Handgeschreven brief (verzoekschrift/kennisgeving).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/kennisgeving). 10 juli 1940. P. Smery (ondergetekende). [Linksboven gestempeld/geschreven:]
№ 66/15/ M. 1940 11/7
[Rechtsboven handgeschreven aantekeningen, mogelijk van ambtenaren:]
vi Dr. we 10/Juli 40
Th. [onleesbaar] Amsterdam
Th. Brouwer
[Rechtsboven:]
Amsterdam 10 Juli 40
[Aanhef:]
M. H. Directeur
[Inhoud:]
Ondergetekende doet Uw Edelen berichten
als dat ik mijn plaats aan de Cent. markt niet
langer kan bekostigen daar de toestand van
dien aard is dat ik geheel aan lager wal ben
geraakt en niet een cent bezit om verder zaken
te kunnen doen. Zoo doende moet ik mijn plaats
op geven. Ik hoop a.s maandag even persoonlijk
bij u te komen om verdere bespreking aangaande
mijn achterstallige schuld die ik noch aan Markt
wezen verschuldig ben daar ik een week ziek
ben gewees kan ik het u niet eerder berichten
Hopende op u Edelen welwillend heid
blijf ik u voor lopig dank heden.
[Ondertekening:]
Ondergetekende
P. Smery
--- * Taal en Stijl: De brief is geschreven in een formele, bijna onderdanige stijl die typerend was voor correspondentie met de overheid in die tijd ("Uw Edelen", "welwillendheid"). De spelling vertoont enkele archaïsche vormen en fonetische fouten (bijv. "bekastichen" of "bekostichen" voor bekostigen, "gewees" voor geweest, "voor lopig" voor voorlopig), wat suggereert dat de schrijver een bescheiden educatieve achtergrond had.
* Inhoudelijke kern: De schrijver, P. Smery, verkeert in grote financiële nood ("geheel aan lager wal") en kan de kosten voor een standplaats op de Centrale Markt in Amsterdam niet meer opbrengen. Er is sprake van een schuld aan het 'Marktwezen'. De afzender kondigt een persoonlijk bezoek aan om de zaak te bespreken en verontschuldigt zich voor de late berichtgeving vanwege een week ziekte.
* Paleografische kenmerken: Het handschrift is een vlot lopend cursief uit het midden van de 20e eeuw. Het is goed leesbaar, met de kenmerkende hoge lussen en scherpe hoeken van die periode. * Historische context: De brief is gedateerd op 10 juli 1940, slechts twee maanden na de Duitse inval in Nederland. Dit was een periode van grote economische onzekerheid. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was een vitaal punt voor de voedseldistributie, maar veel kleine handelaren raakten door de oorlogsomstandigheden, rantsoenering en wegvallende handel hun inkomsten kwijt.
* Institutionele context: De brief is gericht aan de directie van de gemeentelijke marktorganisatie. De administratieve stempels en aantekeningen bovenin duiden op een officiële verwerking binnen het gemeentelijk apparaat. Dergelijke brieven geven een indringend beeld van de menselijke kant van de economische crisis aan het begin van de bezetting.