Archief 745
Inventaris 745-337
Pagina 72
Dossier 76
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijk rapport of briefgedeelte.

Origineel

Handgeschreven ambtelijk rapport of briefgedeelte. [Pagina 1, bovenste regels zijn een vervolg van een vorige pagina]

bijsteun krijgen. (Ik noem de venter
Kool.). Naar mijne meening behooren de venters,
indien zij een staplaats ongemotiveerd
zouden weigeren, niet meer voor bijsteun
in aanmerking te komen.

E. Handhaving der bestaande toestand.

Het is natuurlijk mogelijk de venters
te laten venten in deze volkrijke buurt van
West, doch dan zullen zij, wat dit betreft,
wel wat moeten worden opgevoed. Het carrousel
rijden moet dan afgelopen zijn. Het komt
thans voor, dat een venter 25 m. rijdt; hij
steekt dan de straat dwars over, rijdt 25 m
terug en steekt dan weer de straat over en
dit gaat den geheelen dag door, indien
er tenminste toezicht is, want anders heeft
iedere venter zijn vaste plaats. Het is
een dezer dagen voorgekomen, dat de venters
(alleen met bloemen) Kool, De Vries, Brandse en Landsbergen bijna hand-
tastelijk zijn geworden, omdat de een op de
plaats, waar de ander altijd pleegt te staan, was
gaan staan! De venters Kool en De Vries vormen
een combinatie tegen de venters Brandse en
Landsbergen. Men sluit bovendien de twee
bloemenstaplaatsen geheel af en dan gaat
men aan den gang; vaak worden de bloemen
door deze heeren beneden den minimumprijs
der veilingen verkocht! Het gevolg is natuurlijk,
dat de staplaatshouders niets meer verkoopen.

Indien men wil bereiken, dat
er normaal in de Jan Evertsenstraat en
omgeving wordt gevent is het dringen[d]
noodzakelijk, dat de politie ter plaatse wat
actiever wordt. Het is een ernstige grief van
het personeel van mijn dienst, dat zij in
de Jan Evertsenstraat steeds het „vuile” werk
moeten opknappen, terwijl de agenten op
een enkele uitzondering na, de „mooie” jongens
spelen en niet optreden: Het gevolg hiervan is,
dat de contrôleurs over de venters als „bloed- [...] In dit document beklaagt een ambtenaar (waarschijnlijk een inspecteur of hoofd van een controledienst) zich over de chaos en agressie onder straatventers in Amsterdam-West, specifiek in de Jan Evertsenstraat.

De kernpunten zijn:
1. Sancties op bijsteun: De schrijver stelt voor om venters die een aangewezen staplaats weigeren, uit te sluiten van financiële steun ("bijsteun").
2. Ontwijking van regels: Venters maken gebruik van een "carrousel"-methode (steeds korte stukjes heen en weer rijden) om te simuleren dat ze ambulant zijn, terwijl ze in feite een vaste (onvergunde) plek proberen in te nemen.
3. Concurrentiestrijd: Er is sprake van felle rivaliteit tussen bloemenverkopers (de genoemde namen Kool, De Vries, Brandse en Landsbergen). Er wordt melding gemaakt van prijsdumping (onder de veilingprijs) om concurrenten kapot te maken.
4. Gebrekkige handhaving: Er is een duidelijke frictie tussen de controledienst van de schrijver en de reguliere politie. De politie wordt verweten de "mooie jongens" te spelen en niet in te grijpen, waardoor de controleurs het conflictueuze "vuile werk" moeten opknappen en door de venters met vijandigheid worden bejegend. De Jan Evertsenstraat was in de jaren '20 en '30 een opkomende, drukke winkelstraat in Amsterdam-West. Straathandel was in die tijd een belangrijke bron van inkomsten voor de arbeidersklasse, maar leidde vaak tot overlast en hevige concurrentie. De gemeente Amsterdam probeerde dit te reguleren via marktkaarten en aangewezen staplaatsen. Dit document geeft een inkijkje in de dagelijkse praktijk van deze regulering, waarbij de spanning tussen economische overleving van de venters en de bureaucratische orde van de stad zichtbaar wordt. Het woord "bloed-" onderaan de pagina suggereert waarschijnlijk de term "bloedhonden", een scheldnaam die vaak voor controleurs werd gebruikt.

Samenvatting

In dit document beklaagt een ambtenaar (waarschijnlijk een inspecteur of hoofd van een controledienst) zich over de chaos en agressie onder straatventers in Amsterdam-West, specifiek in de Jan Evertsenstraat.

De kernpunten zijn:
1. Sancties op bijsteun: De schrijver stelt voor om venters die een aangewezen staplaats weigeren, uit te sluiten van financiële steun ("bijsteun").
2. Ontwijking van regels: Venters maken gebruik van een "carrousel"-methode (steeds korte stukjes heen en weer rijden) om te simuleren dat ze ambulant zijn, terwijl ze in feite een vaste (onvergunde) plek proberen in te nemen.
3. Concurrentiestrijd: Er is sprake van felle rivaliteit tussen bloemenverkopers (de genoemde namen Kool, De Vries, Brandse en Landsbergen). Er wordt melding gemaakt van prijsdumping (onder de veilingprijs) om concurrenten kapot te maken.
4. Gebrekkige handhaving: Er is een duidelijke frictie tussen de controledienst van de schrijver en de reguliere politie. De politie wordt verweten de "mooie jongens" te spelen en niet in te grijpen, waardoor de controleurs het conflictueuze "vuile werk" moeten opknappen en door de venters met vijandigheid worden bejegend.

Historische Context

De Jan Evertsenstraat was in de jaren '20 en '30 een opkomende, drukke winkelstraat in Amsterdam-West. Straathandel was in die tijd een belangrijke bron van inkomsten voor de arbeidersklasse, maar leidde vaak tot overlast en hevige concurrentie. De gemeente Amsterdam probeerde dit te reguleren via marktkaarten en aangewezen staplaatsen. Dit document geeft een inkijkje in de dagelijkse praktijk van deze regulering, waarbij de spanning tussen economische overleving van de venters en de bureaucratische orde van de stad zichtbaar wordt. Het woord "bloed-" onderaan de pagina suggereert waarschijnlijk de term "bloedhonden", een scheldnaam die vaak voor controleurs werd gebruikt.

Locaties

Amsterdam (gezien de referentie naar de Jan Evertsenstraat en "West").

Kooplieden in dit dossier 2

Bur.v.Maatsch.Steun Waterlooplein 751
P. Werken Waterlooplein 697

Gerelateerde Documenten 4