Getypte brief (doorslag/archiefexemplaar) met handgeschreven aantekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag/archiefexemplaar) met handgeschreven aantekeningen. 15 augustus 1940 (verzonden op 16 augustus 1940). De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen Amsterdam). Den Heer A.B. Hollander, Daniël Stalpertstraat 103 III, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven bovenaan:]
Verzonden 16/8
[Handgeschreven rechtsboven:]
M. Bloem
[Getypt rechtsboven:]
VP/HG.
[Getypt adresregels:]
den Heer A.B.Hollander,
Daniël Stalpertstraat 103 III,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.
[Getypt links:]
77/28/3 M.
[Getypt rechts:]
15 Augustus 1940.
[Inhoud brief:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 31 Juli jl. be-
richt ik U, dat geen bezwaar bestaat U wederom tot de Cen-
trale Markt toe te laten. U kunt zich daartoe wenden tot het
kaartenkantoor, Jan van Galenstraat 12.
De Directeur, De brief is een zakelijke mededeling van de directie van de Centrale Markt aan een individuele handelaar of leverancier, de heer A.B. Hollander. De kern van de boodschap is de hernieuwde toestemming ("wederom") voor toegang tot het marktterrein. De formulering "geen bezwaar bestaat" wijst op een formele toetsing die heeft plaatsgevonden na een schriftelijk verzoek van Hollander op 31 juli 1940. De noodzaak om zich bij het "kaartenkantoor" te melden duidt op een systeem van toegangs- of vergunningsbewijzen dat strikt werd gehandhaafd. Het adres Jan van Galenstraat 12 komt overeen met de hoofdingang van de Centrale Markthallen in Amsterdam. Dit document is geschreven in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940 - mei 1945). De Centrale Markt was essentieel voor de voedseldistributie in Amsterdam. Tijdens de bezetting werden markten en distributiecentra onderworpen aan steeds strengere regulering.
In de zomer van 1940 begonnen de eerste stappen van de bezetter om de controle over de economie en de bevolking te verstevigen. Specifiek voor Amsterdamse markthandelaren, van wie een aanzienlijk deel Joods was, was dit een onzekere periode. Hoewel grootschalige uitsluiting van Joden uit het openbare leven in augustus 1940 nog in de beginfase was, moesten veel handelaren hun vergunningen opnieuw laten bevestigen. De toestemming in deze brief kan gezien worden als een administratieve handeling in een tijd waarin de vrijheid van handel en beweging steeds meer afhankelijk werd van officiële goedkeuring. A.B. Hollander M. Bloem M. Handgeschreven