Archief 745
Inventaris 745-338
Pagina 52
Dossier 17
Jaar 1940
Stadsarchief

Proces-verbaal (proces-verbaal van aanhouding/verhoor).

30 oktober 1940.

Origineel

Proces-verbaal (proces-verbaal van aanhouding/verhoor). 30 oktober 1940. 77/51/3 17.1940

Marktwezen te
Amsterdam.
PRO JUSTITIA PROCES-VERBAAL.
No.

Overtreding van artikel 310 Op Woensdag 30 October 1940, des voor-
van het Wetboek van Straf- middags om 9 uur bevond ik, Jacob Pieter Nicolaas
recht (diefstal) contra: Boon, contrôleur bij het Marktwezen te Amsterdam,
WILLEM MATTHYS JANBROERS, tevens onbezoldigd veldwachter dier gemeente,
geboren te Amsterdam, 24 mij op de Centrale Markt te Amsterdam, zijnde
October 1916, van beroep aldaar met surveillance belast.
metselaar, wonende te Amster- Ik werd aldaar aangesproken door twee
dam, Zaanhof no.29, één hoog. mannen, die mij opgaven te zijn genaamd:
Gepleegd te Amsterdam, op 30 Adrianus van Dijk, oud 32 jaar, van beroep ar-
October 1940. beider, wonende te Amsterdam, Simon Willems-
straat 2 II en;
Salomon de Wolf, oud 40 jaar, arbeider, wonende
te Amsterdam, Louis Bothastraat no.23 II en
welke mannen mij verklaarden, dat zij hadden ge-
zien, dat een jonge man vanaf een stapel kisten, die achter het pakhuis van den
grossier Hakker, zaakdrijvende in loods 5 van de Centrale Markt alhier er eenige
had weggehaald en even verder had geplaatst bij vier kisten, die diezelfde man
er even te voren had gezet, zoodat er thans acht kisten stonden. Van Dijk en
De Wolf opperden het vermoeden, dat dit een diefstal van kisten was geweest,
een bekend verschijnsel op de Centrale Markt, waar geregeld kisten worden wegge-
nomen en later bij diegene, waar de kisten zijn ontvreemd weder in te leveren,
teneinde op deze wijze in het bezit te komen van het statiegeld, dat op deze
kisten wordt uitbetaald en varieerend van 25 tot 60 cent per stuk.
Ik relatant vroeg de twee mannen mij de door hen bedoelden man aan te
wijzen, waarop ze mij aanwezen een mij onbekenden man, die mijsdesgevraagd op-
gaf te zijn genaamd:
WILLEM MATTHYS JANBROERS,
geboren te Amsterdam, 24 October 1916, van beroep metselaar, wonende te Amster-
dam, Zaanhof no.29, één hoog.
Juist toen de twee mannen mij Janbroers aanwezen, bevond deze zich in de
loods van meergeneomde Hakker, reden waarom ik mij naar Hakker begaf en ver-
klaarde Hakker mij, dat Janbroers bij hem had ingeleverd acht groentenkisten,
gemerkt Broekhorn en vertelde Hakker mij, dat slechts bij hem (Hakker) kisten
kunnen worden ingeleverd van dat merk.
Janbroers verklaarde, dat hij acht "Broekhornkisten" voor zijn baas, ge-
naamd G.van Gelder, Parnassusweg te Amsterdam had ingeleverd. Voorts verklaarde
Janbroers, dat hij de kisten niet rechtstreeks in de loods van Hakker had ge-
bracht, doch ze eerst achter de loods had geplaatst. Nogmaals hoorde ik de twee
eerstgenoemde mannen, Van Dijk en De Wolf, die echter pertinent verklaarden,
dat Janbroers eerst vier van genoemde kisten van de stapel van Hakker heeft weg
gehaald en bij de vier kisten, die hij reeds achter de loods geplaatst had, had
gezet.
In verband hiermede hoorde ik, relatant, de baas van genoemden Janbroers,
die verklaarde, dat hij beslist geen acht kisten aan zijn knecht Janbroers
voornoemd heeft mede gegeven om die tegen het statiegeld bij Hakker in te leve-
ren. Van Gelder wist niet met zekerheid te verklaren of het vier of wel zes kis-
ten waren geweest, doch hij weet met zekerheid te zeggen, dat het in geen geval
acht kisten zijn geweest, zoodat Janbroers op één of andere wijze aan die te veel
ingeleverde kisten moet zijn gekomen.
Bovendien blijkt het duidelijk uit de verklaring der twee mannen, Van
Dijk en De Wolf, dat Janbroers eerst vier kisten van de stapel van den grossier
Hakker heeft weggenomen en bij de vier kisten heeft geplaatst, waarna hij met
acht kisten naar de loods van Hakker is gegaan en die daar heeft ingeleverd.
In verband hiermede hoorde ik:
Mozes Wurms,
oud 40 jaar, knecht bij Hakker voornoemd, wonende te Amsterdam, Nieuwe Prinsen-
gracht no.72 I, die toen ik hem met één en ander in kennis stelde, naar de
achter de loods van Hakker staande kisten ging en vervolgens verklaarde: "Ik zie,
dat er van de stapel groentenkisten van mijn baas Hakker, staande deze kisten
achter de loods van Hakker, vier groentenkisten zijn verdwenen. Ik ben namelijk
belast met het optasten der kisten achter de loods. Ik weet derhalve precies
op welke wijze die kisten worden opgetast, omdat ieder dat op zijn wijze doet.
Ik zie aan deze stapel, dat er vier kisten vanaf zijn genomen en het kan niet Dit document betreft een proces-verbaal van een diefstal van groentekisten op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is statiegeld-fraude. De verdachte, de 24-jarige metselaar Willem Matthys Janbroers, werd ervan beschuldigd vier kisten te hebben gestolen van een stapel van grossier Hakker om deze vervolgens, samen met vier kisten die hij al had, bij diezelfde grossier in te leveren voor het statiegeld (tussen de 25 en 60 cent per kist).

