Ambtelijke correspondentie (brief).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (brief). 16 januari 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie in Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven rechtsboven:] R. Meijer
[Bovenaan gecentreerd:] VP/HG.
[Linksboven:]
85/4/3 M.
n 2
Overdracht vergunning tot
plaatsen van kramen buiten
markttijd op markt Ten
Katestraat.
[Rechtsboven:]
16 Januari 1940.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Inhoud:]
Onder terugzending van de met Uw kantbrieven d.d.
9 dezer om advies ontvangen stukken no. 84 L.M.1940 heb ik de
eer U te berichten, dat adressant G.B.Piesaar houder is van
een vergunning tot het plaatsen van kramen buiten markttijd
op de markt Ten Katestraat, welke vergunning hem onder no.
811 L.M. 1938 op 29 November 1938 werd verleend. Dezerzijds
bestaat tegen overschrijving der bedoelde vergunning op naam
van adressant R.Meijer geen bezwaar.
[Rechtsonder:]
De Directeur, Het document is een formeel advies van een directeur (waarschijnlijk van de relevante gemeentelijke dienst) aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het betreft een administratieve afhandeling van een verzoek tot overdracht van een marktvergunning.
De kern van de brief is de mededeling dat er geen bezwaar bestaat om de vergunning van de heer G.B. Piesaar over te schrijven op naam van de heer R. Meijer. Deze vergunning gaf het recht om ook buiten de reguliere markttijden kramen te laten staan op de markt in de Ten Katestraat. De brief refereert aan een eerdere vergunning uit november 1938 en beantwoordt een adviesaanvraag van de wethouder van 9 januari 1940.
De taal is typisch voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd, met termen als "dezer" (van deze maand), "adressant" (de indiener van het verzoek) en "dezerzijds" (van onze kant). Dit document stamt uit januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het toont de dagelijkse gang van zaken in het Amsterdamse stadsbestuur vlak voor het uitbreken van de oorlog.
De Ten Katemarkt in Amsterdam Oud-West was (en is) een belangrijke volksmarkt. Vergunningen voor het laten staan van kramen buiten markttijden waren gewild voor opslag of vroege voorbereiding. Het feit dat de wethouder "Levensmiddelen" hierbij betrokken is, onderstreept het belang van de markten voor de voedselvoorziening van de stad.
De namen G.B. Piesaar en R. Meijer betreffen marktkooplieden. Gezien de datum en de achternaam 'Meijer' (vaak voorkomend onder Joodse Amsterdammers) krijgt dit ogenschijnlijk banale document een extra laag wanneer men denkt aan de beperkende maatregelen die de bezetter kort na mei 1940 zou invoeren voor Joodse marktkooplieden. In januari 1940 was daar echter in de administratieve afhandeling nog geen sprake van.