Getypt verslag van een vergadering of ambtelijke correspondentie.
Origineel
Getypt verslag van een vergadering of ambtelijke correspondentie. 28 oktober 1938. -2-
ning te verstrekken is door het Gemeentebestuur, in af-
wyking van het advies van de Commissie, afwyzend be-
schikt, met de motiveering, dat de aanvrage na l Januari
1935, dus te laat, was ingediend.
Deze mededeelingen worden door de Commissie voor kennis-
geving aangenomen.
Vervolgens stelt de Voorzitter punt 3 der agenda aan de
orde:
Het verstrekken van een tweede standplaatsvergunning aan
D.Paasman.
(Brief Wethouder L.M. d.d. 28 October 1938 No.5/552 L.M.
1938 is den leden in afschrift gezonden).
Deze brief luidt als volgt:
GEMEENTE AMSTERDAM.
Afd.L.M.
No.5/552 (1938)
AMSTERDAM, 28 October 1938
Door D. Paasman, wonende Von Zesenstraat 53, in het
bezit van een standplaatsvergunning ten verkoop van con-
sumptieys en alcoholvrye dranken op den openbaren weg,
de Mauritskade tegenover het Koloniaal Instituut, waarvan
hy dagelyks van 8 uur v.m. tot het uur, waarop het venten
met bovengenoemde artikelen volgens de Verordening op de
Winkelsluiting is toegestaan, gebruik mag maken, wordt
thans, blykens nevengaand verzoek, tevens vergunning ge-
vraagd, een dergelyke standplaats in de Dapperstraat in
te nemen, om daarvan na afloop van de aldaar gehouden
dagmarkt gebruik te maken.
Blykens het op bovenbedoeld verzoek uitgebrachte ad-
vies van den Hoofdcommissaris van Politie, bestaan er
tegen inwilliging hiervan geen politioneele bezwaren.
Tot nu toe werd er op een aantal van 703 stand-
plaatshouders aan 14 hunner vergunning verleend tot het
innemen van meer dan één standplaats, echter met dien
verstande, dat twee zulke vergunningen voor één persoon,
noch voor dezelfde dagen, noch voor dezelfde uren van
kracht waren. Hierop is slechts één uitzondering betref-
fende een vergunninghoudster, die krachtens de in 1936
getroffen regeling voor de z.g. clandestiene standplaats- * Casus: De heer D. Paasman, een ijscoman uit de Von Zesenstraat, heeft al een plek op de Mauritskade (tegenover het huidige Tropenmuseum). Hij wil een tweede plek in de Dapperstraat voor de uren ná de markt.
* Regelgeving: Het document toont de strenge regulering van straathandel aan het eind van de jaren '30. De hoofdregel was: één standplaats per persoon voor een specifiek tijdstip. Slechts een fractie (14 van de 703) van de kooplieden had meerdere plekken, en dan alleen op verschillende tijden of dagen.
* Handhaving: De politie (Hoofdcommissaris) wordt expliciet om advies gevraagd over de openbare orde aspecten ("politioneele bezwaren").
* Interessant detail: Er wordt melding gemaakt van een regeling voor "clandestiene standplaatsen" uit 1936, wat duidt op een poging van de gemeente om illegale straathandel te formaliseren of te reguleren. Dit document stamt uit de periode net voor de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was de straathandel in Amsterdam zeer levendig, maar ook aan strikte banden gelegd om oneerlijke concurrentie met winkeliers te voorkomen (vandaar de verwijzing naar de Verordening op de Winkelsluiting). De Dapperbuurt, waar Paasman woonde en wilde werken, was en is nog steeds een centrum van markthandel. De Mauritskade tegenover het "Koloniaal Instituut" (tegenwoordig het Tropeninstituut/Tropenmuseum) was een strategische plek voor de verkoop van consumptie-ijs en frisdrank aan passanten en museumbezoekers.