Officieel extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam.
Origineel
Officieel extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders (B&W) van Amsterdam. 30 augustus 1940. [Stempel linksboven:] № 66/11/6 M. 1940 9/9
[Handgeschreven rechtsboven:]
Marktw
m. i. v. Müller [?]
[Getypte tekst:]
No. 789 L.M. 1940. Kwijtschelding marktgeld
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Vrijdag, 30 Augustus 1940.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het vol-
gende besluit genomen:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien het rapport van den Directeur van het Marktwezen,
dd. 19 Augustus 1940, No.66/11/4 M (No.789 L.M.1940);
Gelet op het kantschrijven van den Wethouder voor de
Financiën, dd. 26 Augustus 1940, No.1126/82.7 F.1940 (No.789
L.M.1940);
B e s l u i t e n :
aan J.J. Griffioen, Zuider Voorstraat 143, Vreeland een bedrag
aan marktgeld ad ƒ 37,50 kwijt te schelden.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdee-
lingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwemin-
richtingen (3 stuks) en Financiën (2 stuks).
Sp.
[Paraaf] Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
[Handgeschreven in de linker marge:]
Geboekt [?]
7 Dit document is een formeel administratief besluit van het Amsterdamse stadsbestuur. Het betreft de kwijtschelding van een schuld van ƒ 37,50 (gulden) aan marktgeld voor een zekere J.J. Griffioen uit Vreeland.
De procedure die uit de tekst naar voren komt is uiterst bureaucratisch:
1. Er is een rapport opgesteld door de Directeur van het Marktwezen.
2. Er is een "kantschrijven" (advies in de marge) gekomen van de Wethouder van Financiën.
3. De Wethouder van Levensmiddelen (waaronder markten vielen) heeft het uiteindelijke voorstel ingediend bij het college van B&W.
4. Het besluit wordt bekrachtigd door de Secretaris (mr. H.J.D. van Lier).
Het bedrag van 37,50 gulden was in 1940 aanzienlijk; het kwam ongeveer overeen met anderhalf tot twee weken loon voor een gemiddelde arbeider. De reden voor de kwijtschelding wordt in dit extract niet vermeld, maar dergelijke besluiten werden meestal genomen op basis van aangetoonde financiële onmacht of persoonlijke rampspoed. Het document dateert van 30 augustus 1940, slechts enkele maanden na de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Hoewel de bezetting was begonnen, functioneerde het Nederlandse ambtenarenapparaat en het gemeentebestuur in deze fase nog grotendeels volgens de vooroorlogse structuren en regels. De nazi-autoriteiten hielden wel toezicht, maar de dagelijkse beslommeringen, zoals het innen of kwijtschelden van marktgeld, bleven de verantwoordelijkheid van de gemeente.
De ondertekenaar, mr. H.J.D. van Lier, was de gemeentesecretaris van Amsterdam. Hij zou later in de oorlog door de bezetter worden ontslagen vanwege zijn weigering om mee te werken aan anti-Joodse maatregelen. Het adres van de begunstigde in Vreeland suggereert dat deze marktkoopman van buiten de stad naar de Amsterdamse markten kwam om zijn waren te verkopen.