Notulen (verslag) van een vergadering (vermoedelijk van een gemeentelijke commissie in Amsterdam).
Origineel
Notulen (verslag) van een vergadering (vermoedelijk van een gemeentelijke commissie in Amsterdam). (De tekst is letterlijk overgenomen met behoud van de oorspronkelijke spelling en interpunctie.)
-2-
De Voorzitter stelt vervolgens punt 3 der agenda aan de orde:
Bespreking ventverbod Weesperstraat met het uitgeven van vaste standplaatsen aan venters, die in de Weesperstraat plegen te venten. (Een situatie-schets met de indeeling van eventueel te verleenen standplaatsvergunningen is den leden gezonden).
Spreker zegt, dat deze aangelegenheid een punt van ernstige studie heeft uitgemaakt van Politie en Marktwezen. Het spreekt vanzelf, dat het overgelegde schema slechts een zeer voorloopige indeeling weergeeft.
De heer Presser veronderstelt, dat de commissieleden zijn zienswyze ten opzichte van ventverboden zoo langzamerhand wel kennen. Ten aanzien van de Weesperstraat erkent hy echter, dat de verkeersmoeilykheden inderdaad zoo groot zyn, dat hy, onder zekere voorwaarden, zich met een ventverbod aldaar kan vereenigen. Hierby moet spreker echter nadrukkelyk verklaren, dat het feit, dat hy zich in principe met dit ventverbod vereenigt, niet moet worden opgevat als een precedent. Het ventverbod acht spreker dus aanvaardbaar, mits het geen betrekking zal hebben op de lompenventers. Een aantal dezer venters plegen des morgens en des middags gaande door de Weesperstraat, aldaar te venten; zy zouden noodeloos zwaar worden gedupeerd door een ventverbod, aangezien zy voor het verkeer niet hinderlyker zyn, dan alle andere personen met handkarren. Zy staan namelyk alleen stil, wanneer zy vanuit een woning worden geroepen, hetgeen slechts vry zelden gebeurt; overigens ryden zy alleen maar één keer door de straat.
Spreker stelt bovendien voor, de twee standplaatsen, die op het J.D. Meyerplein zyn gedacht, niet te verleenen voor Zaterdagen en Joodsche Feestdagen, aangezien hierdoor de bezoekers van de op dat plein gelegen synagoges wellicht zouden worden gekwetst in hun gevoelens. Misschien is het mogelyk, binnen het raam van de Winkelsluitingsverordening, aan deze venters een standplaatsvergunning voor den Zondag te verleenen. Tenslotte geeft hy in overweging om op de hoeken van sommige zy- * Taalgebruik: De tekst hanteert de spelling-De Vries en Te Winkel (vóór de hervorming van 1947), herkenbaar aan woorden als 'zyn', 'moeilykheden', 'Joodsche' en 'verleenen'.
* Inhoud: Het document bespreekt de regulering van straathandel in een drukke Amsterdamse straat. De heer Presser, een bekend historicus en politicus, pleit voor nuance: hij erkent de verkeersdruk maar wil uitzonderingen voor 'lompenventers' (voddenmannen) omdat zij mobiel zijn en minder hinder veroorzaken.
* Religieuze sensitiviteit: Een opvallend punt is de zorg voor de "gevoelens" van synagogebezoekers op het J.D. Meyerplein. Er wordt voorgesteld om geen standplaatsen te verlenen op de Sabbat (zaterdag) en Joodse feestdagen, maar als compensatie de zondag aan te bieden als werkdag voor deze venters. Dit document biedt een inkijkje in de complexe stadsplanning van Amsterdam in de vooroorlogse periode. De Weesperstraat was destijds een smalle, drukke ader in de Joodse buurt. De discussie toont de spanning tussen de modernisering van het verkeer en de traditionele, vaak kleinschalige Joodse straathandel. De heer Presser die hier aan het woord is, is Jacques Presser (1899-1970), die later wereldberoemd zou worden als auteur van 'Ondergang', de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland. In de jaren '30 was hij actief in de gemeentepolitiek voor de SDAP en zette hij zich in voor de sociaaleconomische belangen van de arbeidersklasse en de Joodse bevolking. J.D. Meyerplein Presser (De heer) Presser die (De heer) Marktwezen Politie