Handgeschreven aantekeningen (waarschijnlijk notulen of een gespreksverslag).
Origineel
Handgeschreven aantekeningen (waarschijnlijk notulen of een gespreksverslag). 14 april 1938. Bespreking met
Mr Prins op 14-4-38.
-
de Haan - Uitslag beloofd -
groep 3 (markttoezichter), omdat
zij volledig als zoodanig werken
(Nieuwmarkt + Dappermkt.) -
Bakker geen belofte, [doorstreept: thans] ^evenals zelfde geval
(volledig op Alb. C. met Alb. Cuyp marktzanger?) -
Overgangsgevallen: half in 2 en 3 en
kan wisselen (Reynaert, van Burg en de Vries)
Kan elk moment op marktdienst komen en
de groep 1 à 2 daar was minder -
De andere helft ± 15 ambtenaren
hoofdzakelijk groep 2 - werk.. [werk?]
Principiëel aangevraagd voor dit gemengde werk
In beh. is gewenst f 30.- toelage, 5% toelage,
en verhoging naar groep II. -
Rijneveld doet volledig administratief marktdienst.
-
Allen in III + (Sterretje) dan komen alle
controleurs van C. M. (met fin. verantw.)
hetzelfde claring [?] -
Dan komen de markttoezichters in III (de Wolff,
Vrij, Shoer, Wieberdink, Buenting) -
Dit leverde Chefs: Renz, Meulenbroek, Thimelis, Joghems. Het document betreft een verslag van een bespreking met "Mr. Prins" over de rechtspositie en salariëring van marktpersoneel in Amsterdam kort voor de Tweede Wereldoorlog. De kern van het gesprek draait om de indeling van specifieke ambtenaren in loongroepen (I, II, III).
Enkele opvallende punten:
* Geografische locaties: Er wordt specifiek verwezen naar de Nieuwmarkt, Dappermarkt en Albert Cuypmarkt ("Alb. C.").
* Functies: Er is sprake van markttoezichters en controleurs van de "C.M." (vermoedelijk de Centrale Markthallen).
* Loontechnisch: Er wordt gesproken over een toelage van 30 gulden en een structurele verhoging van 5%. De termen "groep 2" en "groep III" verwijzen naar de destijds geldende salarisschalen voor gemeenteambtenaren.
* Namen: Er worden diverse namen van ambtenaren en chefs genoemd (de Haan, Bakker, Reynaert, van Burg, de Vries, Rijneveld, de Wolff, Vrij, Shoer, Wieberdink, Buenting, Renz, Meulenbroek, Thimelis, Joghems). In 1938 was de Amsterdamse Marktdienst een omvangrijk apparaat. De stad kende vele buurtmarkten en de Centrale Markthallen. Personeelsclassificatie was een voortdurend punt van discussie tussen vakbonden en de gemeente, zeker gezien de economische spanningen van die tijd. "Mr. Prins" zou Mr. A.J. Prins kunnen zijn, die destijds betrokken was bij de juridische of personeelszaken van de gemeente Amsterdam. Het document geeft een inkijkje in de bureaucratische afhandeling van individuele en groepsgewijze looneisen van marktpersoneel aan de vooravond van een turbulente periode in de Nederlandse geschiedenis.