Archief 745
Inventaris 745-338
Pagina 142
Dossier 15
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke brief/rapportage.

10 juli 1940. Van: Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar van de marktendienst of economische zaken). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier.

Origineel

Ambtelijke brief/rapportage. 10 juli 1940. Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar van de marktendienst of economische zaken). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. 81/5/4 H                                                                                                                   VP/G.
extra (onderstreept)
                                                                                                        10 Juli 1940.

Onderzoek naar mogelykheid
van verkapten verkoop van
standplaatsen.

den Heer Wethouder
                                                                    voor de Levensmiddelen,
                                                                    A l h i e r .

Overeenkomstig de opdracht vervat in Uw missive d.d. 12 Maart jl. (No.263 L.M.1940) heb ik aandacht doen geven aan de vraag, of het mogelyk is, dat standplaatsen, onder het mom van assistentie of vervanging, in werkelykheid worden verkocht aan de personen, die er als assistent of vervanger optreden.

Als resultaat van het desbetreffende onderzoek heb ik de eer U het navolgende te berichten. Ik ben van meening, dat verkoop als hier bedoeld alleen kan voorkomen, in de gevallen, waarin vergunning tot assistentie of vervanging onbeperkt, of althans regelmatig voor geheele dagen per week is verleend. Vergunningen om den standplaatshouder gedurende enkele uren per dag te vervangen (byvoorbeeld voor veilingbezoek) of by te staan kunnen naar myn meening niet tot verkapten verkoop van standplaatsen leiden.

Gebleken is, dat onbeperkte vervangingsvergunning is verleend aan 19 standplaatshouders, en onbeperkte bystandsvergunning aan 12 standplaatshouders. Van deze 31 gevallen is in 29 gevallen bystand of vervanging toegestaan aan de naaste familieleden van den standplaatshouder (diens echtgenoote, vader, zoon of schoondochter). Ook hier kan dus van verkapten verkoop welhaast geen sprake zyn.

Alleen in 2 gevallen is onbeperkte bystand of vervanging door niet-familieleden van den standplaatshouder toegestaan, namelyk aan: T.Spruit, die zich wegens gezondheidsredenen mag laten bystaan of vervangen door G.de Groot (vergunning no.764 L.M.1939) en aan G.Rippens, die zich, in verband met het feit, dat hy zyn militairen dienstplicht vervulde mocht laten vervangen door J.J.Wagenaar (no.764 L.M.1939). Aangezien Rippens op 6 Juni jl. uit den militairen dienst is ontslagen, stel ik U voor de laatstbedoelde vergunning thans te doen intrekken.

Ten aanzien van Spruit diene, dat deze als regel zelf op zyn standplaats aanwezig is; op de spitsuren laat hy zich bystaan door De Groot, die bovendien de haringkar naar * Taalgebruik: Het document is geschreven in de destijds gangbare ambtelijke spelling (bijv. "mogelyk", "werkelykheid", "by"), waarbij de 'ij' consequent als 'y' wordt geschreven.
* Inhoud: De kern van de brief is een onderzoek naar fraude met standplaatsvergunningen. De gemeente vreesde dat vergunninghouders hun plek onofficieel "verkochten" door derden aan te stellen als vaste "assistent" of "vervanger".
* Bevindingen: Het onderzoek stelt de wethouder gerust. In de meeste gevallen (29 van de 31) gaat het om directe familieleden. Slechts twee gevallen betreffen buitenstaanders.
* Casuïstiek:
* G. Rippens: Zijn vervanging door J.J. Wagenaar was tijdelijk vanwege militaire dienst. Nu hij gedemobiliseerd is (6 juni 1940), wordt geadviseerd de vervangingsvergunning in te trekken.
* T. Spruit: Wordt bijgestaan door G. de Groot wegens gezondheidsredenen, maar is zelf aanwezig tijdens de verkoop (specifiek bij een haringkar). * Historische periode: De brief is gedateerd op 10 juli 1940, minder dan twee maanden na de Nederlandse capitulatie in de Tweede Wereldoorlog.
* Demobilisatie: De vermelding dat G. Rippens op 6 juni uit militaire dienst is ontslagen, verwijst direct naar de ontbinding van het Nederlandse leger na de Duitse inval.
* Voedselvoorziening: De rol van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode cruciaal. Vanwege de beginnende schaarste en de invoering van de distributie (bonnenstelsel) was een strakke regulering van markten en standplaatsen van groot belang voor de openbare orde en eerlijke voedselverdeling.
* Lokale context: Hoewel de stad niet expliciet wordt genoemd, wijst de term "Alhier" in combinatie met de specifieke verwijzing naar haringkarren en veilingbezoek op een grotere Nederlandse gemeente met een gevestigde markteconomie.

Samenvatting

  • Taalgebruik: Het document is geschreven in de destijds gangbare ambtelijke spelling (bijv. "mogelyk", "werkelykheid", "by"), waarbij de 'ij' consequent als 'y' wordt geschreven.
  • Inhoud: De kern van de brief is een onderzoek naar fraude met standplaatsvergunningen. De gemeente vreesde dat vergunninghouders hun plek onofficieel "verkochten" door derden aan te stellen als vaste "assistent" of "vervanger".
  • Bevindingen: Het onderzoek stelt de wethouder gerust. In de meeste gevallen (29 van de 31) gaat het om directe familieleden. Slechts twee gevallen betreffen buitenstaanders.
  • Casuïstiek:
    • G. Rippens: Zijn vervanging door J.J. Wagenaar was tijdelijk vanwege militaire dienst. Nu hij gedemobiliseerd is (6 juni 1940), wordt geadviseerd de vervangingsvergunning in te trekken.
    • T. Spruit: Wordt bijgestaan door G. de Groot wegens gezondheidsredenen, maar is zelf aanwezig tijdens de verkoop (specifiek bij een haringkar).

Historische Context

  • Historische periode: De brief is gedateerd op 10 juli 1940, minder dan twee maanden na de Nederlandse capitulatie in de Tweede Wereldoorlog.
  • Demobilisatie: De vermelding dat G. Rippens op 6 juni uit militaire dienst is ontslagen, verwijst direct naar de ontbinding van het Nederlandse leger na de Duitse inval.
  • Voedselvoorziening: De rol van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode cruciaal. Vanwege de beginnende schaarste en de invoering van de distributie (bonnenstelsel) was een strakke regulering van markten en standplaatsen van groot belang voor de openbare orde en eerlijke voedselverdeling.
  • Lokale context: Hoewel de stad niet expliciet wordt genoemd, wijst de term "Alhier" in combinatie met de specifieke verwijzing naar haringkarren en veilingbezoek op een grotere Nederlandse gemeente met een gevestigde markteconomie.

Gerelateerde Documenten 5