Archief 745
Inventaris 745-338
Pagina 122
Dossier 29
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte ambtelijke nota of rapport (pagina 4).

Origineel

Getypte ambtelijke nota of rapport (pagina 4). -4-

Associatie (verkapte assistentie) is wel heel moeilyk tegen
te gaan. De houder van een vaste plaats, die geen of byna geen eigen
handel meer heeft, associeert zich met een persoon, die geld of goe-
deren inbrengt en komt met een uitgebreide en verkoopbare collectie
goederen op de markt. Hy kan het achter zyn stal alleen niet meer af
- dit is inderdaad juist - en verzoekt den Directeur van het Markt-
wezen zich te mogen laten assisteeren, welk verzoek als regel wordt
ingewilligd. De bezitter van geld of goederen -- de assistent - neemt
zyn plaats op de markt in.

Niet iedere koopman, die niet meer over geld of goederen
beschikt, lukt het echter om zich te associeeren of goederen in com-
missie te krygen. Wel kan die koopman nu en dan en vooral op Zaterdag
iemand vinden, die tegen betaling van een bepaald bedrag met zyn goe-
deren op zyn plaats wil uitstallen. De plaatshouder verzoekt dan ook
zich te mogen laten assisteeren en geeft dan voor in dien handel zoo-
genaamd "partie" te hebben. Deze wyze van zoogenaamd compagnonschap,
welke steeds wisselt, wordt om het verkoopen van plaatsen tegen te
gaan, geweigerd.

De plaatshouder beroept zich echter by weigering op de
kooplieden, aan wie wel is toegestaan zich te laten assisteeren (as-
socieeren). Hy voelt zich te kort gedaan en maakt in vele gevallen
stemming op de markt door het rondstrooien van allerlei verdachtma-
kingen aan het adres van de ambtenaren van het Marktwezen.

Ik acht het dan ook van het allergrootste belang, dat het
vraagstuk der assistentie afdoende wordt geregeld en geef hieronder
aan de wyze waarop dit myns inziens moet geschieden.

De regelen, die ik hieronder aangeef gelden voor alle
markten, ook voor de markt op het Waterlooplein, voor zoo ver het be-
treft het toestaan van assistentie aan kooplieden op deze markt, die
niet in combinatie handel dryven. Het vraagstuk der gecombineerde han-
dels zal apart dienen te worden geregeld.

By het toestaan van assistentie aan de kooplieden, moet myns
inziens een lyn worden getrokken, waarom ik dan ook voorstel, dat
iedere plaatshouder, ook al is de echtgenoote regelmatig aan de kraam
aanwezig, zich met toestemming van de Directie door een vast persoon
mag laten assisteeren - niet laten vervangen.

Weliswaar wordt dan niet voorkomen, dat kooplieden zich as-
socieeren, doch dat zou ik, ten einde een al te aanwysbare vorm van
het verkoopen van plaatsen tegen te gaan, als volgt willen beperken.

Een koopman kan zich, indien hy altyd hetzelfde artikel ver-
koopt, met toestemming van de Directie, op een of meerdere dagen der
week, door een en denzelfden persoon laten assisteeren, ongeacht op
welke markten hy een plaats inneemt. Een koopman, die in ongeregeld
goed handelt, kan uitsluitend worden toegestaan om zich te laten as-
sisteeren, indien de assistent op alle dagen der week, dat de koopman

[Handgeschreven kanttekening linksonder:]
beteekent een
heel nieuwe
administratie! Dit document beschrijft een specifiek handhavingsprobleem op de Amsterdamse markten in de vroege 20e eeuw: het onrechtmatig verhuren of verkopen van marktplaatsen onder de dekmantel van "assistentie" of "associatie".