De bewijsvoering in dit rapport rust op drie pijlers:
1. Ooggetuigen: Twee arbeiders (Van Dijk en De Wolf) zagen de verdachte de kisten verplaatsen.
2. Verklaring van de werkgever: De baas van Janbroers (G. van Gelder) bevestigde dat hij zijn knecht nooit acht kisten had meegegeven.
3. Forensische waarneming avant la lettre: De knecht van de grossier (Mozes Wurms) herkende dat er kisten misten omdat hij een specifieke, persoonlijke manier van "optasten" (stapelen) had, waardoor hij direct zag dat de stapel was verstoord. Het document dateert van 30 oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetting al een feit was, volgden de civiele opsporingsinstanties zoals het Marktwezen nog de standaard Nederlandse juridische procedures (zoals aangegeven door de kop "PRO JUSTITIA" en de verwijzing naar Artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht).

De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was in die tijd het kloppende hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Diefstal van emballage (zoals kisten) was een hardnekkig probleem. De functie van de opsteller, Jacob Pieter Nicolaas Boon, als "contrôleur bij het Marktwezen" en "onbezoldigd veldwachter", illustreert hoe de handhaving op het marktterrein was georganiseerd: specifieke marktambtenaren hadden opsporingsbevoegdheid om de orde en economische integriteit op het terrein te bewaken.

Opvallend is de vermelding van Mozes Wurms. Gezien de datum (1940) en zijn woonadres in de Nieuwe Prinsengracht (een buurt met een grote Joodse populatie), is het zeer waarschijnlijk dat deze getuige van Joodse afkomst was. Dit document vormt daarmee een klein puzzelstukje in de sociale geschiedenis van Amsterdam aan het begin van de oorlogsjaren. G. van Gelder Marktwezen

Samenvatting

Dit document betreft een proces-verbaal van een diefstal van groentekisten op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is statiegeld-fraude. De verdachte, de 24-jarige metselaar Willem Matthys Janbroers, werd ervan beschuldigd vier kisten te hebben gestolen van een stapel van grossier Hakker om deze vervolgens, samen met vier kisten die hij al had, bij diezelfde grossier in te leveren voor het statiegeld (tussen de 25 en 60 cent per kist).

De bewijsvoering in dit rapport rust op drie pijlers:
1. Ooggetuigen: Twee arbeiders (Van Dijk en De Wolf) zagen de verdachte de kisten verplaatsen.
2. Verklaring van de werkgever: De baas van Janbroers (G. van Gelder) bevestigde dat hij zijn knecht nooit acht kisten had meegegeven.
3. Forensische waarneming avant la lettre: De knecht van de grossier (Mozes Wurms) herkende dat er kisten misten omdat hij een specifieke, persoonlijke manier van "optasten" (stapelen) had, waardoor hij direct zag dat de stapel was verstoord.

Historische Context

Het document dateert van 30 oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetting al een feit was, volgden de civiele opsporingsinstanties zoals het Marktwezen nog de standaard Nederlandse juridische procedures (zoals aangegeven door de kop "PRO JUSTITIA" en de verwijzing naar Artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht).

De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was in die tijd het kloppende hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Diefstal van emballage (zoals kisten) was een hardnekkig probleem. De functie van de opsteller, Jacob Pieter Nicolaas Boon, als "contrôleur bij het Marktwezen" en "onbezoldigd veldwachter", illustreert hoe de handhaving op het marktterrein was georganiseerd: specifieke marktambtenaren hadden opsporingsbevoegdheid om de orde en economische integriteit op het terrein te bewaken.

Opvallend is de vermelding van Mozes Wurms. Gezien de datum (1940) en zijn woonadres in de Nieuwe Prinsengracht (een buurt met een grote Joodse populatie), is het zeer waarschijnlijk dat deze getuige van Joodse afkomst was. Dit document vormt daarmee een klein puzzelstukje in de sociale geschiedenis van Amsterdam aan het begin van de oorlogsjaren.

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Broek Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen Razzia & Arrestatie

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 5