Getypte ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memorandum. 30 april 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, mogelijk de controledienst of distributiedienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (plaatselijk). [Handgeschreven, rechtsboven:] ter. h. Broek
[Getypt, midden boven:] VP/DV. [Handgeschreven:] extra (onderstreept)
[Getypt, links:] 77/8/5 H.
[Getypt, rechts:] 30 April 1940.
[Getypt, links:]
Verzoek van J.Kist om hem niet
strafrechtelijk te doen vervol-
gen.
[Getypt, rechts:]
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 27 April jl. om advies ontvangen stuk No.52/3 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat terzake van het door adressant op 16 April jl. gepleegde feit door één der ambtenaren van mijn dienst proces-verbaal is opgemaakt, overeenkomstig het voorschrift van artikel 152 Wetboek van Strafvordering. De vraag of terzake een strafvervolging zal worden ingesteld staat uiteraard niet ter beoordeeling aan het Gemeentebestuur, doch aan de Justitie. Mijns inziens bestaat geen aanleiding ten deze bijzondere stappen bij de Justitie te doen, weshalve ik U beleefd in overweging geef den adressant van het vorenstaande mededeeling te doen en zijn verzoek van de hand te wijzen.
De Directeur, De kern van dit document is een formeel negatief advies van een directeur aan een wethouder. Een burger, J. Kist, heeft een overtreding begaan op 16 april 1940. Naar aanleiding daarvan is door een ambtenaar een proces-verbaal opgemaakt. Kist heeft blijkbaar een verzoek ingediend bij de gemeente om de strafvervolging te voorkomen of te staken.
De directeur stelt in zijn reactie twee belangrijke punten:
1. Juridische scheiding: Hij wijst erop dat de gemeente niet bevoegd is om te beslissen over strafvervolging; dat is een zaak van de Justitie (het Openbaar Ministerie).
2. Geen clementie: Hij ziet geen enkele reden om namens de gemeente bij Justitie te interveniëren of te pleiten voor clementie. Hij adviseert de wethouder dan ook om het verzoek van de hand te wijzen.
De toon is zakelijk, juridisch correct en onverbiddelijk. Het document is gedateerd op 30 april 1940, exact tien dagen voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). De context van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" is cruciaal. Vanwege de oorlogsdreiging en de internationale spanningen was de distributie van levensmiddelen in Nederland al sinds 1939 strikt gereguleerd. Er was sprake van rantsoenering en scherpe controles om hamsteren en zwarte handel tegen te gaan.
Het "gepleegde feit" van J. Kist heeft zeer waarschijnlijk te maken met een overtreding van deze distributieregels. Juist in deze precaire tijd, waarin de voedselvoorziening een zaak van nationaal belang was, trad de overheid streng op tegen overtredingen. De weigering van de directeur om tussenbeide te komen bij Justitie past in het beeld van de strikte handhaving van de Distributiewet in die periode.