Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 377
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk schrijven / Adviesnota aan het College van Burgemeester en Wethouders (B&W).

16 augustus 1940 (datumstempel), met een handgeschreven datum 19/8/40 onderaan.

Origineel

Ambtelijk schrijven / Adviesnota aan het College van Burgemeester en Wethouders (B&W). 16 augustus 1940 (datumstempel), met een handgeschreven datum 19/8/40 onderaan. W. Griffioen. Vreeland

heeft een verklaring getekend voor het
bezetten van een plaats in de hal in de
maand mei 1940.
Hij heeft van de verschuldigde
$f$ 50.- slechts $f$ 12.50 betaald en is dus
nog $f$ 37.50 schuldig.
In de maand augustus 1940
bezet Griffioen opnieuw een plaats in de
hal. Het plaatsgeld voor deze plaats
is reeds gedeeltelijk voldaan.
Griffioen vraagt schriftelijk
ontheffing van betalen van plaatsgeld over de
maand mei omdat hij ten gevolge van den
oorlogstoestand zijn plaats niet heeft kunnen
bezetten.
m.i. is het billijk, dat in dit
bijzonder geval aan het verzoek van Griffioen
wordt voldaan. Aan B.W. voorstellen
om op gronden van billijkheid krachtens art 10
v.d. Ver. h. de gevraagde kwijtschelding v/h bedrag
van $f$ 37.50 te verlenen.

[Handtekening/Paraaf]
19/8/40

[Stempel: 16 AUG. 1940] Het document is een interne ambtelijke notitie waarin een besluit wordt voorbereid aangaande een financieel verzoek van een burger. De kern van de zaak is een schuld van 37,50 gulden. De heer Griffioen had een staanplaats gehuurd in "de hal" (waarschijnlijk een markthal of veilinghal) voor de maand mei 1940. Vanwege de Duitse inval op 10 mei 1940 en de daaropvolgende oorlogstoestand kon hij deze plaats niet benutten.

De ambtenaar die de nota schrijft, adviseert positief op het verzoek tot kwijtschelding. Het argument dat gebruikt wordt is "billijkheid" (redelijkheid en rechtvaardigheid). Men erkent dat de huurder buiten zijn schuld om geen gebruik heeft kunnen maken van de gehuurde ruimte. Er wordt verwezen naar "art 10 v.d. Ver. h." (vermoedelijk de Verordening op de Hal of een vergelijkbare marktverordening) als juridische grondslag om de kwijtschelding te verlenen. Dit document biedt een klein maar treffend inkijkje in de maatschappelijke ontregeling direct na de Nederlandse capitulatie in mei 1940. Terwijl de Duitse bezetting net was begonnen, draaide de gemeentelijke bureaucratie door. Burgers probeerden de financiële schade van de gevechtsweek en de daaropvolgende chaos te beperken.

De datum (augustus 1940) laat zien dat het openbare leven en de handel zich drie maanden na de inval weer probeerden te herstellen ("bezet Griffioen opnieuw een plaats"). Het bedrag van 37,50 gulden was voor die tijd aanzienlijk; ter vergelijking: het gemiddelde weekloon van een arbeider lag in 1940 rond de 25 à 30 gulden. De overheid toonde zich in dit geval coulant door de overmachtsituatie van de oorlog te erkennen.

Samenvatting

Het document is een interne ambtelijke notitie waarin een besluit wordt voorbereid aangaande een financieel verzoek van een burger. De kern van de zaak is een schuld van 37,50 gulden. De heer Griffioen had een staanplaats gehuurd in "de hal" (waarschijnlijk een markthal of veilinghal) voor de maand mei 1940. Vanwege de Duitse inval op 10 mei 1940 en de daaropvolgende oorlogstoestand kon hij deze plaats niet benutten.

De ambtenaar die de nota schrijft, adviseert positief op het verzoek tot kwijtschelding. Het argument dat gebruikt wordt is "billijkheid" (redelijkheid en rechtvaardigheid). Men erkent dat de huurder buiten zijn schuld om geen gebruik heeft kunnen maken van de gehuurde ruimte. Er wordt verwezen naar "art 10 v.d. Ver. h." (vermoedelijk de Verordening op de Hal of een vergelijkbare marktverordening) als juridische grondslag om de kwijtschelding te verlenen.

Historische Context

Dit document biedt een klein maar treffend inkijkje in de maatschappelijke ontregeling direct na de Nederlandse capitulatie in mei 1940. Terwijl de Duitse bezetting net was begonnen, draaide de gemeentelijke bureaucratie door. Burgers probeerden de financiële schade van de gevechtsweek en de daaropvolgende chaos te beperken.

De datum (augustus 1940) laat zien dat het openbare leven en de handel zich drie maanden na de inval weer probeerden te herstellen ("bezet Griffioen opnieuw een plaats"). Het bedrag van 37,50 gulden was voor die tijd aanzienlijk; ter vergelijking: het gemiddelde weekloon van een arbeider lag in 1940 rond de 25 à 30 gulden. De overheid toonde zich in dit geval coulant door de overmachtsituatie van de oorlog te erkennen.

Gerelateerde Documenten 6