Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 388
Jaar 1940
Stadsarchief

Administratieve notitie / memorandum op een voorgedrukt formulier ("Bijblad").

11 juli 1940 (datum van doorzending), met interne data tot 16 juli 1940.

Origineel

Administratieve notitie / memorandum op een voorgedrukt formulier ("Bijblad"). 11 juli 1940 (datum van doorzending), met interne data tot 16 juli 1940. [Linksboven in stempelkader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 66/15/1 1940
DOORGEZONDEN: 11/7

[Hoofdtekst]
L. Smeer heeft voor 1940 een jaarverbintenis geteekend voor een plaats in de hal. (fl 500 per jaar)
In Mei 1940 stagneerde de betaling en bedraagt z’n schuld op heden (16/7 1940)

Hr. Smeer heeft een hovenierskant. [?] % mei 20.69
en standplaats op de markt. Juni 41.67
Betaald is hiermede met f 2.10 per Juli 41.67
week af. [Paraaf] 15/7 - 40 ----------
f 104.03

M.i. aan B & W verzoeken deze verbintenis per 1 Aug. 1940 te ontbinden.
L. Smeer zal dan over een tijdvak van 7 maanden nog het verschil tusschen maandtarief (f 50.-) en 1/12 van het jaartarief (41.67) moeten bijpassen; zodat de schuld nog verhoogd dient te worden met 7 x 8.33 = 58.31
----------
en er dus een afbetalingsregeling getroffen dient te worden voor f 162.34
een bedrag groot

[Linksonder voetnoot]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft de financiële afwikkeling van een pachtcontract voor een standplaats (waarschijnlijk in een markthal) door de heer L. Smeer.

  • Kern van het probleem: De heer Smeer had een jaarcontract voor 500 gulden per jaar. Echter, in mei 1940 stopten de reguliere betalingen. Op 16 juli 1940 bedraagt de achterstand 104,03 gulden.
  • Voorgestelde oplossing: De ambtenaar stelt voor ("M.i." - mijns inziens) aan het College van Burgemeester en Wethouders (B & W) om het jaarcontract per 1 augustus 1940 te ontbinden.
  • Berekening: Bij ontbinding van een jaarcontract wordt vaak overgestapt op een (duurder) maandtarief voor de reeds verstreken periode. Het maandtarief is 50 gulden, terwijl het jaartarief omgerekend 41,67 gulden per maand bedraagt. Over 7 maanden (januari t/m juli) moet Smeer het verschil van 8,33 gulden per maand extra betalen (totaal 58,31 gulden).
  • Conclusie: De totale schuld komt hiermee op 162,34 gulden, waarvoor een afbetalingsregeling moet worden getroffen. Smeer betaalt op dat moment reeds kleine bedragen af (2,10 gulden per week). Het document is direct gerelateerd aan de historische situatie in Nederland in de zomer van 1940. De invasie door nazi-Duitsland in mei 1940 zorgde voor onmiddellijke economische ontregeling. De tekst vermeldt expliciet dat de betalingen "in Mei 1940 stagneerde", wat wijst op de directe financiële impact van de oorlogsomstandigheden op kleine ondernemers zoals marktkooplieden. Het document geeft inzicht in hoe lokale overheden (waarschijnlijk van een grote stad met een markthal) in de eerste maanden van de bezetting omgingen met contractbreuk en schuldsanering.

Samenvatting

Dit document betreft de financiële afwikkeling van een pachtcontract voor een standplaats (waarschijnlijk in een markthal) door de heer L. Smeer.

  • Kern van het probleem: De heer Smeer had een jaarcontract voor 500 gulden per jaar. Echter, in mei 1940 stopten de reguliere betalingen. Op 16 juli 1940 bedraagt de achterstand 104,03 gulden.
  • Voorgestelde oplossing: De ambtenaar stelt voor ("M.i." - mijns inziens) aan het College van Burgemeester en Wethouders (B & W) om het jaarcontract per 1 augustus 1940 te ontbinden.
  • Berekening: Bij ontbinding van een jaarcontract wordt vaak overgestapt op een (duurder) maandtarief voor de reeds verstreken periode. Het maandtarief is 50 gulden, terwijl het jaartarief omgerekend 41,67 gulden per maand bedraagt. Over 7 maanden (januari t/m juli) moet Smeer het verschil van 8,33 gulden per maand extra betalen (totaal 58,31 gulden).
  • Conclusie: De totale schuld komt hiermee op 162,34 gulden, waarvoor een afbetalingsregeling moet worden getroffen. Smeer betaalt op dat moment reeds kleine bedragen af (2,10 gulden per week).

Historische Context

Het document is direct gerelateerd aan de historische situatie in Nederland in de zomer van 1940. De invasie door nazi-Duitsland in mei 1940 zorgde voor onmiddellijke economische ontregeling. De tekst vermeldt expliciet dat de betalingen "in Mei 1940 stagneerde", wat wijst op de directe financiële impact van de oorlogsomstandigheden op kleine ondernemers zoals marktkooplieden. Het document geeft inzicht in hoe lokale overheden (waarschijnlijk van een grote stad met een markthal) in de eerste maanden van de bezetting omgingen met contractbreuk en schuldsanering.

Gerelateerde Documenten 6