Archief 745
Inventaris 745-337
Pagina 281
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtsbrief / Voorstel (doorslag van een getypt document).

28 maart 1940. Van: De Directeur (van de Centrale Markt Amsterdam). Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam.

Origineel

Ambtsbrief / Voorstel (doorslag van een getypt document). 28 maart 1940. De Directeur (van de Centrale Markt Amsterdam). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Handgeschreven, rechtsboven:] loc. Mr. Bloem.
[Handgeschreven, middenboven:] Bergen op: 77/5/2 M. 1940
[Handgeschreven, links:] M. onder onderzoek 37/46/2 M. [met pijl naar kenmerk VP/HG.]
[Handgeschreven, midden:] Verzonden 28/3-1940.

VP/HG.
28 Maart 1940.

Voorstel om aan H. Lurks den toegang tot de Centrale Markt te ontnemen.

den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 26 Maart jl. door den contrôleur Felthuis van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat H. Lurks, Goudsbloemstraat 102, wien als personeel van den grossier Beugel toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich aldaar op vorenvermelden datum heeft schuldig gemaakt aan diefstal ten nadeele van zijn patroon. Ik heb mij afgevraagd, of dit feit moet worden gerangschikt onder de voorvallen, bedoeld in Uw missive d.d. 8 Februari 1938 (No.48/1 L.M.1938), waarin dezerzijds nog geen straf mag worden opgelegd. Ik ben van meening, dat hier een dergelijk voorval niet aan de orde is, doch dat dit geval als een gewone diefstal, die op de markt is gepleegd, moet worden behandeld. Ik heb daarom Lurks voornoemd gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor den tijd van veertien dagen, namelijk van 29 Maart tot en met 11 April a.s.

Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen, dat hij, in aansluiting op vorenvermelde straf, door Burgemeester en Wethouders, op grond van het bepaalde in artikel 35 lid 2 van het Reglement op de Centrale Markt, wordt gestraft met ontneming van het bedoelde recht voor den tijd van zes maanden, zulks met ingang van 12 April a.s.

De Directeur, Dit document betreft een officiële rapportage en strafmaatvoorstel van de Directeur van de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is een diefstal gepleegd door een medewerker van een grossier (Beugel) op het terrein van de markt.

Opmerkelijk is de juridische afweging die de directeur maakt: hij refereert aan een eerdere instructie uit 1938 waarin zijn eigen bevoegdheid om straffen op te leggen blijkbaar werd ingeperkt. Hij beargumenteert echter dat dit specifieke geval van diefstal als een "gewone" criminele handeling moet worden gezien, waardoor hij gerechtigd is direct een tijdelijk toegangsverbod van 14 dagen op te leggen. Hij verzoekt de Wethouder om dit door het College van B&W te laten verlengen naar zes maanden. Dit toont de strenge handhaving aan op het marktcomplex, dat van vitaal belang was voor de voedselvoorziening. De brief is gedateerd op 28 maart 1940, slechts zes weken voor de Duitse inval in Nederland. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was en in staat van mobilisatie verkeerde, ging het dagelijks bestuur en de handhaving in de steden gewoon door.

De "Centrale Markt" aan de Jan van Galenstraat (het huidige Food Center Amsterdam) was in die tijd de spil van de Amsterdamse voedseldistributie. De genoemde Goudsbloemstraat ligt in de Jordaan, een volksbuurt waar veel marktpersoneel woonachtig was. Dergelijke disciplinaire maatregelen waren cruciaal om de orde en betrouwbaarheid binnen de groothandelsketen te waarborgen, zeker in een tijd van toenemende schaarste en economische spanningen vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Samenvatting

Dit document betreft een officiële rapportage en strafmaatvoorstel van de Directeur van de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is een diefstal gepleegd door een medewerker van een grossier (Beugel) op het terrein van de markt.

Opmerkelijk is de juridische afweging die de directeur maakt: hij refereert aan een eerdere instructie uit 1938 waarin zijn eigen bevoegdheid om straffen op te leggen blijkbaar werd ingeperkt. Hij beargumenteert echter dat dit specifieke geval van diefstal als een "gewone" criminele handeling moet worden gezien, waardoor hij gerechtigd is direct een tijdelijk toegangsverbod van 14 dagen op te leggen. Hij verzoekt de Wethouder om dit door het College van B&W te laten verlengen naar zes maanden. Dit toont de strenge handhaving aan op het marktcomplex, dat van vitaal belang was voor de voedselvoorziening.

Historische Context

De brief is gedateerd op 28 maart 1940, slechts zes weken voor de Duitse inval in Nederland. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was en in staat van mobilisatie verkeerde, ging het dagelijks bestuur en de handhaving in de steden gewoon door.

De "Centrale Markt" aan de Jan van Galenstraat (het huidige Food Center Amsterdam) was in die tijd de spil van de Amsterdamse voedseldistributie. De genoemde Goudsbloemstraat ligt in de Jordaan, een volksbuurt waar veel marktpersoneel woonachtig was. Dergelijke disciplinaire maatregelen waren cruciaal om de orde en betrouwbaarheid binnen de groothandelsketen te waarborgen, zeker in een tijd van toenemende schaarste en economische spanningen vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Kooplieden in dit dossier 2

Bur.v.Maatsch.Steun Waterlooplein 751
P. Werken Waterlooplein 697

Gerelateerde Documenten 4