Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 17 november 1938. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. De heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen. [Stempel linksboven:]
$N\underline{o} 76/7/3$ M 1938 $18/11$
GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. L.M.
No. 556 -1938-
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 17 November 1938.
[Handgeschreven aantekening:] m.i. Dir WL [?]
[Handgeschreven aantekening:] Vent. Cie.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
In antwoord op Uw schrijven d.d. 18 October 1938, No 76-7-2 M betreffende de Jan Evertsenstraat, en in verband met onze besprekingen op 12 dezer, verzoek ik U deze aangelegenheid in de Ventcommissie te willen behandelen en wel in den geest van het verleenen van meer standplaatsen, welke naast elkander ware uit te geven in die straat.
vM
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
[Handtekening]
Aan den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.
[Linksonder:]
Model G. A. 5
25.000-9-'37 * Inhoud: De brief is een formeel verzoek van de wethouder aan de directeur van het Marktwezen om de mogelijkheden voor extra standplaatsen in de Jan Evertsenstraat te bespreken in de 'Ventcommissie'. De wethouder spreekt een duidelijke voorkeur uit voor het toekennen van meer plaatsen die aan elkaar grenzen.
* Taalgebruik: Het document is geschreven in de destijds gebruikelijke formele ambtelijke stijl (bijv. "den geest van", "besprekingen op 12 dezer").
* Administratieve sporen: De handgeschreven aantekening "Vent. Cie." duidt op de interne doorgeleiding naar de Ventcommissie. Het stempel met de datum "18/11" bovenin is waarschijnlijk de datum van ontvangst of registratie door de ontvangende afdeling.
* Intervisie: De afkorting "vM" na de hoofdtekst duidt waarschijnlijk op de ambtenaar die de brief heeft geconcipieerd (opgesteld) voor de wethouder. * Historische periode: November 1938. Dit is de late vooroorlogse periode waarin Amsterdam zich uitbreidde naar het westen (Plan West). De Jan Evertsenstraat was in die tijd een relatief nieuwe, belangrijke verkeers- en winkelader in Amsterdam-West.
* Economie en Marktwezen: Het reguleren van straathandel (venten) was een belangrijke gemeentelijke taak. In tijden van economische uitdagingen was de druk op standplaatsen groot, omdat het voor velen een manier van zelfstandig bestaan bood. De Ventcommissie adviseerde over de toewijzing van deze plekken om wildgroei en overlast te voorkomen.
* Bestuur: De genoemde wethouderstitel (Levensmiddelen, etc.) toont de brede en soms curieuze combinaties van portefeuilles in die tijd. De wethouder die in 1938 over deze onderwerpen ging, was waarschijnlijk Jan Bommer (SDAP). De focus op "naast elkander" uitgegeven standplaatsen wijst op een poging om een geconcentreerde markt-achtige opstelling te creëren in plaats van verspreide losse venters.