Archief 745
Inventaris 745-338
Pagina 117
Dossier 92
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt rapport (afschrift).

1936.

Origineel

Getypt rapport (afschrift). 1936. Afschrift.

Den Heer Directeur
van het Marktwezen.

No. 81/17/1 M.1936.

R A P P O R T.

Hierby heb ik de eer U te verzoeken in de eerstvolgende vergadering van de marktcommissie het vraagstuk der assistentie op de markten, aan de orde te willen stellen.
Voorheen was er slechts een betrekkelyk klein aantal kooplieden, aan wie officieel was toegestaan, om zich op hun plaats op de markt te laten assisteeren. Een groot aantal kooplieden liet zich echter assisteeren, zonder daarvoor toestemming van den Dienst van het Marktwezen te hebben bekomen. Dit is niet meer toegestaan. Het is thans zoo, dat de kooplieden, die zich door een of meer personen laten assisteeren, dit doen met toestemming van de Directie van het Marktwezen.
Formeel is dus deze zaak in orde. Dit wil echter niet zeggen, dat daarmede het vraagstuk der assistentie is opgelost. Dit zal dan pas het geval zyn, wanneer het toestaan van assistentie aan vaste regelen wordt gebonden.
De twee voornaamste vormen van assistentie zyn:
A. de koopman laat zich assisteeren door een of meerdere huisgenooten, familieleden of knechts;
B. de koopman heeft een compagnon, die dan als assistent by den Dienst van het Marktwezen staat ingeschreven.
Tegen de eerste vorm van assistentie, worden noch door de kooplieden-organisaties, noch door de kooplieden ernstige bezwaren aangevoerd.
Ouderdom, invaliditeit, toezicht tot het voorkomen van stelen der waren en het bedienen van klanten, wanneer de koopman dit niet alleen afkan, noodzaken den koopman zich te laten assisteeren. De klachten welke tegen deze vorm van assistentie worden geuit, houden in, dat aan enkele kooplieden is toegestaan, zich door meer dan een persoon te laten assisteeren.
Het ware m.i. wel gewenscht, dat in overleg met de organisaties ten aanzien van het toestaan van meerdere assistenten, normen worden gesteld.
Ten aanzien van de tweede vorm van assistentie, meen ik het volgende te moeten opmerken.
De crisis heeft veroorzaakt, dat vele kooplieden, die vroeger van hun handel behoorlyk konden bestaan, thans ternauwernood een zelfstandig bestaan kunnen vinden. Een aantal zyn opgenomen in den steun of zyn bytyden in steun of worden met het verstrekken van handelsgeld op den been gehouden.
Een aantal kooplieden echter en vooral zy die een z.g.n. goede plaats op de markt bezetten, zoeken wanneer zy het niet langer zelfstandig kunnen volhouden, een compagnon die of geld, of goederen heeft. De een beschikt dan over de marktplaats de ander over geld of goederen.
Weer andere kooplieden staan, wanneer zy zelf geen handel meer hebben, hun plaatsen af aan kooplieden, die geen plaats op de markt hebben en ontvangen daarvoor een bepaald bedrag. De plaatshouder is dan wel op zyn plaats aanwezig, helpt meestal by den [einde pagina/afgebroken] * Kernproblematiek: De tekst beschrijft een overgangsfase in het marktbeheer. Waar assistentie vroeger vaak informeel (zonder toestemming) gebeurde, probeert de Dienst van het Marktwezen dit in 1936 te officialiseren. De auteur stelt echter dat enkel "toestemming geven" niet volstaat; er zijn vaste regels nodig om misbruik te voorkomen.
* Sociale aspecten: Het rapport maakt een duidelijk onderscheid tussen noodzakelijke hulp (familie, personeel vanwege ouderdom of drukte) en zakelijke constructies (compagnons).
* Economische context: De tekst refereert expliciet aan "De crisis" (de Grote Depressie van de jaren '30). Veel marktkooplui zijn verarmd, zitten in de "steun" (bijstand) of hebben kapitaalinjecties nodig. Dit leidt tot een informele handel in marktplaatsen, waarbij mensen met een vergunning maar zonder kapitaal "samenwerken" met mensen met geld maar zonder vergunning.
* Beleidsadvies: De schrijver adviseert om in overleg met marktorganisaties objectieve normen vast te stellen voor het aantal toegestane assistenten per kraam. Dit document stamt uit 1936, een tijd waarin de Nederlandse overheid de greep op de openbare markten probeerde te vergroten om chaos en illegale handel tegen te gaan. De markthandel was voor velen een laatste redmiddel tijdens de economische crisis. De spelling is kenmerkend voor die periode (zoals de "y" in plaats van "ij" op de typmachine en de "oo" in "zoooo" of "huisgenooten"). Het document geeft een inkijkje in hoe lokale overheden worstelden met de balans tussen sociale steun voor noodlijdende kooplieden en de noodzaak voor een eerlijk, gereguleerd vergunningenstelsel. De tekst breekt onderaan af, midden in de beschrijving van de constructie waarbij vergunninghouders hun plek feitelijk "verhuren" aan derden.

Samenvatting

  • Kernproblematiek: De tekst beschrijft een overgangsfase in het marktbeheer. Waar assistentie vroeger vaak informeel (zonder toestemming) gebeurde, probeert de Dienst van het Marktwezen dit in 1936 te officialiseren. De auteur stelt echter dat enkel "toestemming geven" niet volstaat; er zijn vaste regels nodig om misbruik te voorkomen.
  • Sociale aspecten: Het rapport maakt een duidelijk onderscheid tussen noodzakelijke hulp (familie, personeel vanwege ouderdom of drukte) en zakelijke constructies (compagnons).
  • Economische context: De tekst refereert expliciet aan "De crisis" (de Grote Depressie van de jaren '30). Veel marktkooplui zijn verarmd, zitten in de "steun" (bijstand) of hebben kapitaalinjecties nodig. Dit leidt tot een informele handel in marktplaatsen, waarbij mensen met een vergunning maar zonder kapitaal "samenwerken" met mensen met geld maar zonder vergunning.
  • Beleidsadvies: De schrijver adviseert om in overleg met marktorganisaties objectieve normen vast te stellen voor het aantal toegestane assistenten per kraam.

Historische Context

Dit document stamt uit 1936, een tijd waarin de Nederlandse overheid de greep op de openbare markten probeerde te vergroten om chaos en illegale handel tegen te gaan. De markthandel was voor velen een laatste redmiddel tijdens de economische crisis. De spelling is kenmerkend voor die periode (zoals de "y" in plaats van "ij" op de typmachine en de "oo" in "zoooo" of "huisgenooten"). Het document geeft een inkijkje in hoe lokale overheden worstelden met de balans tussen sociale steun voor noodlijdende kooplieden en de noodzaak voor een eerlijk, gereguleerd vergunningenstelsel. De tekst breekt onderaan af, midden in de beschrijving van de constructie waarbij vergunninghouders hun plek feitelijk "verhuren" aan derden.

Gerelateerde Documenten 5