Politierapport / Ambtsedig verslag.
Origineel
Politierapport / Ambtsedig verslag. Oktober 1940 (specifieke meldingen op 1, 14, 16 en 24 oktober). [Linksboven]
Nº 72/94/1/M. 1940
[Rechtsboven, handgeschreven notities]
Rapport p 25/10
895 p 23/10 '40
Oproepen 16.10.40 Dekker
[Hoofdtekst]
n.i. adm. Azijnm. (?)
Johannes Martinus Horsing geb.: 1-1-1914
wonende Swammerdamstraat 53 2 hoog. Houder van
ventvergunning serie 6 nº 330 laat zich geregeld
bijstaan met het venten in Noord, door zijn
moeder Lamberdina Margaritha Horsing-Folsma
geb.: 14-9-1891, zelfde adres.
[Marginale notitie links]
14/10 1940
[Vervolg tekst]
Op Maandag 1 heb ik uiteindelijk moeder en
zoon tot drie maal toe geverbaliseerd, daar
herhaald waarschuwen niet helpt.
Hoog tijd is het dat, Horsing en zijn moeder eens
ontboden worden, mogelijk dat het resultaat
heeft.
Zij gaan zeer geraffineerd te werk.
l.l. Maandag ging de moeder toen zij
mij raad had gezien een huis binnen, verstopte
daar haar handel.
Toen ik naar herhaald bellen de deur open kreeg,
kwam de moeder dood leuk naar buiten en deed
het voorkomen dat zij daar woonde en een boodschap
moest doen. Daar haar list niet opging, heeft zij
toen haar handel (closetrollen) maar te voorschijn
gehaald en beloofde uitdrukkelijk het venten te
zullen staken en naar huis te zullen gaan.
20 minuten later waren moeder en zoon weer op de oude
voet aan het venten. Maar nu zou het beslist uit zijn.
Even later was het weer het oude liedje, met dit
verschil, dat er nu niet beluisterd werd, maar de
moeder hard hollend werd gezien in de richting
van de pont. Deze controle heeft mij bijna de hele dag
gekost.
[Ondertekening]
H. Dijkema
[Linksonder, tweede sectie]
Aan den Heer.
Inspecteur
Afd. Marktwezen
[Rechtsonder, besluit]
Amsterdam,
1 October 1940.
Horsing zal zich
voortaan niet meer door
zijn moeder laten bijstaan.
Hem voor een en ander ernstig
onderhouden en hem gedreigd
dat bij herhaalde klachten aan
Wethouder zou worden voor-
gesteld zijn vergunning in te trekken.
24-10-40
Dekker
[Stempels/Aantekeningen onderaan]
Opbergen p 25/10
Geteekend op Marktwezen p 2/11
D. Dit document is een verslag van een inspecteur (waarschijnlijk van de Dienst Marktwezen in Amsterdam) die verslag doet van de hardnekkige overtredingen door Johannes Horsing en zijn moeder. De kern van het conflict is dat Johannes wel een ventvergunning heeft, maar dat zijn moeder hem illegaal assisteert.
De tekst geeft een levendig beeld van de dagelijkse praktijk van straathandelaren en de politiecontroles:
* Geraffineerde ontwijking: De moeder probeert de controleur te misleiden door een vreemd huis binnen te vluchten en te doen alsof ze daar woont.
* Product: Ze venten met "closetrollen" (toiletpapier).
* Hardnekkigheid: Ondanks drie processen-verbaal op één dag en herhaalde beloftes om te stoppen, gaan ze direct door zodra de inspecteur uit het zicht is.
* Sanctie: Het document eindigt met een officiële berisping ("ernstig onderhouden") en de dreiging dat de vergunning volledig ingetrokken zal worden via de wethouder. Het document dateert van oktober 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog op de achtergrond aanwezig is, toont dit rapport aan dat de gemeentelijke bureaucreatie en de handhaving van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) in Amsterdam aanvankelijk gewoon doorgingen volgens vooroorlogse procedures.
Voor arme gezinnen in die tijd was venten een essentiële bron van inkomsten. De strikte regels rondom vergunningen (slechts één persoon per vergunning) zorgden vaak voor conflicten met de overheid wanneer familieleden hielpen om de omzet te vergroten. De Swammerdamstraat, waar de familie woonde, lag in de Oosterparkbuurt, een wijk die in die jaren sociaal-economisch onder druk stond. De verbetenheid waarmee de familie Horsing hun handel voortzette, ondanks de boetes en de "hele dag" die het de inspecteur kostte, wijst op de economische noodzaak van hun activiteiten.