Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 356
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (ambtelijk schrijven).

25 mei 1940 (verzonden op 28 mei 1940). Van: De Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt te Amsterdam).

Origineel

Getypte brief (ambtelijk schrijven). 25 mei 1940 (verzonden op 28 mei 1940). De Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt te Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven:]
ten. Mr. Moerel
ten. Mr. Müller

[Getypt linksboven:]
VP/DV.
66/9/2 M.

[Handgeschreven in het midden:]
Verzonden 28/5-1940.

[Getypt rechts:]
25 Mei 1940.

[Getypt links:]
Kwijtschelding plaatsgeld Centrale Markt ten name van
J. Posener.

[Getypt rechts:]
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Hoofdtekst:]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J. Posener, Uiterwaardenstraat 27 II, die twee plaatsen in de hal op de Centrale Markt voor het kalenderjaar 1940 heeft bezet, schriftelijk heeft verzocht in verband met de tijdsomstandigheden van de verplichting tot betaling van één dier plaatsen te worden ontheven en die plaats te mogen ontruimen. Inwilliging van dit verzoek lijkt mij billijk, aangezien Posener, die voornamelijk in geimporteerd fruit handelt, onder de huidige omstandigheden zeker aan twee marktplaatsen geen behoefte heeft. Indien hij van één der beide plaatsen wordt ontslagen, zal hem mijns inziens kwijtschelding van marktgeld tot een bedrag van f 250,- moeten worden verleend. Hem is namelijk toegestaan het verschuldigde plaatsgeld ad f 500,- per kalenderjaar in maandelijksche termijnen te beta-len. Had hij het tarief per kalendermaand gekozen, dan zou hij tot 1 Juni a.s. schuldig zijn geweest 5 x f 50,- = f 250,-. Dit bedrag afgetrokken van het totaal bedrag van f 500,-, geeft het bedrag der kwijtschelding aan. Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat dienovereenkomstig door Burgemeester en Wethouders wordt besloten, zulks ingevolge artikel 10 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden.

[Getypt rechtsonder:]
De Directeur,

--- De brief betreft een administratieve afhandeling van een verzoek tot huurvermindering (plaatsgeld) op de Centrale Markt in Amsterdam. De handelaar, J. Posener, huurde twee plekken voor het jaar 1940 voor een totaalbedrag van f 500,-. Vanwege de "tijdsomstandigheden" wil hij één plek opgeven. De directeur adviseert de wethouder om dit verzoek in te willigen en een kwijtschelding van f 250,- te verlenen voor de resterende zeven maanden van het jaar.

De argumentatie is economisch van aard: doordat Posener handelt in geïmporteerd fruit, is zijn handel door de oorlogssituatie waarschijnlijk nagenoeg stilgevallen, waardoor twee standplaatsen overbodig zijn geworden. Er wordt verwezen naar de geldende lokale verordening (artikel 10) om het besluit juridisch te onderbouwen.

--- Dit document is historisch zeer relevant vanwege de datering: 25 mei 1940. Dit is slechts tien dagen na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. De term "tijdsomstandigheden" is een direct eufemisme voor de ontregeling van de internationale handel en de economie door het uitbreken van de oorlog. Voor een handelaar in "geïmporteerd fruit" was de aanvoer onmiddellijk afgesneden.

Daarnaast is de naam van de betrokkene van belang. J. (Joseph) Posener, wonend aan de Uiterwaardenstraat 27-II, was een Joodse Amsterdammer. Dit document toont de eerste economische gevolgen van de oorlog voor Joodse ondernemers in de stad, nog voordat de specifieke anti-Joodse maatregelen en onteigeningen door de bezetter op grote schaal werden ingevoerd. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Joseph Posener en zijn gezin later in de oorlog zijn weggevoerd en vermoord, wat deze ogenschijnlijk droge zakelijke correspondentie een tragische lading geeft.

Samenvatting

De brief betreft een administratieve afhandeling van een verzoek tot huurvermindering (plaatsgeld) op de Centrale Markt in Amsterdam. De handelaar, J. Posener, huurde twee plekken voor het jaar 1940 voor een totaalbedrag van f 500,-. Vanwege de "tijdsomstandigheden" wil hij één plek opgeven. De directeur adviseert de wethouder om dit verzoek in te willigen en een kwijtschelding van f 250,- te verlenen voor de resterende zeven maanden van het jaar.

De argumentatie is economisch van aard: doordat Posener handelt in geïmporteerd fruit, is zijn handel door de oorlogssituatie waarschijnlijk nagenoeg stilgevallen, waardoor twee standplaatsen overbodig zijn geworden. Er wordt verwezen naar de geldende lokale verordening (artikel 10) om het besluit juridisch te onderbouwen.


Historische Context

Dit document is historisch zeer relevant vanwege de datering: 25 mei 1940. Dit is slechts tien dagen na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. De term "tijdsomstandigheden" is een direct eufemisme voor de ontregeling van de internationale handel en de economie door het uitbreken van de oorlog. Voor een handelaar in "geïmporteerd fruit" was de aanvoer onmiddellijk afgesneden.

Daarnaast is de naam van de betrokkene van belang. J. (Joseph) Posener, wonend aan de Uiterwaardenstraat 27-II, was een Joodse Amsterdammer. Dit document toont de eerste economische gevolgen van de oorlog voor Joodse ondernemers in de stad, nog voordat de specifieke anti-Joodse maatregelen en onteigeningen door de bezetter op grote schaal werden ingevoerd. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Joseph Posener en zijn gezin later in de oorlog zijn weggevoerd en vermoord, wat deze ogenschijnlijk droge zakelijke correspondentie een tragische lading geeft.

Gerelateerde Documenten 6