Ambtelijk rapport/notitie betreffende marktwezen en straathandel.
Origineel
Ambtelijk rapport/notitie betreffende marktwezen en straathandel. op de hoeken der zijstraten der Jan Evertsenstraat.
Vanaf de Adm. de Ruijterweg krijgt men
allereerst de brug over de Admiralengracht; één
der brugvleugels wordt nog niet ingenomen door
een standplaatshouder en hier zou dus een
venter met fruit kunnen worden geplaatst.
De eerste zijstraat is dan de Marco Polostraat.
Links zijn op de hoeken gevestigd een rijwielzaak
en een manufacturenwinkel en rechts een café
en een kruidenier. Ik acht het mogelijk aan
iedere zijde der Jan Evertsenstraat 6 venters te
plaatsen [doorgestreept: en wel] (n.m. vanaf de hoek) drie tegen elke trottoirband.
Tevens zou gerouleerd kunnen worden,
zodat elke standplaatshouder eens in de 3
weken het dichtst bij den hoek staat.
De volgende zijstraat is de Vespuccistraat.
Links zijn op de hoeken gevestigd een hoedenzaak
en een filiaal van Jamin en rechts een bakker
en een filiaal van v. Amerongen. Ook hier zouden
6 venters aan de linkerzijde en 6 rechts in de
Jan Evertsenstraat kunnen worden geplaatst.
Bovendien kan op het Mercatorplein
naast den bloemenstandplaatshouder Floelen
nog een fruithoopman worden geplaatst.
Op deze wijze zouden dus 26 venters
een standplaats kunnen krijgen.
Een ventverbod voor de Jan Evertsenstraat
is dan echter noodzakelijk, daar nu wel
nieuwe venters in deze straat clandestiene
standplaatsen zouden kunnen innemen.
De hierboven aangegeven oplossing gelijkt
op die, welke is getroffen voor de Weesperstraat.
In de Jan Evertsenstraat zijn momenteel de
volgende standplaatsen uitgereikt:
overnemen van II
Bij oplossing C kunnen deze worden gehand-
haafd; bij oplossing D niet (behalve Floelen en
Ter Horst) en zullen deze standplaatshouders
bij voorkeur recht krijgen op een standplaats in
een zijstraat.
Ik moge hierbij nog opmerken, dat
eenige der hierboven genoemde
standplaatshouders reeds eenige malen voor een
vaste plaats in aanmerking kwamen, doch
deze hebben geweigerd, omdat ze dan 's avonds geen [tekst breekt af] Het document is een beleidsvoorstel of een verslag van een inspecteur van het marktwezen. De kern van het betoog is de reorganisatie van de straathandel in de Jan Evertsenstraat in Amsterdam. De schrijver stelt voor om de wildgroei aan "clandestiene" (illegale) venters tegen te gaan door officiële standplaatsen te creëren op de hoeken van belangrijke zijstraten (Marco Polostraat, Vespuccistraat) en op het Mercatorplein.
Opvallend is het voorstel voor een rotatiesysteem: door de venters elke drie weken te laten doorschuiven, krijgt iedereen een kans om op de lucratieve plek het dichtst bij de hoek van de straat te staan. De schrijver vergelijkt dit plan met een vergelijkbare regeling in de Weesperstraat. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende scenario's (oplossing C en D), waarbij rekening wordt gehouden met de rechten van reeds gevestigde handelaren zoals "Floelen" (bloemen) en "Ter Horst". De Jan Evertsenstraat was in de vooroorlogse jaren het commerciële hart van de nieuwe wijken in Amsterdam West. Straathandel was een essentieel onderdeel van de stedelijke economie, maar zorgde ook voor frictie met gevestigde winkeliers (zoals de genoemde Jamin en Van Amerongen) en hinder voor het verkeer.
De tekst geeft een uniek inkijkje in de micro-economie van een Amsterdamse winkelstraat:
1. Detailhandel: De aanwezigheid van bekende ketens als Jamin en Van Amerongen (een bekende bakkerij/levensmiddelenketen uit die tijd) naast zelfstandige rijwielzaken en kruideniers.
2. Sociale dynamiek: De strijd om de beste plek ("dichtst bij den hoek") en de weerstand van venters tegen vaste plekken in zijstraten, waarschijnlijk omdat daar minder aanloop was dan in de drukke Jan Evertsenstraat zelf.
3. Stadsbeheer: De transitie van informele straathandel naar een gereguleerd systeem met vergunningen en standplaatsen.