Besluit/Afschrift van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Besluit/Afschrift van de Gemeente Amsterdam. 12 november 1940. Nº 72/92/3 M. 1940 [Stempel: GEMEENTE AMSTERDAM] Inspecteur [onderstreept] 987 [handgeschreven]
No. 68/70 L.M. 1940.
Afschrift
[Handgeschreven in linker marge:]
de Heer [onderstreept]
Is hebben aantekenen op stamkaart. [paraf] 18/4
Genoteerd. 10/11 - '40 [handtekening]
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Overwegende, dat aan Jacob Biet, geboren 20 Januari 1914 [handgeschreven correctie over 1910] wonende Zandstraat 28 II een ventvergunning, Serie 2 No. 147 geldig voor het boekjaar 1940/1941 is verleend;
Gelet op hun schriftelijke waarschuwing d.d. 10 November 1939 No. 63/49 L.M. 1939 gericht aan Biet voornoemd houdende mededeeling, dat de destijds aan hem verleende opkoopersvergunning zal worden ingetrokken indien zou blijken, dat Biet voornoemd voortgaat de ventverordening en de politieverordening te overtreden;
Gezien het rapport van den Hoofdcommissaris van Politie van 9 October 1940, No. 13915ª/1940 waaruit blijkt, dat Biet voornoemd in 1940, zesmaal werd geverbaliseerd ter zake van overtreding der Ventverordening en der Algemeene Politieverordening, -alsmede het rapport van den Directeur van het Marktwezen d.d. 25 October 1940 No. 72/92/2 M. waaruit blijkt, dat belanghebbende op 12 September j.l. werd geverbaliseerd wegens het venten met een ander artikel, dan in zijn vergunning stond aangegeven;-
Overwegende, dat Biet voornoemd derhalve voortgaat de bepalingen der Vent- en de Politieverordening te overtreden;
Gelet op art. 5 der Ventverordening;
Hebben goedgevonden de ventvergunning Serie 2 No. 147 ten name van J. Biet voornoemd hierbij in te trekken.
Amsterdam, 12 November 1940.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
[Stempel:] (get.) DE VLUGT,
de Secretaris,
[Stempel:] (get.) VAN LIER
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris,
[handtekening]
Aan belanghebbende. Dit document is een officieel administratief besluit waarin de gemeente Amsterdam de ventvergunning van Jacob Biet intrekt. De opbouw is die van een klassiek overheidsbesluit: een opsomming van de feiten ("Overwegende", "Gelet op", "Gezien"), gevolgd door het eigenlijke besluit ("Hebben goedgevonden").
Uit de tekst blijkt dat Jacob Biet herhaaldelijk de regels heeft overtreden. Hij had reeds een officiële waarschuwing gekregen in november 1939. In 1940 werd hij zes keer beboet (geverbaliseerd) voor overtredingen van de Ventverordening en de Algemene Politieverordening (APV). De definitieve aanleiding voor de intrekking was een incident op 12 september 1940, waarbij hij goederen verkocht die niet op zijn vergunning stonden.
De handgeschreven kanttekeningen tonen de bureaucratische verwerking: de intrekking werd aangetekend op zijn 'stamkaart' (persoonskaart in het bevolkingsregister). Hoewel het document op het eerste gezicht een loutere administratieve maatregel tegen een "overtreder" lijkt, is de historische context van groot belang. Het besluit dateert van november 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland.
Jacob Biet was een Joodse man (volgens bronnen als Joods Monument geboren in 1914 en in 1943 vermoord in Sobibor). De Zandstraat, waar hij woonde, lag in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Tijdens de bezetting werden Joodse burgers stelselmatig uit het economische leven geweerd. Het intrekken van vergunningen voor beroepen als straathandelaar (venter) was een veelgebruikte methode om Joden hun middelen van bestaan te ontnemen. Zelfs kleine administratieve overtredingen werden aangegrepen om harde sancties op te leggen.
De vermelding van de "stamkaart" is eveneens cruciaal; de nauwgezette registratie van de Joodse bevolking door de Amsterdamse ambtenarij legde de administratieve basis voor de latere grootschalige deportaties. Burgemeester Willem de Vlugt, wiens naam op het document staat, bleef aan het begin van de bezetting in functie, maar werd begin 1941 door de bezetter ontslagen na de Februaristaking.