Ambtsbericht/Rapportage (Pagina 3 van een groter document).
Origineel
Ambtsbericht/Rapportage (Pagina 3 van een groter document). Omstreeks 1939 (gebaseerd op vergunningsnummers "L.M. '39"). -3-
De volgende zijstraat is de Vespuccistraat. Links zijn op de hoeken gevestigd een hoedenzaak en een filiaal van Jamin en rechts een bakker en een filiaal van Van Amerongen. Ook hier zouden 6 venters aan de linker-zijde en 6 venters rechts van de Jan Evertsenstraat kunnen worden geplaatst. Bovendien kan op het Mercatorplein naast den bloemenstandplaatshouder Hoelen nog een fruitkoopman worden geplaatst. Op deze wijze zouden dus 26 venters een standplaats kunnen krijgen. Een ventverbod voor de Jan Evertsenstraat is dan echter noodzakelijk.
De hierboven aangegeven oplossing gelijkt op die, welke is getroffen voor de Weesperstraat.
In de Jan Evertsenstraat zijn momenteel de volgende standplaatsen uitgereikt:
S. Biet-Schelvis, standplaats Jan Evertsenstraat tegenover no. 72; handkar, versche visch; standplaatsvergunning no. 764 L.M. '39 Maandag tot en met Vrijdag.
M.A.H. Goossens-Meyer, standplaats Jan Evertsenstraat tegenover no. 88; driewielig transportrijwiel, bloemen; standplaatsvergunning no. 764 L.M. '39 Maandag tot en met Vrijdag.
G.P. Koning, standplaats Jan Evertsenstraat tegenover no. 97; handkar, bloemen; standplaatsvergunning no. 764 L.M. '39 Maandag tot en met Vrijdag.
J.P. ter Horst, standplaats Mercatorplein tegenover no. 36; driewielig transportrijwiel, haring, zuurwaren, ger. en gest. visch; standplaatsvergunning no. 764 L.M. '39 Zaterdag, Zondag en Christelijke feestdagen.
A. Hoelen, standplaats Mercatorplein tegenover no. 36; driewielig transportrijwiel, bloemen en planten; standplaatsvergunning no. 764 L.M. '39 Maandag tot en met Vrijdag.
Bij oplossing C kunnen deze worden gehandhaafd; bij oplossing D niet (behalve Hoelen en ter Horst) en zullen deze standplaatshouders mijn inziens bij voorkeur recht moeten krijgen op een standplaats in een zijstraat.
Ik moge hierbij nog opmerken, dat eenigen der hierboven genoemde venters reeds eenige malen voor een standplaats in aanmerking konden komen, doch deze hebben geweigerd, omdat ze dan 's winters geen bijsteun krijgen. (Ik noem den venter Koot).
E. Handhaving van den bestaanden toestand.
Het is natuurlijk mogelijk de venters te laten venten in deze volkrijke buurt van West, doch dan zullen zij, wat dit betreft, wel wat moeten worden opgevoed. Het caroussel rijden moet dan afgeloopen zijn. Het komt thans voor, dat een venter 25 meter rijdt; hij steekt dan de straat dwars over, rijdt 25 meter terug en steekt dan weer de straat over en dit gaat den geheelen dag door, indien er tenminste toezicht is, want anders heeft iedere venter zijn vaste plaats. Het is een dezer dagen voorgekomen, dat de venters Koot, De Vries, Brandse en Sandbergen, allen met bloemen, bijna handtastelijk zijn geworden, omdat de een op de plaats, waar de ander altijd pleegt te staan, was gaan staan! De venters Koot en De Vries vormen een combinatie tegen de venters Brandse en Sandbergen. Men sluit bovendien de twee bloemenstandplaatsen geheel af en dan gaat men aan den gang; vaak worden de bloemen door deze heeren beneden den minimumprijs der veilingen verkocht! Het gevolg is natuurlijk, dat de standplaatshouders niets meer verkoopen.
Ik zal het op prijs stellen indien thans verder gaande maatregelen als bovenbedoeld worden ingevoerd.
De Inspecteur
w.g. H.A. van Duinhoven,
wnd.
Voor eensluidend afschrift:
De Directeur van het Marktwezen, Dit document is een ambtelijk verslag over de problematiek rondom straathandel in de Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West kort voor de Tweede Wereldoorlog. De kern van het document is een voorstel om het "venten" (mobiele verkoop) in de drukke hoofdweg te verbieden en in plaats daarvan vaste standplaatsen te creëren in zijstraten zoals de Vespuccistraat en op het Mercatorplein.
De inspecteur signaleert diverse problemen met de huidige situatie:
1. Verkeershinder en ontwijking van regels: Hij beschrijft het "carrousel rijden", waarbij venters kleine rondjes draaien om de schijn van beweging te wekken (strikt genomen mochten venters vaak niet stilstaan), wat voor chaos zorgt.
2. Onderlinge conflicten: Er wordt melding gemaakt van agressie tussen venters (Koot, De Vries vs. Brandse, Sandbergen) over informele "geclaimde" plekken.
3. Oneerlijke concurrentie: Venters zouden bloemen onder de veilingprijs verkopen, wat de legale standplaatshouders (die hogere kosten hebben) uit de markt drukt.
4. Sociale problematiek: Sommige venters weigeren een vaste standplaats omdat ze dan hun recht op "bijsteun" (sociale uitkering) in de winter zouden verliezen, wat duidt op de precaire economische positie van deze groep. De Jan Evertsenstraat en het Mercatorplein waren in de jaren '30 het kloppend hart van de relatief nieuwe wijk De Baarsjes. In deze periode probeerde de gemeente Amsterdam meer grip te krijgen op de informele straathandel. Straathandel was een belangrijke bron van inkomsten voor de arbeidersklasse, maar botste vaak met het moderne ideaal van een geordende, doorstromende stad.
Het document geeft een prachtig tijdsbeeld van de middenstand (winkels als Jamin en Van Amerongen) versus de kleine straathandelaar met de handkar of het "driewielig transportrijwiel". Ook de juridische strijd tussen "oplossing C" en "oplossing D" laat zien hoe ambtelijke molens zochten naar een balans tussen economische vrijheid voor venters en publieke orde. De verwijzing naar de "Weesperstraat" als vergelijkbaar casus suggereert dat dit een stad-brede aanpak van de Dienst Marktwezen was.