Ambtelijk schrijven / concept-besluit (mogelijk Ministerie van Justitie of Binnenlandse Zaken).
Origineel
Ambtelijk schrijven / concept-besluit (mogelijk Ministerie van Justitie of Binnenlandse Zaken). 2 juli 1938 (gebaseerd op de datumstempels en handgeschreven data). [In het gedrukte kader linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 72/79/1 1938
DOORGEZONDEN: 13/6
[Midden boven, in rode inkt:]
72/79/4 M
[Rechtsboven:]
n. i. Insp. 893
W.P.M.
2/7/38 [gevolgd door onleesbare paraaf]
[Centrale tekst:]
Venten met feestartikelen (speldjes, strikjes e.d.).
Onder terugzending van de met Uw brieven d.d. 11 Juni j.l. (en 20 Juni) No 468 L.L. [en] No 538, om advies ontvangen stukken, heb ik de eer U te berichten, dat ik mij geheel kan vereenigen met het zich onder de stukken bevindende rapport van den Hoofdcommissaris van Politie, d.d. 8 Juni j.l. L.S. No 6792/7815/1938. Ook mijnerzijds wordt dus aanbevolen om tegen het gesignaleerde euvel zoo krachtig mogelijk te gaan optreden.
[Marge links, behorend bij invoeging I:]
I die op dezelfde aangelegenheid betrekking heeft,
Onder overlegging van een afschrift van een aan mij gericht schrijven van de Venters- en Marktkoopliedenvereeniging „Ons Belang”, d.d. 15 Juni j.l., merk ik nog op, dat stellig niet volstaan kan worden met het weren van hen, die geen ventvergunning voor feestartikelen bezitten, doch dat ook aan het misbruik van de vergunningen paal en perk dienen te worden gesteld op de in dat schrijven aangegeven lijst.
[Marge links onderaan:]
Feitelijk bedoeld zijn, naar ik meen, ook diegenen die worden gesteld op de in dat schrijven aangegeven lijst. D.D. 2/7 [paraaf]
[Onderaan het document, doorgehaalde tekst en aantekeningen:]
[doorgehaald:] doch dat zoo mogelijk ook aan hen die wel over ventvergunningen beschikken de venters met ventvergunning
30/6 '38
[Linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 10.000-10-1937-1016
--- * Vorm en Opbouw: Het document is een klassiek voorbeeld van ambtelijke correspondentie uit het interbellum. Het bevat een duidelijk referentiekader (brieven van juni) en een beleidsadvies. De tekst is doorspekt met correcties en toevoegingen in de marge, wat wijst op een conceptfase die uiteindelijk is goedgekeurd.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en juridisch-ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "geheel kan vereenigen met", "gesignaleerde euvel"). De spelling is de toen geldende spelling-Marchant (bijv. "vereenigen", "stukken", "eischen").
* Inhoud: De kern van het document is een klacht over ongeoorloofde straathandel (venten) van goedkope feestartikelen. De autoriteiten (politie en ministerie) zijn van plan hard op te treden, niet alleen tegen mensen zonder vergunning, maar ook tegen degenen die hun vergunning misbruiken.
* Samenwerking: Het document toont de korte lijnen tussen de politie (Hoofdcommissaris), de politiek/het ministerie en belangenverenigingen (de vereniging „Ons Belang”).
--- Dit document stamt uit de zomer van 1938. In deze periode was er in Nederland sprake van aanzienlijke economische spanningen en een hoge werkloosheid, waardoor velen probeerden een inkomen te vergaren via de straathandel.
De vereniging „Ons Belang” was een invloedrijke organisatie die de belangen van legale marktkooplieden en venters behartigde. Zij zagen de ongecontroleerde verkoop van "feestartikelen" (vaak gerelateerd aan nationale feestdagen of politieke bijeenkomsten) als oneerlijke concurrentie en een bron van onrust.
Het jaar 1938 was bovendien een jaar van nationale vieringen (zoals het 40-jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina in september). Dit verklaart de toegenomen activiteit van venters met "speldjes en strikjes" en de behoefte van de overheid om hier "zoo krachtig mogelijk" tegen op te treden om de openbare orde en de economische regelgeving te handhaven. De vermelding "L.L." staat waarschijnlijk voor 'Laatstleden', wat aangeeft dat de correspondentie zeer recent was op het moment van schrijven.