Handgeschreven rapportage of verslag.
Origineel
Handgeschreven rapportage of verslag. Maandag 8 januari 1940. heb ik er nog nooit gezien; zoowel van laatstgenoemden als van
v. Kooyen maken de knechten het werk niet. Th. v. Gelder Tenslotte
verdwijnt na de loting en nadat hij de stallen, die verhuurd zijn,
genoteerd heeft.
Het is voor de kooplieden later op den dag dan ook moeilijk
nog met hun stallen verhuurder in contact te komen anders dan
bij de betaling der huur. -aan de knechts.
Op Maandag 8 Januari 1940 kwamen verschillende klachten
voor die aanleiding werden tot dit rapport.
Woensdag 27 December '39 en Dinsdag 2 Januari '40 waren verzette
markten terwijl het weer niet mee werkte dus was er weinig te
doen. Den 8 Jan. Januari was er geen aanleiding te verwachten dat het
weer zoo'n stille markt zou worden; echter omdat St. St. stallen-
verhuurders de laatste twee weken materiaal te veel hadden mee-
genomen, besloten zij nu maar voorzichtig aan te doen, met als gevolg
dat er niet genoeg was, waardoor de vaste plaatshouders W. Wouth
en E Barnstein om half elf nog geen stal hadden (van Loken (N)
Hun stal wordt wel eens meer laat gezet maar zoo laat als nu
is nog nooit voorgevallen; bovendien waren na de loting (om 10 uur)
voor losse plaatshouders nog stallen geplaatst. Vermoedelijk is
ook dit een fooien kwestie.
Later, op den dag begon het te regenen; toen kwamen er
gegronde klachten over lekkende zeilen van S. Haringman (W 77)
gedeelte v. stal. J Maykers (W 90) geheel, Segal (W 97) geheel A Appelboom
(N 21) J. Bruinvels (N 34) beide: geheel. en M Overste (X 4) plaatselijk. * Problematiek: Het document beschrijft logistieke en morele wantoestanden op een markt. De kern van het probleem is dat de stalverhuurders (mogelijk "St. St.") te weinig materiaal hebben meegebracht omdat de voorgaande weken (december '39 en begin januari '40) rustig waren. Hierdoor stonden vaste standplaatshouders tot laat in de ochtend zonder kraam.
* Vermeende corruptie: De schrijver suggereert dat er sprake is van een "fooien kwestie". Dit duidt erop dat losse plaatshouders (tegen betaling van smeergeld of extra 'tips') voorrang kregen boven de vaste plaatshouders bij het toewijzen en opbouwen van kramen.
* Onderhoud: Naast de vertragingen was het materiaal van slechte kwaliteit; diverse kramen (geïdentificeerd met standnummers zoals W 77, W 90, N 21) bleken bij regenval lek te zijn.
* Schrijfstijl: De stijl is zakelijk en rapporterend, geschreven in een duidelijk lopend handschrift dat kenmerkend is voor de vroege 20e eeuw. Dit verslag is geschreven in de zogenaamde "Semicuratietijd" van Nederland, vlak voor de Duitse inval in mei 1940. Markten waren in die tijd essentiële knooppunten voor voedseldistributie en handel. Het document lijkt afkomstig van een marktmeester of een toezichthouder die de directie of het gemeentebestuur informeert over de nalatigheid van de stalverhuurders en de onvrede onder de kooplieden. De vermelding van specifieke codes (W 90, N 34, X 4) wijst op een indeling van het marktterrein in vakken (West, Noord, etc.).