Proces-verbaal (politierapport).
Origineel
Proces-verbaal (politierapport). 29 oktober 1940 en 1 november 1940. anders, of onbevoegden moeten dat hebben gedaan. Die vier kisten zijn van het merk Broekhorn en Hakker is de eenige grossier, die deze kisten levert en weder inneemt tegen uitbetaling van het statiegeld."
Vervolgens hoorde ik relatant,
Salomon Hakker, oud 62 jaar. grossier op de Centrale Markt te Amsterdam, wonende te Amsterdam, Nassaukade 110 II, die als volgt verklaart:
"Ik was er bij, dat mijn zoon zooeven aan dezen man (ik toon hem Janbroers) heeft uitbetaald twee gulden voor het inleveren van acht kisten met het merk Broekhorn. Ik ben de eenige grossier hier op de markt, die deze kisten tegen 25 cent per stuk statiegeld inneemt.
Ik kan U niet verklaren of deze man vier kisten van mij heeft gestolen, maar nu ik van U verneem wat anderen hebben geconstateerd, kan het niet anders zijn dan dat deze man vier kisten van mij ontvreemd heeft. Is dat het geval, dan lijd ik een schade van 1 gulden, want dan heb ik voor vier van mijn eigen kisten 1 gulden aan dien man uitbetaald.
Ik heb dezen man geen toestemming gegeven om de kisten, die mijn eigendom zijn weg te nemen of er over te beschikken en doe thans aangifte van diefstal dezer kisten en teeken deze aangifte na voorlezing en volharding met U."
Niettegenstaande dit alles bleef Janbroers pertinent ontkennen, dat hij kisten van Hakker heeft weggenomen en hield hij vol, dat zijn baas acht kisten aan hem heeft medegegeven om die bij Hakker in te leveren. Ik relatant heb vier kisten, die reeds in de loods van Hakker stonden bij de andere vier kisten (er stonden er namelijk acht, die Janbroers reeds had ingeleverd en waarvoor hem twee gulden waren uitbetaald) in beslag genomen en ter beschikking van den heer Commissaris van Politie in de 2e sectie gesteld, evenals 1 gulden, die hij voor die vier kisten had ontvangen.
Janbroers heb ik proces-verbaal aangezegd en hem voorts medegedeeld, dat hij zich bij ontbieding onverwijld moet melden aan het Bureau Admiraal de Ruyterweg alhier. Zooals ik relatant reeds heb vermeld geschied het haast iederen dag, dat er kisten vanaf de Centrale Markt alhier worden gestolen en somwijlen in betrekkelijk groot aantal. Op het oog lijken deze diefstallen van geringen omvang, maar wanneer men er rekening mede houdt, dat er kisten zijn waarvoor 60 cent per stuk statiegeld wordt betaald en er worden tien van die kisten van een grossier ontvreemd, dan lijdt hij een schade van zes gulden. Bovendien kan dit soort diefstallen gemakkelijk worden gepleegd, aangezien het vooral in dezen tijd van het jaar, nu het daglicht laat komt en ook omdat het des morgens op de Centrale Markt zeer druk is, zoodat de grossiers niet steeds toezicht kunnen houden op de stapels kisten, aangezien zij hun aandacht bij de clientèle moeten hebben.
Waarvan door mij op afgelegden ambtseed is opgemaakt dit proces-verbaal en gesloten te Amsterdam op 29 October 1940.
Op Vrijdag 1 November 1940 om 9 uur v.m. kwam Janbroers naar mij toe en verklaarde het navolgende: "Ik wist niet zeker of het 6 of meer kisten waren, ik stond in twijfel omdat mijn maat zeide: "Zijn het er zes of meer". Tegenover mijn patroon wou ik niet tekort komen en omdat ik twijfelde heb ik twee pak van vier bakken van de stapel, die achter het pakhuis van Hakker stond, weggenomen. Ik heb het gedaan uit angst, omdat ik bang was, ingeval ik zonder werkzaam, ik naar Duitschland zou moeten."
Na voorlezing volhardt hij zijn verklaring.
De verbalisant voornoemd,
(getekend) J.P. Wilson
Gezien:
De Commissaris van Politie
in de 2e Sectie, * De feiten: Een man genaamd Janbroers levert 8 kisten in bij grossier Hakker voor statiegeld (25 cent per stuk, totaal 2 gulden). Hakker ontdekt dat 4 van die kisten waarschijnlijk van hemzelf zijn gestolen van zijn eigen stapel vlak voor de inlevering. Janbroers ontkent aanvankelijk, maar bekent enkele dagen later.
* Terminologie: Het woord "relatant" wordt door de agent gebruikt om naar zichzelf te verwijzen in de hoedanigheid van degene die het verslag uitbrengt. "Volharden" betekent hier dat de getuige of verdachte bij zijn verklaring blijft na het voorlezen ervan.
* Economische waarde: Er wordt gesproken over statiegeld van 25 tot 60 cent per kist. In 1940 was dit een aanzienlijk bedrag voor arbeiders; een diefstal van 10 kisten betekende een verlies van 6 gulden, wat destijds een substantieel deel van een weekloon kon zijn. Dit document biedt een indringende blik op het dagelijks leven in het eerste jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De belangrijkste historische context is de slotzin van de bekentenis van Janbroers: "Ik heb het gedaan uit angst, omdat ik bang was, ingeval ik zonder werkzaam [sic], ik naar Duitschland zou moeten."
Dit verwijst naar de Arbeitseinsatz. Al vroeg in de bezetting probeerden de Duitsers Nederlandse mannen te dwingen om in de Duitse oorlogsindustrie te werken. Werklozen liepen het grootste risico om hiervoor opgeroepen te worden. Janbroers stal de kisten vermoedelijk om een tekort bij zijn eigen werkgever ("patroon") aan te vullen, uit angst ontslagen te worden en daardoor op transport naar Duitsland te worden gesteld. Het document illustreert hoe de angst voor de bezetter zelfs bij kleine criminaliteit op de markt een rol speelde.