Administratieve waarschuwing / briefafschrift.
Origineel
Administratieve waarschuwing / briefafschrift. 17 januari 1940. Waarschijnlijk een gemeentelijke instantie (mogelijk Marktwezen Amsterdam), gezien de verwijzing naar "kramengeld" en "Wijk 2". [Rechtsboven, handgeschreven:] mr. h. Müller
[Midden boven:] DV.
[Linksboven:] 85/6/2 M.
Letter 2.
[Midden, handgeschreven:] Verzonden 18/1-40
[Rechts midden:] 17 Januari 1940
den Heer M. Cohen,
Waterlooplein 51,
Amsterdam-C.
Wijk 2.
Waarschuwing betaling kramengeld.
20 Januari
a.s. Dit document is een officiële waarschuwing aan de heer M. Cohen voor het niet tijdig betalen van "kramengeld". Kramengeld was de belasting of huur die marktkooplieden moesten betalen voor het gebruik van een staanplaats op de markt.
De brief is gedateerd op 17 januari 1940 en uit de handgeschreven aantekening blijkt dat de brief op 18 januari is verzonden. Onderaan staat de deadline "20 Januari a.s.", wat wijst op een zeer korte betalingstermijn van slechts enkele dagen na verzending. De aanduiding "Letter 2." suggereert dat dit mogelijk een tweede herinnering of sommatie is. De handgeschreven naam "mr. h. Müller" bovenaan kan verwijzen naar een behandelend ambtenaar of een juridisch adviseur. Het document dateert van vlak voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). De locatie, Waterlooplein 51 in Amsterdam, is historisch zeer significant. Het Waterlooplein was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en de plek van een grote dagelijkse markt. De achternaam "Cohen" bevestigt dat de geadresseerde zeer waarschijnlijk een Joodse marktkoopman was.
In de jaren dertig en begin 1940 was het Waterlooplein een levendig centrum van handel, maar ook een plek waar de economische malaise voelbaar was. Voor veel kleine handelaren was het opbrengen van de wekelijkse marktgelden een zware last. Dit soort administratieve documenten geeft een inkijkje in de dagelijkse, precaire realiteit van Joodse Amsterdammers kort voordat de bezetting hun leven drastisch en fataal zou veranderen. Na de bezetting werden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt in hun handelingsvrijheid, totdat de markt op het Waterlooplein in 1941 verboden gebied werd voor niet-Joden en later geheel werd geliquideerd tijdens de deportaties. C. Marktwezen