Ambtelijk typoscript (doorslag of kopie).
Origineel
Ambtelijk typoscript (doorslag of kopie). 19 augustus 1940. De Directeur (van de Centrale Markt). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Rechtsboven handgeschreven:]
Mr. Fr. Mouw
Hr. Mr. Müller
[Links:]
vP/HG.
66/15/2 M.
1
[Handgeschreven aantekening bij datum:]
Verzonden 19/8-’40.
[Rechts:]
19 Augustus 1940.
Kwijtschelding op de Centrale
Markt verschuldigd plaatsgeld
aan L. Smeer.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 10 Juli jl. door L. Smeer, Blasiusstraat 18, aan mij gerichten brief. Aan Smeer voornoemd is voor het kalenderjaar 1940 als verkooper toegang verleend tot de Centrale Markt, waar hij een plaats in de hal heeft bezet. Het terzake verschuldigde plaatsgeld ten bedrage van ƒ 500,- werd door hem in maandelijksche termijnen betaald. Hij verzoekt thans hem, gerekend te zijn ingegaan 1 Augustus jl., ontheffing van de resteerende termijnen te verleenen, op grond van het feit, dat hij niet langer in staat is om als grossier zaken te doen. Smeer bezoekt de Centrale Markt thans als kooper en hij bezet een plaats op een der dagmarkten hier ter stede als kleinhandelaar. Aangezien aannemelijk is, dat hij inderdaad financieel onmachtig is om aan zijn verplichtingen te voldoen, geef ik U beleefd in overweging zijn verzoek in te willigen. Indien hij het verschuldigde plaatsgeld volgens het tarief per kalendermaand had betaald, zou hij over de eerste 7 maanden van dit jaar een bedrag van ƒ 350,- ( 7 x ƒ 50,-) zijn schuldig geweest. Hij komt mitsdien voor een kwijtschelding van ƒ 150,- in aanmerking.
Ik stel U voor wel te willen bevorderen, dat dienovereenkomstig door Burgemeester en Wethouders wordt besloten, zulks ingevolge artikel 10 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden.
De Directeur, Dit document is een ambtelijke correspondentie waarin de directeur van de Amsterdamse Centrale Markt adviseert over een verzoek tot schuldsanering (kwijtschelding) van een marktkoopman.
- Economische verschuiving: De brief beschrijft hoe Louis Smeer zijn groothandelsactiviteiten ("grossier") op de Centrale Markt moet staken wegens financiële problemen. Hij is gedegradeerd tot kleinhandelaar op lokale dagmarkten.
- Berekening: De administratieve logica is strikt: het jaarbedrag van ƒ 500,- wordt omgerekend naar ƒ 50,- per maand. Omdat hij tot augustus heeft gewerkt, heeft hij ƒ 350,- "verbruikt". Het advies is om de resterende ƒ 150,- kwijt te schelden.
-
Juridisch kader: Het besluit wordt getoetst aan de toenmalige "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden", specifiek artikel 10, wat wijst op een gestandaardiseerde procedure voor armoedebestrijding of zakelijke tegemoetkoming binnen de gemeente. Het document dateert van drie maanden na de Nederlandse capitulatie in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een louter zakelijke toon voert, is de historische context van groot belang:
-
De persoon: Uit archieven (zoals de Joodse Raad-kaarten) blijkt dat Louis Smeer (geb. 1891) een Joodse fruitkoopman was die op de Blasiusstraat 18 woonde. De Blasiusstraat lag in een buurt met een hoge concentratie Joodse inwoners.
- Bezettingsperiode: In augustus 1940 waren de grootschalige anti-Joodse economische uitsluitingsmaatregelen (zoals de arisering van bedrijven) formeel nog in voorbereiding, maar de economische druk op Joodse ondernemers nam direct na de inval al merkbaar toe. Het verlies van zijn positie als grossier en zijn "financiële onmacht" kunnen vroege symptomen zijn van deze marginalisering.
- Overleving: Dit document legt een specifiek moment vast in de neergang van een Joodse onderneming aan het begin van de bezetting. Louis Smeer heeft, in tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten, de oorlog overleefd.