Archiefdocument
Origineel
6 september 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke dienst) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, te Amsterdam ("Alhier") (Linksboven, handgeschreven paraaf in blauw potlood)
(Rechtsboven, handgeschreven aantekening in inkt:)
M. de Heer
te kennisneming
en terugzending
(Linksboven, getypt:)
VP/HG.
72/75/3 M.
1
(Rechtsboven, getypt:)
6 September 1940.
(Linkerzijde, getypt:)
Venters in Jan Evertsen-
straat.
(Rechts van het midden, getypt:)
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
(Hoofdtekst:)
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 22 Augustus jl. door den waarnemenden inspecteur van mijn dienst opgemaakt rapport inzake de venters in de Jan Evertsenstraat. Ten deze lijkt mij de beste oplossing, die, welke in het bedoelde rapport onder D wordt aangegeven: het uitgeven van standplaatsen op de hoeken der zijstraten van de Jan Evertsenstraat, met uitvaardiging van een ventverbod in de laatstbedoelde straat. Dit is derhalve een regeling, welke overeenkomt met die, welke destijds ook voor de Weesperstraat is getroffen.
Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat inzake de onderhavige aangelegenheid het advies wordt gevraagd van den Hoofdcommissaris van Politie.
(Onderaan rechts:)
De Directeur, * Doel van de brief: Het aandragen van een oplossing voor de overlast of wanorde veroorzaakt door straatventers in de Jan Evertsenstraat.
* Voorgestelde maatregel: Een volledig ventverbod in de straat zelf, gecompenseerd door vaste standplaatsen in de zijstraten. Dit wordt gepresenteerd als een beproefde methode (verwijzing naar de Weesperstraat).
* Ambtelijke procedure: De directeur adviseert de wethouder om ook de Hoofdcommissaris van Politie te raadplegen, wat wijst op een kwestie van openbare orde en handhaving.
* Toon: Formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U", "beleefd in overweging"). * Locatie: Amsterdam. De genoemde straten (Jan Evertsenstraat, Weesperstraat) zijn grote verkeersaders in de stad.
* Tijdsgewricht: September 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief over een civiele kwestie gaat (straathandel), vond dit plaats in een periode waarin de controle op de voedselvoorziening en de openbare ruimte door de bezetter en het collaborerende bestuur steeds strakker werd aangetrokken.
* Wethouder voor de Levensmiddelen: In Amsterdam was dit in deze periode (onder het college van B&W dat kort daarna door de bezetter werd ontbonden) een cruciale post vanwege de beginnende schaarste en distributie van goederen.