Officiële brief / geleidebrief.
Origineel
Officiële brief / geleidebrief. 3 mei 1940. Hoofdbureau van Politie te Amsterdam. Den Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Bovenaan gestempeld in paars:]
Nº 72/27/4 M. 1940 6/5
[Briefhoofd:]
HOOFDBUREAU VAN POLITIE TE AMSTERDAM
[Linksboven:]
Dict. Ga/O.
Lr. S. No. 4995/1940.
Doss. V 6a.
diverse bijlagen.
[Rechtsboven:]
AMSTERDAM-C., 3 Mei 1940.
[In kader:] Verzoeke bij beantwoording datum, letter en nummer van dit schrijven aan te halen.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van het daartoe strekkende verzoek heb ik de eer, U te berichten, dat op Zaterdag, 27 April j.l. door het straatdienst doende politiepersoneel bijzondere contrôle op de venters en opkoopers is gehouden, waarvan het resultaat is vermeld in de rapporten, welke U hierbij gelieve aan te treffen.
Na gemaakt gebruik zal ik deze rapporten gaarne ten behoeve van mijn archief terugontvangen.
[Ondertekening:]
Coll.:
v [handgeschreven vinkje]
DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE
namens dezen
De Commissaris van Politie
Toegevoegd voor de Administratie
[Handtekening: Khoubergen]
[Midden op de pagina, handgeschreven notities/paraaf:]
h.m. jansen
v.d. Burg
m.S.
[Linksonder, geadresseerde:]
Aan
den Heer Directeur
van het Marktwezen,
A M S T E R D A M .
[Voetnoot links:]
M 25 - 16000-23-2-40 Deze brief is een formeel bericht van de Amsterdamse politie aan de directeur van het Marktwezen. De kern van de boodschap is de rapportage over een specifieke politieactie op zaterdag 27 april 1940.
- Onderwerp: De resultaten van een "bijzondere contrôle" op straatverkopers (venters) en opkopers.
- Procedure: De politie stuurt de feitelijke rapporten mee als bijlagen en verzoekt expliciet om deze na inzage terug te sturen voor hun eigen archiefvorming.
- Stijl: De taal is uiterst formeel en hoffelijk ("heb ik de eer, U te berichten"), typerend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. De spelling is de vooroorlogse spelling (bijv. "contrôle", "opkoopers"). Het document is gedateerd op 3 mei 1940. Dit is historisch zeer relevant, aangezien dit slechts zeven dagen voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940) is.
De brief toont de reguliere dagelijkse gang van zaken van de Amsterdamse overheid en politie vlak voor het uitbreken van de oorlog. Er is op dat moment nog sprake van normale handhaving op economische activiteiten zoals het venten op straat. De samenwerking tussen de politie en het "Marktwezen" (de gemeentelijke dienst belast met de markten) was essentieel voor de regulering van de handel in de stad, waarbij toezicht op vergunningen en eerlijke handel centraal stond. De handgeschreven parafen in het midden suggereren dat het document door verschillende ambtenaren is gezien of verwerkt bij ontvangst.