Handgeschreven brief (correspondentie met overheidsinstantie).
Origineel
Handgeschreven brief (correspondentie met overheidsinstantie). 9 mei 1940. Philip Pinto. Directeur van het Marktwezen van Amsterdam. [Stempels/notities bovenin:]
$\text{N}^{\underline{\text{o}}} 72/39/1$ M. 1940 $\frac{10}{5}$ ingr.
[Brieftekst:]
Amsterdam (Z)
9 Mei ’40
Den WelEdl. Heer Directeur v/h.
Marktwezen v. A’dam
WelEdl. Heer.
Door deze deel ik U
mede, dat ik momenteel mijn
ventvergunning niet nodig
heb, daar ik een winkel heb.
Hoogachtend
Philip Pinto
Borssenburgstr. 19 * Inhoud: De heer Philip Pinto schrijft naar de directeur van het Marktwezen in Amsterdam om afstand te doen van zijn ventvergunning (een vergunning om op straat handel te drijven). De reden die hij opgeeft is dat hij op dat moment over een fysieke winkel beschikt.
* Stijl: De brief is geschreven in de formele zakelijke stijl die in die tijd gebruikelijk was, met aanheffen als "WelEdl. Heer" (WelEdelgeboren Heer).
* Administratieve sporen: De paarse stempel "M. 1940" en het referentienummer linksboven duiden op opname in een officieel overheidsarchief. De handgeschreven aantekening "10/5" (10 mei) geeft waarschijnlijk de datum van ontvangst of verwerking aan.
* Adres: De Borssenburgstraat 19 bevindt zich in de Amsterdamse Rivierenbuurt (Plan Zuid). * Historisch moment: De datum van de brief, 9 mei 1940, is zeer aangrijpend: dit is de dag direct voorafgaand aan de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). De administratieve verwerking (10/5) vond dus plaats op de dag dat de oorlog in Nederland uitbrak.
* Persoonlijke achtergrond: Philip Pinto (geboren in 1904) was een Joodse koopman. Documenten zoals deze bevinden zich vaak in de archieven van het Marktwezen omdat de Duitse bezetter kort na de inval begon met het registreren en later intrekken van vergunningen van Joodse ondernemers.
* Betekenis: Hoewel deze brief een vrijwillige opzegging lijkt vanwege zakelijk succes (de overstap van venten naar een eigen winkel), zou de nabije toekomst voor de afzender door de bezetting drastisch veranderen. Uit oorlogsarchieven blijkt dat Philip Pinto de Holocaust niet heeft overleefd; hij werd in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een van de laatste tastbare bewijzen van zijn normale maatschappelijke leven vlak voor de catastrofe. Philip Pinto (De heer) Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De heer Philip Pinto schrijft naar de directeur van het Marktwezen in Amsterdam om afstand te doen van zijn ventvergunning (een vergunning om op straat handel te drijven). De reden die hij opgeeft is dat hij op dat moment over een fysieke winkel beschikt.
- Stijl: De brief is geschreven in de formele zakelijke stijl die in die tijd gebruikelijk was, met aanheffen als "WelEdl. Heer" (WelEdelgeboren Heer).
- Administratieve sporen: De paarse stempel "M. 1940" en het referentienummer linksboven duiden op opname in een officieel overheidsarchief. De handgeschreven aantekening "10/5" (10 mei) geeft waarschijnlijk de datum van ontvangst of verwerking aan.
- Adres: De Borssenburgstraat 19 bevindt zich in de Amsterdamse Rivierenbuurt (Plan Zuid).
Historische Context
- Historisch moment: De datum van de brief, 9 mei 1940, is zeer aangrijpend: dit is de dag direct voorafgaand aan de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). De administratieve verwerking (10/5) vond dus plaats op de dag dat de oorlog in Nederland uitbrak.
- Persoonlijke achtergrond: Philip Pinto (geboren in 1904) was een Joodse koopman. Documenten zoals deze bevinden zich vaak in de archieven van het Marktwezen omdat de Duitse bezetter kort na de inval begon met het registreren en later intrekken van vergunningen van Joodse ondernemers.
- Betekenis: Hoewel deze brief een vrijwillige opzegging lijkt vanwege zakelijk succes (de overstap van venten naar een eigen winkel), zou de nabije toekomst voor de afzender door de bezetting drastisch veranderen. Uit oorlogsarchieven blijkt dat Philip Pinto de Holocaust niet heeft overleefd; hij werd in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een van de laatste tastbare bewijzen van zijn normale maatschappelijke leven vlak voor de catastrofe.