Handgeschreven concept-brief/rapport.
Origineel
Handgeschreven concept-brief/rapport. 18 december 1939. [Linksboven:]
Concept
MN
Assistentie en vervanging van marktkooplieden.
[Rechtsboven:]
A'dam 18 Dec. 1939.
W.G.M. 18/12/39 [geparafeerd]
81/12/1 M [in rood]
Ten vervolge op mijn rapport d.d. 8 December 1938 (No. 81/12/2 M) heb ik de eer U te berichten, dat de inspecteur van mijn dienst een onderzoek heeft ingesteld naar de moeilijkheden, die zich bij de assistentie en vervanging van marktkooplieden kunnen voordoen, in verband met het feit, dat echtgenoten soms ieder een plaats hebben op verschillende markten of tezamen marktplaatsen bezetten.
Als resultaat van dit onderzoek, dat veel tijd heeft gevergd, heb ik de eer U in bijlage dezes een staat te doen toekomen, waarin de gegevens zijn verwerkt betreffende de wijze, waarop echtparen hier ter stede marktplaatsen bezetten.
Daar mag worden aangenomen, dat hier ter stede rond 2000 marktkooplieden werkzaam zijn en de staat melding maakt van 581 echtparen, blijkt dat (meer dan 30%) van de marktkooplieden belang hebben bij de bepaling in het Reglement op de Markten, luidende: "Echtgenoten mogen samen of om beurten van de plaats, die aan één hunner is toegewezen, gebruik maken." Zooals ik U in mijn in den aanhef genoemd rapport d.d. 8 Dec. 1938 berichtte, adviseert de Commissie van Advies voor de Markten de bedoelde Reglements-bepaling te handhaven, waarmede ik mij ten volle vereenig.
In de nota, behorende bij het meergenoemde rapport d.d. 8 Dec. 1938 werd voorts o.a. als algemeene regel voorgesteld, dat assistentie op een marktplaats door ten hoogste één persoon kan worden toegestaan in bepaalde gevallen. Deze regel werkt in de practijk op alleszins bevredigende wijze. De bedoelde assistent moet worden verleend, ook... [tekst breekt af] Het document is een ambtelijk concept waarin een eerdere rapportage uit 1938 wordt opgevolgd. De kern van het schrijven is de evaluatie van de marktverordening in Amsterdam. De auteur (waarschijnlijk een hoofd van een gemeentelijke dienst) rapporteert over een onderzoek naar hoe echtparen hun marktplaatsen beheren.
Opvallend is de statistische onderbouwing: van de circa 2000 marktkooplieden in Amsterdam destijds, bestond bijna 30% (581 gevallen) uit echtparen. De tekst pleit voor het behoud van de regel dat echtgenoten elkaars marktplaats mogen gebruiken of daar samen mogen staan. De correcties in de tekst tonen aan dat er zorgvuldig werd geformuleerd over de definitie van 'assistentie' op de markt. Dit document stamt uit december 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940). De Amsterdamse markten vormden een essentieel onderdeel van de voedselvoorziening en de lokale economie.
De discussie over "assistentie en vervanging" was van groot praktisch belang: als een koopman ziek was of elders verplichtingen had, bepaalde het reglement wie zijn plek mocht innemen. Voor familiebedrijven (echtparen) was de flexibiliteit om elkaars vergunning te benutten cruciaal voor hun voortbestaan. Het document weerspiegelt de bureaucratische ordening van de stad Amsterdam, die zelfs in tijden van internationale spanning bleef doorgaan met het finetunen van lokale marktreglementen.