Archief 745
Inventaris 745-337
Pagina 41
Dossier 76
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijk advies / Brief (doorslag of kopie).

18 oktober (jaar onvermeld, vermoedelijk jaren '20 of '30 van de 20e eeuw). Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Marktwezen of Sociale Zaken). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("alhier").

Origineel

Ambtelijk advies / Brief (doorslag of kopie). 18 oktober (jaar onvermeld, vermoedelijk jaren '20 of '30 van de 20e eeuw). De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Marktwezen of Sociale Zaken). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("alhier"). 3 18 October 8.
76/7/2 den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen, alhier.

markt in de Jan Evertsenstraat.
Ik heb de eer U te adviseeren der adressante te
doen berichten, dat haar verzoek, op grond van vorenvermelde
motieven, niet voor inwilliging in aanmerking kan komen.
Ik moge aan Uw beter oordeel overlaten, of het
wenschelijk is, de in de Jan Evertsenstraat bestaande moei-
lijkheden aan de orde te stellen in de Permanente Commissie
van Advies inzake ventvergunningen.

                                        De Directeur, Het document is een formeel ambtelijk schrijven aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. De tekst is de laatste pagina van een langer advies (aangegeven door het paginanummer "3" en de afbreking van de zin bovenaan).

De kern van de brief is tweeledig:
1. Afwijzing: De directeur adviseert de wethouder om een verzoek van een vrouwelijke verzoekster ("adressante") af te wijzen. De redenen hiervoor stonden blijkbaar op de voorgaande pagina's vermeld.
2. Beleidsadvies: Er wordt gewezen op "moeilijkheden" in de Jan Evertsenstraat met betrekking tot de markt. De directeur stelt voor om deze problematiek te bespreken in de "Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen". Dit duidt op een structureel probleem met straathandel of marktplaatsen in dit specifieke stadsdeel.

Het taalgebruik is typisch voor de vroege 20e-eeuwse bureaucratie: uiterst hoffelijk ("Ik heb de eer U te adviseeren") en afstandelijk. De Jan Evertsenstraat is een belangrijke verkeers- en winkelader in Amsterdam-West (Plan West), die in de jaren '20 van de vorige eeuw werd aangelegd. In die periode was de regulering van markten en straathandel ("venten") een groot punt van aandacht voor het stadsbestuur. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" hield zich bezig met de distributie van voedsel en de ordening van markten, wat vooral in tijden van economische spanning of groeiende stadsdelen een politiek gevoelig onderwerp was.

Dat een vrouw ("adressante") een verzoek indient, is typerend voor die tijd; veel weduwen of vrouwen uit de arbeidersklasse probeerden door middel van straathandel in hun levensonderhoud te voorzien, waarvoor strikte vergunningen nodig waren. De verwijzing naar de "Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen" suggereert dat de stad worstelde met de balans tussen de belangen van gevestigde winkeliers en de ambulante handel.

Samenvatting

Het document is een formeel ambtelijk schrijven aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. De tekst is de laatste pagina van een langer advies (aangegeven door het paginanummer "3" en de afbreking van de zin bovenaan).

De kern van de brief is tweeledig:
1. Afwijzing: De directeur adviseert de wethouder om een verzoek van een vrouwelijke verzoekster ("adressante") af te wijzen. De redenen hiervoor stonden blijkbaar op de voorgaande pagina's vermeld.
2. Beleidsadvies: Er wordt gewezen op "moeilijkheden" in de Jan Evertsenstraat met betrekking tot de markt. De directeur stelt voor om deze problematiek te bespreken in de "Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen". Dit duidt op een structureel probleem met straathandel of marktplaatsen in dit specifieke stadsdeel.

Het taalgebruik is typisch voor de vroege 20e-eeuwse bureaucratie: uiterst hoffelijk ("Ik heb de eer U te adviseeren") en afstandelijk.

Historische Context

De Jan Evertsenstraat is een belangrijke verkeers- en winkelader in Amsterdam-West (Plan West), die in de jaren '20 van de vorige eeuw werd aangelegd. In die periode was de regulering van markten en straathandel ("venten") een groot punt van aandacht voor het stadsbestuur. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" hield zich bezig met de distributie van voedsel en de ordening van markten, wat vooral in tijden van economische spanning of groeiende stadsdelen een politiek gevoelig onderwerp was.

Dat een vrouw ("adressante") een verzoek indient, is typerend voor die tijd; veel weduwen of vrouwen uit de arbeidersklasse probeerden door middel van straathandel in hun levensonderhoud te voorzien, waarvoor strikte vergunningen nodig waren. De verwijzing naar de "Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen" suggereert dat de stad worstelde met de balans tussen de belangen van gevestigde winkeliers en de ambulante handel.

Kooplieden in dit dossier 2

Bur.v.Maatsch.Steun Waterlooplein 751
P. Werken Waterlooplein 697

Gerelateerde Documenten 4