor de marktdienst een louter praktisch probleem was voor de inning van gelden, ongeacht de reden van de detentie. J. Blank