Officieel besluit/kennisgeving van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel besluit/kennisgeving van de Gemeente Amsterdam. 19 oktober 1940. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. Den heer I. Bloemist, 3e Oosterparkstraat 73, Amsterdam (Oost). No 77/44/4 [handgeschreven:] 1940 21/10
[Paraaf] L.M. 52/7 -1940-
Acc: [Paraaf]
24-10-40
[Schuin over de tekst geschreven in pen:] Bloemist
Marktw. [?]
19 October 1940.
[Handgeschreven parafen]
Wij deelen U hierbij mede, dat wij op grond van ambtelijke rapporten hebben besloten U met ingang van 23 October 1940 wegens ernstig wangedrag het recht van toegang tot de Centrale Markt te ontnemen voor den tijd van tien maanden, met dien verstande, dat deze straf deels onvoorwaardelijk, deels voorwaardelijk zal zijn. Aan U kan n.l. op 23 April 1941 wederom toegang tot deze markt worden verleend. Het overige gedeelte van de straf zal echter onmiddellijk in werking treden, indien U zich vóór 23 October 1942 wederom aan een strafbaar feit op de Centrale Markt zoudt schuldig maken.
vM
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
get. DE VLUGT.
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
Voor eensluidend afschrift
DE SECRETARIS,
[Handtekening: Van Lier]
den heer I. Bloemist,
3e Oosterparkstraat 73,
A_L_H_I_E_R (O). Het document is een formele kennisgeving van een tuchtrechtelijke maatregel opgelegd door het Amsterdamse stadsbestuur. De heer I. Bloemist wordt voor een periode van tien maanden de toegang ontzegd tot de Centrale Markt (de groothandelsmarkt voor levensmiddelen).
De strafmaat is als volgt opgebouwd:
1. Onvoorwaardelijk deel: Een verbod van zes maanden, ingaande op 23 oktober 1940 en eindigend op 23 april 1941.
2. Voorwaardelijk deel: De resterende vier maanden hoeven niet te worden uitgezeten, mits de betrokkene zich gedurende een proeftijd van twee jaar (tot 23 oktober 1942) niet opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit op de markt.
De reden voor de maatregel wordt omschreven als "ernstig wangedrag," gebaseerd op ambtelijke rapporten. Het document is ondertekend (in afschrift) door de toenmalige burgemeester Willem de Vlugt en de gemeentesecretaris Van Lier. Dit document stamt uit de beginperiode van de Duitse bezetting van Nederland (oktober 1940). Hoewel de bezetting al een feit was, functioneerde het Nederlandse ambtelijke apparaat en het stadsbestuur op dat moment nog grotendeels volgens de bestaande structuren. Burgemeester Willem de Vlugt was nog in functie; hij zou pas in begin 1941 door de bezetter worden ontslagen en vervangen door de pro-Duitse Edward Voûte.
De Centrale Markt in Amsterdam-West was het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad. Voor een handelaar (gezien de achternaam mogelijk werkzaam in de bloemen- of plantenhandel) betekende een toegangsverbod van zes maanden een aanzienlijke economische sanctie, zeker in een tijd waarin de schaarste en distributieregels door de oorlogstoestand toenamen. De maatregel illustreert de strenge handhaving van de orde op de marktplaatsen door het gemeentebestuur.