Handgeschreven verzoekschrift/sollicitatiebrief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift/sollicitatiebrief. 20 mei 1939. Een werkzoekende (naam niet vermeld op deze pagina). Nº 11/8/1 M. 1939
Amsterdam, 20 Mei 1939.
Den WelEd. ZeerGel. Heer
Directeur van het Marktwezen.
Amsterdam.
WelEd. ZeerGel. Heer,
Door dezen ben ik zoo vrij UEd. beleefd te verzoeken in aanmerking te mogen komen voor een plaatsing bij één van Uw afdeelingen, zooals marktwezen, ventvergunning-contrôle of dergelijke.
Ik ben 34 jaar oud en heb M.U.L.O. genoten. Vanaf Januari 1930 sta ik ingeschreven op het Stadhuis bij afdeeling arbeidszaken (Juffrouw van Rooyen) voor het verrichten van werkzaamheden in Gemeente bedrijven. Door middel van deze afdeeling heb ik reeds in verschillende Gemeente bedrijven dienst gedaan en heb o.a. bij de Gemeente telefoondienst reeds een tijdelijke aanstelling gehad. Door het toen niet in vaste dienst mogen nemen van tijdelijke werkkrachten wegens teveel wachtgelders, werd aldaar mijn dienstverband weer verbroken.
Ik deed reeds enkele malen het verzoek aan Juffr. van Rooyen om haar medewerking voor plaatsing bij het Marktwezen of haar onderafdeelingen, doch kreeg steeds te hooren dat er nog te veel wachtgelders waren die hiervoor dan eerst in aanmerking kwamen.
Daar ik echter vernam dat er nu geen wachtgelders meer zijn, ben ik dan ook zoo vrij naar een plaatsing bij één Uwer afdee- * Taal en stijl: De brief is geschreven in het uiterst formele Nederlands dat gebruikelijk was voor officiële correspondentie in de vooroorlogse periode. Er wordt gebruikgemaakt van beleefdheidsvormen zoals "WelEd. ZeerGel. Heer" (WelEdel ZeerGeleerde) en "UEd." (Uw Edelheid).
* Inhoud: De schrijver verzoekt om een aanstelling bij de dienst Marktwezen van de gemeente Amsterdam. De schrijver benadrukt zijn/haar ervaring bij andere gemeentediensten (zoals de telefoondienst) en zijn/haar opleidingsniveau (M.U.L.O.).
* Sociale context: De brief illustreert de moeizame arbeidsmarkt van de jaren '30. De schrijver is al sinds 1930 (het begin van de Grote Depressie) afhankelijk van tijdelijke opdrachten via de gemeente en loopt herhaaldelijk vast op het 'wachtgelders-systeem'.
* Administratieve sporen: Een interessante kanttekening in de marge (gedateerd 20/5/39) luidt: "niet afwijzen". Dit suggereert dat de afzender wellicht enige voorspraak genoot of dat de nood bij de betreffende afdeling groot genoeg was om dit verzoek serieus in overweging te nemen. Dit document biedt een inkijkje in de gemeentelijke bureaucratie van Amsterdam vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het 'wachtgelders-systeem' hield in dat ambtenaren die overtollig waren geworden (bijvoorbeeld door bezuinigingen) een uitkering kregen, maar bij vacatures met voorrang herplaatst moesten worden. Dit vormde een grote barrière voor jongere werkzoekenden of mensen met tijdelijke contracten, zoals de auteur van deze brief. De vermelding van "Juffrouw van Rooyen" bij de afdeling arbeidszaken duidt op een specifiek aanspreekpunt voor gemeentelijk personeel in die tijd. Gemeente Amsterdam Marktwezen Stadhuis