Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 20 april 1940 (verzonden op 23 april 1940). De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam). [Linksboven:]
VP/DV.
66/6/2 M.
1
[Rechtsboven, handgeschreven:]
ten. Mr. Broek
Verzonden 23/4-'40
[Rechtsboven, getypt:]
20 April 1940.
[Onderwerp, links:]
Klacht van M. Nebig, inzake
gebroken closetpot in pakhuis-
afdeeling Hal Centrale Markt.
[Adres, rechts:]
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Inhoud:]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 17
dezer om advies ontvangen stuk No. 383 L.M. 1940 heb ik de eer U
te berichten, dat, tijdens de vorstperiode van den afgeloopen
winter, de closetpot in de door adressant gehuurde pakhuisafdee-
ling no. H 15 in de hal op de Centrale Markt is gesprongen. Dit
is ongetwijfeld mede aan de schuld van adressant te wijten, die
heeft verzuimd om in het water van den pot zout te doen. Bij het
herstellen van de vorstschade op de Centrale Markt is systema-
tisch te werk gegaan, waarbij allereerst het meest dringende
werk is verricht en het herstellen van schade, die, zooals in
het onderhavige geval, mede aan schuld van de gebruikers is te
wijten, het langst werd uitgesteld. Dit neemt niet weg, dat de
bedrijfschef reeds op 22 Maart jl. opdracht heeft gegeven, om den
closetpot van adressant te doen herstellen; toen adressant mij
hierover op 4 April jl. sprak, deelde ik hem dan ook mede, dat
de herstelling ongetwijfeld spoedig zou worden uitgevoerd. Er
moesten evenwel nieuwe closetpotten worden besteld, die eerst
op 15 April jl. werden ontvangen. Op 16 April jl. is een nieuwe
pot in het pakhuis van adressant geplaatst. Ik geef U mitsdien
beleefd in overweging de onderhavige aangelegenheid als afge-
daan te beschouwen.
[Onderaan rechts:]
De Directeur, In deze brief reageert de directeur van de Centrale Markt op een klacht van een huurder, de heer M. Nebig. De huurder klaagde over een kapotte closetpot (toiletpot) in zijn pakhuisunit (H 15). De directeur erkent het probleem, maar wijst de schuld deels toe aan de huurder zelf: deze zou hebben nagelaten zout in het water te doen om bevriezing te voorkomen.
De brief legt uit dat er door de extreme vorst veel schade was op de markt en dat reparaties "systematisch" werden aangepakt. Schadegevallen waarbij de gebruiker zelf schuld had, kregen de laagste prioriteit. Desondanks is de reparatie uiteindelijk uitgevoerd nadat er nieuwe voorraad was binnengekomen. De directeur verzoekt de wethouder hiermee de zaak als afgehandeld te beschouwen. De toon is zakelijk en licht defensief wat betreft de duur van de afhandeling. De brief dateert van 20 april 1940, slechts drie weken voor de Duitse inval in Nederland. Het is een interessant tijdsdocument dat de dagelijkse gang van zaken in de gemeentelijke bureaucratie van Amsterdam laat zien in een periode van hoogspanning.
De winter van 1939-1940 staat bekend als een van de strengste winters in de Nederlandse geschiedenis, wat de "vorstperiode" en de massale schade op de Centrale Markt verklaart. Het gebruik van zout in toiletpotten was in die tijd een gangbare methode om het bevriezen en barsten van porselein in onverwarmde bedrijfsruimten te voorkomen. De "Centrale Markt" (geopend in 1934 in Amsterdam-West) was cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad, wat verklaart waarom dergelijke klachten direct via de Wethouder voor de Levensmiddelen liepen.