Doorslag van een ambtelijke brief / adviesnota.
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief / adviesnota. 19 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). (Handgeschreven, rechtsboven:)
1ex. Mr. Brause
1ex. Mr. Müller
(Getypt:)
VP/HG.
66/11/4 M.
(Handgeschreven:)
Verzonden 19/8-'40.
(Getypt:)
19 Augustus 1940.
Kwijtschelding plaatsgeld
Centrale Markt aan J.J.Griffioen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J.J. Griffioen, Zuider Voorstraat 143 Vreeland, in de maand Mei jl. een plaats in de hal op de Centrale Markt heeft bezet, waarvoor hij een bedrag van f 50,- schuldig was. Van dit bedrag heeft hij f 12,50 betaald, terwijl hij alleen in de eerste dagen van Mei van de bedoelde plaats heeft gebruik gemaakt, doch nadien niet meer, aangezien hij tengevolge van de oorlogsomstandigheden niet van Vreeland naar Amsterdam kon komen. Griffioen verzoekt thans het door hem pro resto verschuldigde bedrag van f 37,50 kwijt te schelden, welk verzoek mij billijk lijkt.
Ik moge U mitsdien beleefd in overweging geven wel te willen bevorderen, dat door Burgemeester en Wethouders tot deze kwijtschelding wordt besloten, zulks overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden.
De Directeur, * Inhoud: De directeur van de Centrale Markt adviseert de wethouder om een schuld van f 37,50 kwijt te schelden aan een marktkoopman uit Vreeland. De handelaar kon zijn standplaats in mei 1940 niet bereiken door de ontregeling van het land.
* Terminologie: "Pro resto" betekent het resterende bedrag. "Mitsdien" is een formeel synoniem voor 'daarom'. De afkorting "jl." staat voor 'jongstleden'.
* Administratieve weg: De directeur doet een formeel voorstel aan de wethouder, die dit vervolgens moet voorleggen aan het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) voor een officieel besluit. De juridische basis hiervoor is artikel 10 van de lokale marktverordening. Dit document is geschreven slechts drie maanden na de Duitse inval in Nederland (mei 1940). De "oorlogsomstandigheden" waarover gesproken wordt, verwijzen direct naar de chaos tijdens en vlak na de meidagen. Door vernielde bruggen, geblokkeerde wegen en de algemene staat van beleg was het voor mensen buiten de stad (zoals uit Vreeland) vaak fysiek onmogelijk om de Amsterdamse Centrale Markt te bereiken. De brief illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie direct na de inval probeerde de praktische en financiële gevolgen van de oorlog voor burgers op een "billijke" (rechtvaardige) wijze op te lossen. De genoemde bedragen waren destijds aanzienlijk; f 37,50 stond gelijk aan ongeveer anderhalf weekloon voor een gemiddelde arbeider in 1940.