Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 392
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk schrijven / Adviesnota.

19 augustus 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of de betreffende gemeentelijke dienst).

Origineel

Ambtelijk schrijven / Adviesnota. 19 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of de betreffende gemeentelijke dienst). (Linksboven, handgeschreven:)
Genoteerd
k

(Midden boven, getypt:)
VP/HG.

(Rechtsboven, handgeschreven:)
M. Müller

(Linksboven, onder handtekening:)
66/15/2 II.
1

(Rechtsboven, getypt:)
19 Augustus 1940.

(Linkszijde, onderwerp:)
Kwijtschelding op de Centrale
Markt verschuldigd plaatsgeld
aan L. Smeer.

(Rechtszijde, adressering:)
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

(Body tekst:)
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te
doen toekomen van een op 10 Juli jl. door L. Smeer, Blasius-
straat 18, aan mij gerichten brief. Aan Smeer voornoemd is
voor het kalenderjaar 1940 als verkooper toegang verleend
tot de Centrale Markt, waar hij een plaats in de hal heeft
bezet. Het terzake verschuldigde plaatsgeld ten bedrage van
f 500,- werd door hem in maandelijksche termijnen betaald.
Hij verzoekt thans hem, gerekend te zijn ingegaan 1 Augustus
jl., ontheffing van de resteerende termijnen te verleenen,
op grond van het feit, dat hij niet langer in staat is om
als grossier zaken te doen. Smeer bezoekt de Centrale Markt
thans als kooper en hij bezet een plaats op een der dag-
markten hier ter stede als kleinhandelaar. Aangezien aanne-
melijk is, dat hij inderdaad financieel onmachtig is om aan
zijn verplichtingen te voldoen, geef ik U beleefd in over-
weging zijn verzoek in te willigen. Indien hij het verschul-
digde plaatsgeld volgens het tarief per kalendermaand had
betaald, zou hij over de eerste 7 maanden van dit jaar een
bedrag van f 350,- ( 7 x f 50,-) zijn schuldig geweest. Hij
komt mitsdien voor een kwijtschelding van f 150,- in aan-
merking.

Ik stel U voor wel te willen bevorderen, dat dien-
overeenkomstig door Burgemeester en Wethouders wordt beslo-
ten, zulks ingevolge artikel 10 van de Verordening op de
heffing van markt-, standplaats- en ventgelden.

(Rechtsonder:)
De Directeur, Dit document is een formeel advies van de directeur van de Amsterdamse Centrale Markt aan de wethouder voor Levensmiddelen. Het betreft een verzoek om kwijtschelding van marktgeld (plaatsgeld) voor de heer L. Smeer.

Smeer was als grossier (groothandelaar) op de Centrale Markt werkzaam en had daarvoor een jaarcontract ter waarde van 500 gulden. Vanwege financiële problemen kan hij zijn groothandel niet voortzetten. Hij is gedegradeerd naar de status van kleinhandelaar op de reguliere dagmarkten en bezoekt de Centrale Markt enkel nog als inkoper.

De directeur berekent dat Smeer over de eerste zeven maanden van 1940 (januari t/m juli) naar rato 350 gulden verschuldigd zou zijn. Hij adviseert de wethouder om het restant van het jaargeld, een bedrag van 150 gulden, kwijt te schelden op basis van de geldende marktverordening. De toon van de brief is ambtelijk-zakelijk, maar welwillend jegens de verzoeker. De brief is gedateerd op 19 augustus 1940, slechts drie maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de meest beruchte anti-Joodse maatregelen nog moesten volgen, was de economische druk op de Joodse bevolking in Amsterdam al direct voelbaar.

Het adres Blasiusstraat 18 bevond zich in de Oosterparkbuurt, een wijk met een destijds zeer grote Joodse populatie. De naam L. Smeer (Louis Smeer) komt in archieven voor als een Joodse koopman. Het feit dat hij zijn status als grossier verliest en financieel "onmachtig" is geworden, past in het bredere beeld van de economische ontwrichting van de Joodse middenstand aan het begin van de bezetting.

Dit document biedt een inkijkje in hoe de gemeentelijke bureaucratie in de eerste oorlogsmaanden nog volgens de reguliere vooroorlogse procedures (zoals de marktverordening) bleef functioneren, terwijl de sociale en economische realiteit voor burgers zoals de heer Smeer in rap tempo verslechterde. De wethouder aan wie het schrijven is gericht, was vermoedelijk F.M. Wibaut jr., die in die periode de portefeuille Levensmiddelen beheerde. F.M. Wibaut L. Smeer

Samenvatting

Dit document is een formeel advies van de directeur van de Amsterdamse Centrale Markt aan de wethouder voor Levensmiddelen. Het betreft een verzoek om kwijtschelding van marktgeld (plaatsgeld) voor de heer L. Smeer.

Smeer was als grossier (groothandelaar) op de Centrale Markt werkzaam en had daarvoor een jaarcontract ter waarde van 500 gulden. Vanwege financiële problemen kan hij zijn groothandel niet voortzetten. Hij is gedegradeerd naar de status van kleinhandelaar op de reguliere dagmarkten en bezoekt de Centrale Markt enkel nog als inkoper.

De directeur berekent dat Smeer over de eerste zeven maanden van 1940 (januari t/m juli) naar rato 350 gulden verschuldigd zou zijn. Hij adviseert de wethouder om het restant van het jaargeld, een bedrag van 150 gulden, kwijt te schelden op basis van de geldende marktverordening. De toon van de brief is ambtelijk-zakelijk, maar welwillend jegens de verzoeker.

Historische Context

De brief is gedateerd op 19 augustus 1940, slechts drie maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de meest beruchte anti-Joodse maatregelen nog moesten volgen, was de economische druk op de Joodse bevolking in Amsterdam al direct voelbaar.

Het adres Blasiusstraat 18 bevond zich in de Oosterparkbuurt, een wijk met een destijds zeer grote Joodse populatie. De naam L. Smeer (Louis Smeer) komt in archieven voor als een Joodse koopman. Het feit dat hij zijn status als grossier verliest en financieel "onmachtig" is geworden, past in het bredere beeld van de economische ontwrichting van de Joodse middenstand aan het begin van de bezetting.

Dit document biedt een inkijkje in hoe de gemeentelijke bureaucratie in de eerste oorlogsmaanden nog volgens de reguliere vooroorlogse procedures (zoals de marktverordening) bleef functioneren, terwijl de sociale en economische realiteit voor burgers zoals de heer Smeer in rap tempo verslechterde. De wethouder aan wie het schrijven is gericht, was vermoedelijk F.M. Wibaut jr., die in die periode de portefeuille Levensmiddelen beheerde.

Genoemde Personen 2

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Kruidenier (Droog): Meel Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6