Brief/ambtelijk advies (fragment).
Origineel
Brief/ambtelijk advies (fragment). 27 maart [192]9 (gezien de context en spelling). De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst of een verwante gemeentelijke afdeling). 1 27 Maart 9
76/4/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
deze vermeerdering uitgesproken. Alleen het lid Presser zou
het aantal standplaatsen in de meergenoemde straat willen
zien uitgebreid.
Gehoord deze beraadslagingen adviseer ik U het
volgende.
Hoewel ik met de Politie een ventverbod in de Jan
Evertsenstraat, by verplaatsing der markt naar de Vespucci-
straat, wenschelyk acht, stel ik voor vooralsnog deze maat-
regelen niet te nemen, nu de meerderheid der Commissie zich
daarmede niet vereenigt en de straathandel in de Jan Evert-
senstraat nog niet tot al te ernstige moeilykheden aanlei-
ding geeft. Deze moeilykheden zouden by uitbreiding van het
aantal standplaatsen zeker ontstaan: niet alleen voor het
verkeer, doch ook door protesten van winkeliers, die van
standplaatsen, - dat wil zeggen vaste verkoopsgelegenheden -,
altyd meer concurrentie ondervinden dan van venters.
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging voorals-
nog in de Jan Evertsenstraat geen maatregelen te nemen.
De Directeur, * Onderwerp: Regulering van de straathandel en marktlocaties in Amsterdam-West.
* Kern van het advies: De Directeur adviseert de Wethouder om voorlopig geen actie te ondernemen in de Jan Evertsenstraat. Hoewel hij zelf (en de politie) voorstander is van een ventverbod bij de verplaatsing van de markt naar de Vespuccistraat, volgt hij de meerderheid van de Commissie die hiertegen is.
* Argumentatie:
1. Er is op dit moment geen sprake van ernstige overlast.
2. Uitbreiding van het aantal vaste standplaatsen zou leiden tot verkeershinder.
3. Er wordt rekening gehouden met de belangen van de gevestigde winkeliers; zij ervaren vaste standplaatsen als grotere concurrentie dan rondtrekkende venters.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands met verouderde spelling (bijv. wenschelyk, moeilykheden, altyd), typerend voor de vroege 20e eeuw. Dit document stamt uit een periode waarin Amsterdam-West (Plan West) volop in ontwikkeling was. De Jan Evertsenstraat groeide uit tot een belangrijke winkelstraat. In deze periode was er een voortdurende strijd tussen verschillende vormen van detailhandel: de traditionele winkeliers in panden, de marktkooplieden op vaste standplaatsen en de 'venters' (ambulante handelaren met handkarren).
Het document illustreert hoe de gemeente trachtte te laveren tussen de adviezen van de politie (orde en verkeer), de wensen van commissieleden (zoals het genoemde lid Presser, mogelijk de bekende socialistische politicus of een verwant), de economische belangen van winkeliers en de praktische uitvoerbaarheid van marktverplaatsingen. De genoemde verplaatsing naar de Vespuccistraat duidt op het ontstaan van de Vespuccimarkt.