Doorslag van een ambtelijke brief/waarschuwing.
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief/waarschuwing. 17 januari 1940. Vermoedelijk een gemeentelijke instantie (mogelijk Dienst van het Marktwezen, afkorting "DV."). [Rechtsboven, handgeschreven in inkt:]
Fr. Müller
[Midden boven, getypt:]
DV.
[Links boven, getypt:]
85/6/5 M.
Letter CZ.
[Rechts boven de adresgegevens, getypt:]
17 Januari 1940
[Rechts midden, getypt:]
den Heer A.J. Roger,
Lindengracht 2 56,
Amsterdam-C.
Wijk 9.
[Midden, getypt:]
Waarschuwing betaling kramengeld.
[Rechts onder, getypt:]
20 Januari
[Links onder, getypt:]
a.s.
[Linksonder, schuin over de onderste regels, handgeschreven in inkt:]
Betaald op 23 Jan '40
voor Jan – f 1,25
[gevolgd door een onderstreping/paraaf] Dit document is een formele, ambtelijke waarschuwing gericht aan de heer A.J. Roger uit Amsterdam. De kern van de brief is een sommatie om achterstallig "kramengeld" te betalen. Kramengeld is de vergoeding die een marktkoopman betaalt aan de gemeente voor het huren van een standplaats op de markt.
De Lindengracht in de Amsterdamse Jordaan is historisch gezien een bekende marktlocatie, wat de woonplaats van de geadresseerde verklaart (hij woonde waarschijnlijk vlakbij zijn werkplek of de markt waar hij stond).
De brief stelt een deadline van 20 januari (a.s., oftewel aanstaande). De handgeschreven notitie onderaan dient als bewijs van afhandeling voor het archief: de betaling is uiteindelijk verricht op 23 januari 1940 voor een bedrag van 1,25 gulden. De toevoeging "voor Jan" geeft aan dat dit de betaling voor de maand januari betrof. Het document dateert van januari 1940. Dit is een significante periode in de Nederlandse geschiedenis: de "Schiertijd" of mobilisatieperiode vlak voor de Duitse inval in mei 1940. Hoewel er oorlogsdreiging was, draaide het dagelijks leven en de bureaucratie in steden als Amsterdam gewoon door.
Administratief gezien toont het de strikte controle op marktgelden. De aanduiding "Wijk 9" en de referentienummers wijzen op een strak georganiseerd gemeentelijk apparaat. Voor een marktkoopman in die tijd was 1,25 gulden een reëel bedrag; ter vergelijking, een brood kostte in 1940 ongeveer 15 tot 20 cent. De vertraging in betaling (pas na de waarschuwing en na de gestelde deadline) kan wijzen op de krappe financiële marges van kleine zelfstandigen in de Jordaan aan de vooravond van de oorlog.