Brief / Ambtelijke aanzegging (waarschijnlijk een doorslag voor het archief).
Origineel
Brief / Ambtelijke aanzegging (waarschijnlijk een doorslag voor het archief). 10 juni 1940. De Directeur (van de Centrale Markt Amsterdam). De heer B.H.J. Nienhuis, Hendrik Jacobszstraat 8, Amsterdam-Zuid. [Rechtsboven, handgeschreven:]
ter Mr. Brouse
[Midden boven, getypt:]
HG.
[Linksboven, getypt:]
77/15/2 H.
[Midden boven, diagonaal handgeschreven:]
Verzonden 10/6-'40
[Rechtsboven de tekst, getypt:]
10 Juni 1940.
[Adresseringsblok, rechts:]
den Heer B.H.J.Nienhuis,
Hendrik Jacobszstraat 8,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 13.
[Brieftekst:]
In verband met het feit, dat U op 7 Juni jl. een
kist vuil heeft gestort op de terreinen der Centrale Markt,
ontneem ik U het recht van toegang tot die markt voor den
tijd van drie dagen, namelijk op Woensdag 12, Donderdag 13
en Vrijdag 14 Juni a.s.
[Onderschrift, rechtsonder:]
De Directeur, Dit document is een officiële kennisgeving van een disciplinaire maatregel. De directeur van de Centrale Markt stelt een sanctie in tegen de heer Nienhuis vanwege een overtreding van de marktregels: het illegaal storten van vuilnis op het marktterrein. De straf is een tijdelijk toegangsverbod van drie opeenvolgende dagen.
Het document is een administratief afschrift, getuige de handgeschreven notitie "Verzonden 10/6-'40", wat aangeeft dat het origineel op die dag is verstuurd. De vermelding "Wijk 13" bij het adres was indertijd gebruikelijk voor de postdistributie in Amsterdam. De handgeschreven tekst rechtsboven ("ter Mr. Brouse") is vermoedelijk een instructie voor de dossiervorming of ter attentie van een specifieke ambtenaar of jurist. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad. Orde en hygiëne waren strikt gereguleerd. Een toegangsverbod, ook al was het slechts voor drie dagen, was voor een handelaar een serieuze sanctie omdat het de bedrijfsvoering direct belemmerde.
De datum van de brief, juni 1940, is historisch saillant: Nederland was op dat moment net enkele weken bezet door nazi-Duitsland. Desondanks bleven de dagelijkse gemeentelijke diensten en marktadministraties aanvankelijk functioneren volgens de bestaande Nederlandse reglementen en bureaucratische procedures, zoals deze brief illustreert. B.H.J. Nienhuis