De kern van het probleem is dat kooplieden zonder eigen handelswaar hun felbegeerde standplaats feitelijk verhuren aan anderen die wel over kapitaal of goederen beschikken. De auteur (vermoedelijk een ambtenaar of inspecteur van het Marktwezen) signaleert dat dit leidt tot ongelijkheid en onrust onder de kooplieden, die de ambtenaren beschuldigen van willekeur.

Er wordt een voorstel gedaan om de regels te verstrengen:
1. Assistentie mag alleen door één vast, geregistreerd persoon geschieden.
2. Er moet een duidelijk onderscheid blijven tussen "assisteren" en "vervangen".
3. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen kooplieden in vaste artikelen en handelaren in "ongeregeld goed" (zoals tweedehands spullen of restpartijen).

De handgeschreven kanttekening onderaan ("beteekent een heel nieuwe administratie!") is cruciaal; het toont de ambtelijke reflex en de vrees voor de enorme bureaucratische werklast die het registreren van al deze assistenten met zich mee zou brengen. Het document moet worden gezien in de context van de professionele regulering van de Amsterdamse markten. Het Waterlooplein, specifiek genoemd, was in deze periode het hart van de joodse handel en een van de drukste markten van de stad.

In de vroege 20e eeuw probeerde de gemeente Amsterdam de chaos op de markten te beteugelen door middel van marktverordeningen en het aanstellen van een "Directeur van het Marktwezen". Het verkopen van plaatsen (onderverhuur) was een doorn in het oog van de gemeente, omdat zij hierdoor de controle over de marktbezetting en de bijbehorende legaten verloor. De discussie over wie wel en niet aan de kraam mocht staan, raakte direct aan de bestaanszekerheid van duizenden kleine handelaren voor wie een vaste plek op de markt het verschil betekende tussen armoede en een bescheiden inkomen.

Samenvatting

Dit document beschrijft een specifiek handhavingsprobleem op de Amsterdamse markten in de vroege 20e eeuw: het onrechtmatig verhuren of verkopen van marktplaatsen onder de dekmantel van "assistentie" of "associatie".

De kern van het probleem is dat kooplieden zonder eigen handelswaar hun felbegeerde standplaats feitelijk verhuren aan anderen die wel over kapitaal of goederen beschikken. De auteur (vermoedelijk een ambtenaar of inspecteur van het Marktwezen) signaleert dat dit leidt tot ongelijkheid en onrust onder de kooplieden, die de ambtenaren beschuldigen van willekeur.

Er wordt een voorstel gedaan om de regels te verstrengen:
1. Assistentie mag alleen door één vast, geregistreerd persoon geschieden.
2. Er moet een duidelijk onderscheid blijven tussen "assisteren" en "vervangen".
3. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen kooplieden in vaste artikelen en handelaren in "ongeregeld goed" (zoals tweedehands spullen of restpartijen).

De handgeschreven kanttekening onderaan ("beteekent een heel nieuwe administratie!") is cruciaal; het toont de ambtelijke reflex en de vrees voor de enorme bureaucratische werklast die het registreren van al deze assistenten met zich mee zou brengen.

Historische Context

Het document moet worden gezien in de context van de professionele regulering van de Amsterdamse markten. Het Waterlooplein, specifiek genoemd, was in deze periode het hart van de joodse handel en een van de drukste markten van de stad.

In de vroege 20e eeuw probeerde de gemeente Amsterdam de chaos op de markten te beteugelen door middel van marktverordeningen en het aanstellen van een "Directeur van het Marktwezen". Het verkopen van plaatsen (onderverhuur) was een doorn in het oog van de gemeente, omdat zij hierdoor de controle over de marktbezetting en de bijbehorende legaten verloor. De discussie over wie wel en niet aan de kraam mocht staan, raakte direct aan de bestaanszekerheid van duizenden kleine handelaren voor wie een vaste plek op de markt het verschil betekende tussen armoede en een bescheiden inkomen.

Locaties

Amsterdam (gelet op de referentie naar het Waterlooplein en de "Directeur van het Marktwezen").

Gerelateerde Documenten 5