Dienstbrief / Ambtelijk schrijven
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijk schrijven 25 mei 1940 De Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt Amsterdam, M. Müller) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier") Aangetekend
(Paraaf/Handtekening)
(Handtekening: M. Müller)
VP/DV.
66/9/2 H.
25 Mei 1940.
Kwijtschelding plaatsgeld Cen-
trale Markt ten name van
J. Posener.
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J. Posener, Uiterwaardenstraat 27 II, die twee plaatsen in de hal op de Centrale Markt voor het kalenderjaar 1940 heeft bezet, schriftelijk heeft verzocht in verband met de tijdsonstandigheden van de verplichting tot betaling van één dier plaatsen te worden ontheven en die plaats te mogen ontruimen. Inwilliging van dit verzoek lijkt mij billijk, aangezien Posener, die voornamelijk in geïmporteerd fruit handelt, onder de huidige omstandigheden zeker aan twee marktplaatsen geen behoefte heeft. Indien hij van één der beide plaatsen wordt ontslagen, zal hem mijns inziens kwijtschelding van marktgeld tot een bedrag van ƒ 250,- moeten worden verleend. Hem is namelijk toegestaan het verschuldigde plaatsgeld ad ƒ 500,- per kalenderjaar in maandelijksche termijnen te betalen. Had hij het tarief per kalendermaand gekozen, dan zou hij tot 1 Juni a.s. schuldig zijn geweest 5 x ƒ 50,- = ƒ 250,-. Dit bedrag afgetrokken van het totaal bedrag van ƒ 500,-, geeft het bedrag der kwijtschelding aan. Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat dienovereenkomstig door Burgemeester en Wethouders wordt besloten, zulke ingevolge artikel 10 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies van de directeur van de Centrale Markt aan de Amsterdamse wethouder van Levensmiddelen. De kern van de zaak is een verzoek van marktkoopman J. Posener om zijn huurlasten te halveren door een van zijn twee vaste standplaatsen op te geven.
De argumentatie rust op twee pijlers:
1. Economische overmacht: Door de "tijdsonstandigheden" (de Duitse inval en het begin van de bezetting) is de import van fruit nagenoeg stilgevallen. Voor een groothandelaar in geïmporteerd fruit is het aanhouden van twee plekken daardoor onrendabel geworden.
2. Billijkheid: De directeur rekent voor dat Posener, als hij per maand had betaald in plaats van per jaar, precies tot aan de maand juni verschuldigd zou zijn geweest wat hij nu al heeft voldaan (ƒ 250,-). De kwijtschelding van de resterende ƒ 250,- voor de rest van het jaar wordt daarom als een eerlijke oplossing gezien.
Het document illustreert de directe economische gevolgen van het uitbreken van de oorlog voor de Amsterdamse handel en de ambtelijke afhandeling daarvan in de eerste weken van de bezetting. De datum van de brief, 25 mei 1940, is cruciaal. Nederland was op dat moment slechts elf dagen na de capitulatie (14 mei) officieel bezet gebied. De "Centrale Markt" was de groothandelsmarkt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam.
De naam J. Posener (Joël Posener) is historisch significant. Hij woonde in de Uiterwaardenstraat, een straat in de Rivierenbuurt waar veel Joodse Amsterdammers woonden. De handel in tropisch en geïmporteerd fruit was een sector waarin veel Joodse handelaren actief waren. Deze brief markeert het begin van de economische neergang voor deze ondernemers, niet alleen door het wegvallen van de import via de havens, maar ook door de aanstaande uitsluiting en vervolging door de bezetter. Het feit dat de brief nog "business as usual" behandelt volgens de bestaande verordeningen, toont de bureaucratische continuïteit in de eerste fase van de bezetting.