Archief 745
Inventaris 745-338
Pagina 263
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële administratieve waarschuwing (aanmaning).

Origineel

Officiële administratieve waarschuwing (aanmaning). (Getypte tekst)

DV.

85/6/4 M.

Letter No. FX.

17 Januari 1940

den Heer L.M. Geerling,
Alb.Cuypstraat 143,
Amsterdam-Z.
Wijk 14.

Waarschuwing betaling kramengeld.

20 Januari
a.s.

(Handgeschreven tekst rechtsboven)

M. Müller (of Müller)

(Handgeschreven tekst linksonder)

betaald per kas f 6.-
op 25/1/40
[onleesbare paraaf] Dit document is een formele waarschuwing aan de heer L.M. Geerling voor de achterstallige betaling van 'kramengeld'. Kramengeld was de precariobelasting of vergoeding die marktkooplieden aan de gemeente Amsterdam moesten betalen voor het recht om een kraam te plaatsen op de openbare weg.

De heer Geerling woonde op de Albert Cuypstraat 143, een pand dat direct aan de bekende Albert Cuypmarkt grenst. Het is zeer aannemelijk dat hij een marktkoopman was die zijn standplaats voor de deur of in de directe nabijheid had.

De brief is gedateerd op 17 januari 1940 en geeft een uiterste betaaldatum van "20 Januari a.s.". Uit de handgeschreven aantekening blijkt dat de vordering van 6 gulden uiteindelijk op 25 januari 1940 contant ("per kas") is voldaan, enkele dagen na de gestelde deadline. Het bedrag van 6 gulden was in die tijd een substantieel bedrag voor een kleine handelaar (ter vergelijking: een brood kostte toen ongeveer 15 tot 20 cent). De Albert Cuypmarkt in de Amsterdamse wijk De Pijp is sinds het begin van de 20e eeuw een van de belangrijkste markten van Nederland. De marktmeester en de gemeentelijke administratie hielden streng toezicht op de betaling van standplaatsgelden.

Dit document dateert van slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Het weerspiegelt de normale bureaucratische gang van zaken in de vooroorlogse Amsterdamse marktwereld. De vermelding "Wijk 14" duidt op de specifieke administratieve wijkindeling die de gemeente hanteerde voor het beheer van de stad en haar markten. De handtekening rechtsboven ("M. Müller") behoort waarschijnlijk toe aan de ambtenaar of controleur die verantwoordelijk was voor dit dossier.

Samenvatting

Dit document is een formele waarschuwing aan de heer L.M. Geerling voor de achterstallige betaling van 'kramengeld'. Kramengeld was de precariobelasting of vergoeding die marktkooplieden aan de gemeente Amsterdam moesten betalen voor het recht om een kraam te plaatsen op de openbare weg.

De heer Geerling woonde op de Albert Cuypstraat 143, een pand dat direct aan de bekende Albert Cuypmarkt grenst. Het is zeer aannemelijk dat hij een marktkoopman was die zijn standplaats voor de deur of in de directe nabijheid had.

De brief is gedateerd op 17 januari 1940 en geeft een uiterste betaaldatum van "20 Januari a.s.". Uit de handgeschreven aantekening blijkt dat de vordering van 6 gulden uiteindelijk op 25 januari 1940 contant ("per kas") is voldaan, enkele dagen na de gestelde deadline. Het bedrag van 6 gulden was in die tijd een substantieel bedrag voor een kleine handelaar (ter vergelijking: een brood kostte toen ongeveer 15 tot 20 cent).

Historische Context

De Albert Cuypmarkt in de Amsterdamse wijk De Pijp is sinds het begin van de 20e eeuw een van de belangrijkste markten van Nederland. De marktmeester en de gemeentelijke administratie hielden streng toezicht op de betaling van standplaatsgelden.

Dit document dateert van slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Het weerspiegelt de normale bureaucratische gang van zaken in de vooroorlogse Amsterdamse marktwereld. De vermelding "Wijk 14" duidt op de specifieke administratieve wijkindeling die de gemeente hanteerde voor het beheer van de stad en haar markten. De handtekening rechtsboven ("M. Müller") behoort waarschijnlijk toe aan de ambtenaar of controleur die verantwoordelijk was voor dit dossier.

Gerelateerde Documenten 5