Handgeschreven ambtelijk rapport of brief (kladversie met correcties).
Origineel
Handgeschreven ambtelijk rapport of brief (kladversie met correcties). [Bovenaan de pagina, tekst loopt door van een vorige pagina]
is in het bezit van gelakte opkoopers - (2)
vergunning serie 28 no 34 voor
de wijken Noord en Centrum.
Maurits Jr is in
het bezit van opkoopersvergunning
serie 10 no 31, eveneens voor de
wijken Noord en Centrum
Ten slotte bericht ik U nog,
dat bij het onderzoek is gebleken, dat
de schrijver van den onderhavigen
brief is: P. Barbieri, wonende
Lathirusstr. 48 II, Amsterdam N.
Ik geef U beleefd in over-
weging deze D.D. [dito/deze]
aangelegenheid eveneens
ter aandacht te brengen van den
Hoofdcommissaris van Politie
in handen pol [politie]
T Kluit ondergaat momenteel
gevangenisstraf i. v. m. diefstal
van distributiebescheiden;
de zaak wordt waargenomen
door D. R. Eijlers, wonende
Korenbloemstraat 17 alhier;
deze handelt voor rekening en verantwoor-
ding van Kluit; dit is krachtens artikel
43 bis W. v. Sr. [Wetboek van Strafrecht], onder 4o geoorloofd. z.o.z. * Handschrift: Een vlot, enigszins gehaast administratief handschrift. Er zijn diverse doorhalingen en tussenvoegingen (zoals "gelakte" boven de eerste regel), wat duidt op een concepttekst voor een officieel rapport.
* Inhoud: Het document bevat drie kernpunten. Ten eerste een controle op "opkoopersvergunningen" (licenties voor handelaren in tweedehands goederen). Ten tweede de identificatie van een briefschrijver genaamd P. Barbieri uit Amsterdam-Noord. Ten derde een juridische toelichting over T. Kluit, die vastzit voor het stelen van distributiebescheiden. Een zekere Eijlers neemt zijn zaken waar, wat volgens de schrijver juridisch is toegestaan onder artikel 43 bis van het Wetboek van Strafrecht.
* Juridische verwijzing: Artikel 43 bis W.v.Sr. (oud) had betrekking op de uitoefening van beroepen en de vervanging daarbij. Dit document stamt vrijwel zeker uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De term "distributiebescheiden" (bonkaarten voor voedsel en brandstof) wijst direct op de schaarste en het distributiesysteem uit die tijd. Diefstal van deze bescheiden werd door de bezetter en de Nederlandse politie zeer zwaar opgenomen, omdat het de gecontroleerde voedselvoorziening ondermijnde (en vaak gelinkt was aan het verzet).
De adressen (Lathirusstraat en Korenbloemstraat) liggen in de Bloemenbuurt in Amsterdam-Noord. Het document lijkt een interne communicatie tussen politiefunctionarissen of een rapport van een rechercheur aan de Hoofdcommissaris van Politie in Amsterdam. De controle op "opkoopers" was in de oorlog strenger omdat via hen vaak gestolen goederen of goederen uit Joods bezit (li-ba-goederen) werden verhandeld.