Ambtsverslag / Handgeschreven rapporten van een controleur.
Origineel
Ambtsverslag / Handgeschreven rapporten van een controleur. 31 december 1940 en 2 januari 1941. De Heer Inspecteur (waarschijnlijk de Heer de Haan). Rapport
In opdracht van U den Inspecteur heden weder de
Obrechtstraat tss: Maesstr. v Baerlestraat enz: gecontroleerd.
Echter, Hertog de Vries niet aangetroffen. In de v.
Baerlestraat waren weer aanwezig Teeseling en
Swart. Ik heb hun daar steeds rijdende aangetroffen.
In de Obrechtstraat trof ik weder aan Hartog
Sluyter, die ik verbaliseerd heb, waarop hij mij
antwoordde of toeriep „Heb je wel een goed geweten,
al blijf je staan tot 1942, ik ga toch niet weg.”
Ook W. C. J. J. Hofman daar verbaliseerd.
Beide genoemde personen hadden standplaats inge-
nomen.
- Dec: 1940
Controleur
J. de Vries.
Rapport.
Heden 2 Jan: '41 in verband met bovenstaand
rapport, thans ter plaatse weder gecontroleerd. Nu
in ’t geheel geen overtredingen aangetroffen. Echter
waren er geen bloemenventers op straat gezien de
hevige koude.
2 Jan: 1941
Controleur
J. de Vries
Aan den Heer
Inspecteur
de Haan.
[Paraaf] * Inhoud: Het document bevat twee opeenvolgende rapporten over de controle op straatventers. In het eerste rapport (oudejaarsdag 1940) stelt de controleur vast dat twee personen (Teeseling en Swart) zich aan de regels houden door te blijven bewegen ("rijdende"), terwijl twee anderen (Sluyter en Hofman) een bekeuring krijgen omdat zij illegaal een vaste standplaats hebben ingenomen.
* Toon en taal: De toon is zakelijk en ambtelijk. Opvallend is de letterlijke weergave van de brutale reactie van Hartog Sluyter. De spelling is conform de tijd (bijv. "den Inspecteur").
* Sociale dynamiek: De opmerking van Sluyter ("Heb je wel een goed geweten") suggereert een moreel conflict tussen de straatverkoper en de handhaver. In de context van de tijd (vroege bezettingsjaren) kan dit wijzen op een gespannen verhouding tussen de burger en de lokale autoriteiten.
* Omstandigheden: Het tweede rapport legt een direct verband tussen de afwezigheid van overtredingen en de weersomstandigheden ("hevige koude"), wat illustreert hoe het dagelijks leven en de handhaving werden beïnvloed door de natuur. * Historisch kader: Deze rapporten zijn geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland, slechts enkele maanden voor de Februaristaking van 1941. De genoemde namen "Hertog de Vries" en "Hartog Sluyter" zijn typisch Joodse namen. In deze periode werden Joodse Amsterdammers steeds vaker geconfronteerd met beperkende maatregelen, ook wat betreft hun levensonderhoud op straat en markten.
* Locatie: De Obrechtstraat en de Van Baerlestraat liggen in Amsterdam-Zuid, een wijk die destijds een aanzienlijke Joodse populatie kende. De controles maken deel uit van de reguliere gemeentelijke handhaving (waarschijnlijk van de Marktdienst), die gedurende de eerste oorlogsjaren bleef functioneren, maar steeds meer instrument werd van de uitsluiting van Joden uit het openbare leven.
* Betekenis van 1942: De uitspraak van Sluyter over het jaar 1942 is achteraf gezien wrang; in 1942 begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam. Voor Sluyter was het op dat moment waarschijnlijk een uiting van koppigheid en de hoop dat hij de bezetting of de controles zou uitzitten.